Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Huppelseweg 1 te Winterswijk Huppel, gemeente Winterswijk (GD) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Huppelseweg 1 te Winterswijk Huppel, gemeente Winterswijk (GD)
收藏DANS Data Station Archaeology2022-09-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XZX-USTS
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in april 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Huppelseweg 1 te Winterswijk Huppel. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van twee panden en nieuwbouw van een woning met bijgebouw.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Op basis van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting laag voor jager-verzamelaars vanwege de grote afstand tot natuurlijke waterlichamen. Verder zijn eventuele - van oudsher ondiep gelegen - resten waarschijnlijk verstoord door het gebruik als bouwland. Voor sporen van bewoning van landbouwers (Midden-Neolithicum tot Late Middeleeuwen) geldt een algemeen middelhoge archeologische verwachting, waarbij moet worden opgemerkt dat het plangebied in ieder geval in de Nieuwe tijd in de periferie van de bouwlanden lag en waarschijnlijk pas laat is ontgonnen. Gedurende de Nieuwe tijd is vanwege het gebruik als bouwland in het overgrote deel een hoge zwarte enkeerdgrond ontstaan door plaggenbemesting. Specifiek voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit de Late Bronstijd-Vroege IJzertijd (complextype Urnenveld). Het noordelijk deelgebied (deelgebied 1) van het plangebied is waarschijnlijk grotendeels verstoord vanwege de aanwezigheid van onderkelderde varkensstallen.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het westelijke deelgebied 2 archeologische sporen bevat. Er is alleen een hoge archeologische verwachting archeologische resten van een urnenveld uit de Late Bronstijd/Vroege IJzertijd. Dergelijke resten zijn tussen deelgebied 1 en 2 in aangetroffen en in het westelijke deelgebied 2 is een onverstoorde bodemopbouw bestaande uit een plaggendek met daaronder (afgetopte) podzolgronden.<br>Het archeologisch niveau is te verwachten vanaf ongeveer 32,48 m +NAP (50 à 70 cm -mv). Het is gebruikelijk dat een bufferzone van minimaal 20 cm tussen diepte verstoring en top archeologische niveau wordt aangehouden. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen beperkt blijven tot 32,68 m +NAP (30 cm à 50 diepte t.o.v. huidig maaiveld). Bij bodemingrepen dieper dan 32,68 m +NAP (30 à 50 cm -mv) wordt voor het westelijke deelgebied 2 vervolgonderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).<br>Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Winterswijk. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Mw. Drs. Annemieke Lugtigheid Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.<br> </p>
创建时间:
2022-01-01



