Inventariserend Veldonderzoek (verkennende en karterende fase) gasleidingtracé Donkerbroek tie-in locatie bij Mounleane
收藏DANS Data Station Archaeology2012-03-19 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZM2-XSBZ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In mei van 2012 heeft Ingenieursbureau Oranjewoud BV in opdracht van Tulip Oil Netherlands BV een inventariserend veldonderzoek ‐verkennende en karterende fase‐ uitgevoerd. Aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen van Tulip Oil Netherlands BV een hogedruk gasleiding aan te leggen tussen Donkerbroek en de tie‐in locatie bij de Mounlaene, in de gemeenten Opsterland, Ooststellingwerf en Heerenveen. Het plangebied betreft een leidingtracé van 14 km. </p><p>In eerste instantie is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Aan de hand van dit onderzoek kon de bodemgesteldheid in het plangebied bepaald worden. Tijdens de verkennende fase is in een aantal boringen een (deels) intacte podzolbodem waargenomen en zijn enkele dekzandopduikingen zonder podzol herkend. Op deze locaties is een karterend booronderzoek uitgevoerd. Het karterend onderzoek had tot doel de omvang van de kanrijke zones en de aan‐ of afwezigheid van archeologische vindplaatsen binnen het plangebied vast te stellen.</p><p>Het veldonderzoek heeft aangetoond dat de bodemopbouw binnen het plangebied op grote delen verstoord is tot in het dekzand of de keileem, maar dat delen ook nog worden afgedekt door veen. De bodemopbouw binnen het plangebied bestaat grotendeels uit een bouwvoor/verstoorde laag op dekzand op keileem met in enkele boringen nog veen dat het dekzand afdekt. In het noordwesten van het plangebied ligt een keileemrug, die op enkele delen nog is afgedekt door dekzand. Ten noorden van deze keileemrug ligt het beekdal van het Koningsdiep. In het beekdal bestaat de laagopeenvolging van boven naar beneden uit een bouwvoor/verstoorde laag op veen (enkele boringen) op zand (dekzand of beekafzettingen). Vanaf boring 2007 loopt het plangebied uit het beekdal en wordt de bodem wederom gekenmerkt door een bouwvoor/verstoorde laag op dekzand op keileem met soms nog een laagje veen op het dekzand.<br>De mogelijke pingoruïnes binnen het plangebied zijn tijdens het booronderzoek niet herkend. De locaties zijn of ernstig verstoord of blijken te bestaan uit een uitblazingsbekken.</p><p>Tijdens het veldonderzoek zijn geen relevante lagen of archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van archeologische resten. Daarnaast is de bodem ter hoogte van de verwachte vuursteenvindplaats, binnen het plangebied, zodanig verstoord dat hier geen intacte resten meer worden verwacht.</p><p>In het beekdal van het Koningsdiep zouden nog wel archeologische resten in de vorm van puntvondsten kunnen voorkomen. Deze zijn namelijk niet op te sporen door middel van een booronderzoek. Op drie locaties (tabel 2) zijn nog veenlagen aangetroffen tot 1,3 ‐ 2 m ‐mv. Het gaat hier waarschijnlijk om dieper ingesneden geulen binnen het beekdal die zijn opgevuld met veen. Op deze locaties kunnen nog beekdal vondsten worden verwacht. In de rest van het beekdal (ter hoogte het booronderzoek) worden geen vondsten meer verwacht omdat hier de veenlagen waarin deze vondsten bewaard zouden zijn gebleven over het algemeen nog slechts sporadisch aanwezig zijn.</p><p>Met de geplande bodemingrepen (graven werkstrook en leidingsleuf) zullen geen archeologische resten worden bedreigd. Alleen op de drie locaties binnen het beekdal bestaat de kans op het aantreffen van archeologische resten. Deze mogelijke resten kunnen door realisatie van de geplande bodemingrepen verstoord worden.<br>Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen op het tracé wordt voor het overgrote deel van het plangebied geen nader vervolgonderzoek aanbevolen. Het overgrote deel van het plangebied kan worden vrijgegeven wat betreft archeologie.</p><p>De mogelijke pingoruïne tussen de boringen 304a en 305 waar een gestuurde boring is voorzien wordt eveneens wat betreft archeologie vrijgegeven. Omdat op de locatie geen pingoruïne is herkend is het op archeologische gronden niet meer noodzakelijk op deze locatie een gestuurde boring uit te voeren.</p><p>Een uitzondering hierop zijn de drie locaties binnen het beekdal van het Koningsdiep, hier kunnen nog archeologische resten verwacht worden. Daar waar het tracé deze locaties kruist (zie paragraaf 3.3.3) wordt dan ook een archeologische begeleiding geadviseerd bij het uitvoeren van de graafwerkzaamheden. Voor een archeologische begeleiding dient, in overleg met de opdrachtgever en aannemer die de bodemingrepen uitvoert, tijd te worden gecreëerd om het onderzoek te kunnen uitvoeren.</p>
提供机构:
Oranjewoud B.V.
创建时间:
2012-03-20



