Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Ringelpoel 15-17 te Woudenberg, gemeente Woudenberg (UT) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Ringelpoel 15-17 te Woudenberg, gemeente Woudenberg (UT)
收藏DANS Data Station Archaeology2023-03-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZDF-T7WP
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in juni 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Ringelpoel 15-17 te Woudenberg. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige bebouwing ten gunste van nieuwe woningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied op een relatief laaggelegen dekzandrugflank ligt. Noordelijk en oostelijk van het plangebied komen laaggelegen, vochtige gronden voor en in het westen en zuidwesten is sprake van hogere dekzandgronden. Het plangebied was oorspronkelijk waarschijnlijk met veen bedekt. Dat veen is in de loop van de Late Middeleeuwen ontgonnen. Sindsdien zijn delen van het terrein in gebruik als akker en/of grasland. Vermoedelijk bestaat de bodem momenteel uit een veldpodzol- of beekeerdgrond. In de omgeving zijn tot op heden weinig archeologische aangetroffen, maar op een wat hogere dekzandrug op ruim 800 m ten westen van het plangebied zijn onder een dik plaggendek diverse vindplaatsen uit het Mesolithicum – Neolithicum bekend.<br>Op basis van de inventarisatie worden in het plangebied resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum verwacht (middelhoge verwachting). In de loop van het Midden- Laat-Neolithicum raakte het plangebied geheel met veen bedekt en werd bewoning onmogelijk. Voor de periode Midden-/ Laat-Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen heeft het plangebied daarom een lage verwachting. Pas in de loop van de Late Middeleeuwen is het gebied ontgonnen en werd het terrein weer bewoonbaar. Het bleef echter een vochtig gebied. De aanvankelijke bewoning in veenontginnings-gebieden concentreerde zich meestal op veenontginningsassen. Dat waren meestal wat hoger gelegen gronden zoals dekzandruggen en weteringen, die al dan niet met een veendijk (leidijk) waren opgehoogd. Daarvan lijkt in het plangebied geen sprake. Uit historische gegevens blijkt dat het plangebied pas tussen 1832 en 1900 bewoond raakte, zodat ook voor de periode vanaf de Late Middeleeuwen een lage verwachting geldt.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>In het plangebied is sprake van een diep verstoord bodemprofiel, die op wisselende diepten overgaat in een C-horizont. De C-horizont is te kwalificeren als het restant van een beekeerdgrond. Voor bewoning zijn dergelijke gronden niet geschikt Resten van bewoning zijn in het plangebied dan ook niet te verwachten. De archeologische verwachting voor alle perioden kan daarom worden bijgesteld naar ‘laag’.<br>De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Woudenberg. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, P. Fijma. Dit rapport is niet beoordeeld.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2023-01-01



