Transect-rapport 1683: Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Alphen aan den Rijn, Hoorn 196-198, gemeente Alphen aan den Rijn (ZH).
收藏DANS Data Station Archaeology2018-04-23 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-25B-XS7Y
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In april 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Hoorn 196 en 198 in Alphen aan den Rijn (gemeente Alphen aan den Rijn). De aanleiding van het onderzoek vormt de herontwikkeling van het terrein. De bestaande bebouwing ter plaatse van Hoorn 198 zal worden gesloopt, waarna een aantal nieuwe bouwkavels zal worden gerealiseerd. Hiervoor dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. </p><p>Bij de voorgenomen ingrepen zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Om de voorgenomen ontwikkelingen te kunnen laten plaatsvinden, is een omgevingsvergunning noodzakelijk. In het huidige bestemmingsplan voor het plangebied, Rijnhaven Oost 2017, is geen dubbelbestemming op het gebied van archeologie opgenomen. Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Alphen aan den Rijn is echter duidelijk dat als onderdeel van de vergunningsaanvraag een archeologisch vooronderzoek nodig. Dit rapport beschrijft de resultaten van het archeologisch vooronderzoek in het plangebied en voorziet in die plicht. </p><p>Uit het archeologisch vooronderzoek blijkt dat op een diepte vanaf 70-155 -Mv tot maximaal 145-75 cm -Mv sprake is van oeverafzettingen van de Oude Rijn. Deze zijn slap van aard en bevatten rietresten. Hoewel in de oeverafzettingen sporen bouwpuin en enkele grindjes zijn waargenomen, zijn deze archeologisch gezien weinig relevant. Deze zijn waarschijnlijk het gevolg van doorwerking of inwerking vanuit het opliggende ophogings- of egalisatiepakket, waarin veel bouwpuin en grind is aangetroffen.. Mogelijk is dit zelfs in de oeverafzettingen terecht gekomen door indraaien/indrukken tijdens het booronderzoek (wat nooit te voorkomen is). Op grotere diepte zijn veenrestanten en geulafzettingen aangetroffen, waarmee het waarschijnlijk is dat het plangebied gedurende de relevante periodes, de IJzertijd en de Romeinse tijd, onbewoonbaar is geweest. Daarmee is de middelhoge verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden bij te stellen naar een lage verwachting.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2018-04-24



