Veghel. Plangebied Burgemeester de Kuijperlaan 10.
收藏DANS Data Station Archaeology2015-04-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZNR-BZ3E
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van De Woningbeheerder heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Burgemeester de Kuijperlaan 10 te Veghel.</p><p>Het plangebied maakt deel uit van de overgang van het beekdal van de Aa naar een zuidwestelijk gelegen dekzandrug. Landschappelijke gradiënten waren van oudsher relatief aantrekkelijke vestigingslocaties. Beekdalen waren niet geschikt voor bewoning, maar werden wel voor allerlei andere zaken, zoals transport, vissen, jagen e.d. gebruikt. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische vondsten bekend uit het neolithicum-mesolithicum, de ijzertijd en met name de Romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd. In het beekdal van de Aa zijn resten bekend, zoals een kano, een aanlegsteiger en gebruiksvoorwerpen uit de ijzertijd-Romeinse tijd, waaruit blijkt dat het beekdal relatief intensief werd gebruikt. Vanaf de veertiende/vijftiende eeuw is in het zuidwestelijke deel van het plangebied, gezien het gebruik als bouwland in de negentiende eeuw, vermoedelijk een plaggendek ontstaan, waardoor de onderliggende bodem, en eventueel aanwezige archeologische resten, tegen diepere bodemverstoringen zijn beschermd. In het noordoostelijke deel van het plangebied bevond zich tot in de eerste helft van de negentiende eeuw de meanderende Aa. Na de normalisatie is deze beek ten zuidwesten van het plangebied komen te liggen en is de beekloop gedempt. Voorafgaand aan de bouw van de school is het beekdal circa 1 m opgehoogd. Hoewel de bebouwing op palen is gefundeerd, zal de natuurlijke ondergrond afhankelijk van de dikte van het ophoogdek in meer of mindere mate verstoord zijn. Op basis van deze gegevens wordt aan het hoger gelegen zuidoostelijke deel van het plangebied een hoge verwachting toegekend voor archeologische waarden (nederzettingsresten, graven e.d.) uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen. Voor de steentijd geldt een lage tot middelhoge verwachting en voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd een lage verwachting. Het noordoostelijke deel heeft vanwege de ligging in een beekdal een middelhoge verwachting voor aan beekdal gerelateerde archeologische waarden (natte context, steentijd-nieuwe tijd), zoals resten van infrastructuur, voorwerpen gerelateerd aan jacht- en visvangst, nederzettingsafval, rituele depositie, vaartuigen, gegraven waterwerken en winplaatsen van grondstoffen e.d.</p><p>Uit het veldonderzoek blijkt dat het westelijke deel van het plangebied sterk is afgetopt. De archeologisch verwachting wordt hier, evenals ter hoogte van de huidige bebouwing, derhalve bijgesteld naar laag. De rand van het beekdal is in minder mate afgetopt. Derhalve wordt aan het gehele noordoostelijke deel van het plangebied (beekdal én de onverstoorde flanken van de dekzandrug en het periglaciale dal) een middelhoge verwachting (natte context) toegekend. Bij bodemingrepen dieper dan 50 cm in het gebied met een middelhoge verwachting wordt geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren om de archeologische verwachting te toetsen en aan te vullen. In het gebied met een lage verwachting wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.</p>
提供机构:
BAAC bv
创建时间:
2015-04-01



