Transect-rapport 2229: Een archeologische bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Biezenmortel, Biezenmortelsestraat 65. Gemeente Haaren (NB).
收藏DANS Data Station Archaeology2020-03-24 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZVJ-AV3Z
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In mei 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Biezenmortelsestraat 65 in Biezenmortel (gemeente Haaren). De aanleiding van het onderzoek wordt gevormd door de geplande bouw van twee woningen met bijgebouwen in het plangebied. Voor de zuidelijke woning is een omgevingsvergunning nodig. Voor de woning in het noorden van het plangebied is naast een omgevingsvergunning een bestemmingsplanwijziging nodig, aangezien dit perceel nu een agrarische bestemming heeft. Beide kavels hebben een oppervlakte van circa 1650 m2. De woningen en bijgebouwen zullen een totale oppervlakte beslaan van circa 510 m2. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3300 m2. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord.</p><p>Volgens het vigerende bestemmingsplan geldt in het plangebied een dubbelbestemming waarde – archeologie 2. Bij bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 en bij grondbewerkingen dieper dan 0,50 m onder het maaiveld bestaat een archeologische onderzoeksplicht. Daarnaast dient voor de wijziging van het bestemmingsplan een archeologisch onderzoek plaats te vinden, omdat wordt aangenomen dat na de bestemmingsplanwijzigingen grondwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Hierdoor zal de bodemopbouw en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. </p><p>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Aan de hand van beschikbare informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik binnen en rondom de plangebieden, wordt de kans bepaald dat binnen de plangebieden archeologische resten liggen. Hiertoe is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) en de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) zijn opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Deze informatie is aangevuld met relevante informatie uit relevante achtergrondliteratuur. Daarnaast is contact gezocht met de Heemkundekring "De Kleine Meijerij", tot 4 juni 2019 is geen informatie ontvangen. </p><p>Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>Conclusie<br>• In het bureauonderzoek is een middelhoge verwachting opgesteld voor de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen. Deze verwachting is gebaseerd op de landschappelijke ligging, namelijk op de overgang van een hoger gelegen dekzandrug in het zuiden naar een laag gelegen beekdal ten noorden van het plangebied. Daarnaast is sprake van een hoge verwachting op aantreffen van resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Deze verwachting is gerelateerd aan de ligging in de historische bebouwingslint langs de Biezenmortelsestraat en de Runsvoort. Hoewel er geen directe aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van historische bebouwing in het plangebied zelf, kan dit niet worden uitgesloten.<br>• Op basis van de resultaten van het veldonderzoek blijkt dat het in het plangebied dekzand aanwezig is. Het plangebied bevindt zich aan de rand van een dekzandrug die in het noorden over naar een dekzandvlakte. Bodemkundig is sprake van een bouwvoor op een C-horizont (A-C-profiel). Aan de hand van roestvlekken hoog in het bodemprofiel blijkt dat in het plangebied doorgaans natte omstandigheden zijn geweest. De top van het bodemprofiel is tevens tot 60 á 75 cm -Mv verstoord, getuige de vlekkerigheid van dit pakket en de inclusie van modern bouwpuin. Hiermee is een eventueel aanwezig archeologisch relevant niveau niet meer intact. Op basis van deze verstoring kan de verwachting zoals opgesteld in het bureauonderzoek naar beneden worden bijgesteld.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-03-25



