Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Vierburenweg 11 te Westeremden, gemeente Eemsdelta (GR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Vierburenweg 11, Westeremden, gemeente Eemsdelta (GR).
收藏DANS Data Station Archaeology2025-01-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/IJNQAZ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in oktober 2025 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Vierburenweg 11 te Westeremden. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige boerderij (woning met stal), gevolgd door nieuwbouw op grotendeels dezelfde locatie.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.<br>Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Het plangebied ligt in een zone met kwelderafzettingen, op de grens van een kwelderrug. Het kweldergebied is waarschijnlijk ontstaan tussen ruwweg 100 en 800 na Chr. Bodemkundig zijn kalkrijke poldervaaggronden van zandige klei te verwachten. In de Vroege Middeleeuwen lag Westeremden aan de Fivelboezem. Aanvankelijk was het daarmee een belangrijke havenplaats. In de loop van de 11e eeuw slibde de Fivelboezem geleidelijk dicht. In of na de 11e eeuw werd de Fivelboezem bedijkt. Het plangebied ligt op een huiswierde. In tegenstelling tot diverse huiswierden in de omgeving is deze niet aangemerkt als AMK-terrein. De te slopen woning met schuur dateert op basis van kadastrale gegevens in aanleg uit 1796. Naar opgaaf van de bewoner zijn de muren in de jaren ?80 opnieuw opgetrokken en rondom hebben diverse verbouwingen plaatsgevonden. De eerste historische vermelding dateert uit 1719 zodat mag worden aangenomen dat de huidige boerderij tenminste een oudere voorganger heeft gehad. Op een kaart uit 1832 is het erf geheel omgracht. Nadien zijn delen gedempt. Op het AHN is te zien dat binnen het omgrachte gebied feitelijk twee aaneengesloten opduikingen (wierden) aanwezig zijn. De hoogste is in ieder geval vanaf 1796 bebouwd geweest. Op oude kaarten vanaf 1832 is het centrale deel van deze tweede, lagere ophoging aldoor onbebouwd gebleven.<br>De wierde dateert vermoedelijk uit de Late Middeleeuwen. De funderingen van de oorspronkelijke bebouwing uit 1796 bevinden zich vermoedelijk nog in de wierde.<br>Wellicht ook zijn nog resten van een of meerdere voorgangers in het wierdelichaam aanwezig. Voor wat betreft resten uit de Nieuwe Tijd en waarschijnlijk ook de Late Middeleeuwen geldt daarom een hoge verwachting.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn in een raai over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Ter hoogte van de nieuwbouwlocatie zijn onder een verrommelde toplaag van ongeveer 70 cm resten van een wierde gezien. Daaronder liggen natuurlijke kwelderafzettingen.<br>Op basis van het booronderzoek worden archeologische resten verwacht. Gezien de beperkingen (de nieuwbouwlocatie is momenteel overwegend bebouwd: de huidige bebouwing gaat terug tot 1796 en mogelijk zijn resten voorgangers onder de huidige bebouwing aanwezig) adviseren we vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding conform protocol Opgraven.<br>Hiertoe dient een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen te worden opgesteld.<br>Selectieadvies Libau De gemeente (hierin vertegenwoordigd door Libau) wijkt af van dit advies. Men geeft aan dat de sloopwerkzaamheden onder archeologische begeleiding dienen plaats te vinden. Vervolgens moet voor de aanleg van de bouwkuip een archeologische opgraving plaatsvinden.<br>Mochten tijdens werkzaamheden elders op het erf grondwerkzaamheden plaatsvinden waarbij archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
创建时间:
2025-01-01



