five

Goyergracht Zuid 1 Eemnes Archeologische proefsleuven te Goyergracht Zuid 1 Eemnes, gemeente Eemnes. Een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

收藏
DataCite Commons2025-11-19 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/NR0BE6
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Buitenrand bv Eemnes is samen met civieltechnisch aannemer Rijkeboer uit Baarn bezig met de voorbereiding voor de aanleg van een ontsluitingsweg naar de parkeerplaats bij het tuincentrum De Bruin Tuin & Huis op het perceel ten noorden van Goyergracht Zuid 1 te Eemnes. De beoogde ontwikkeling is het afgraven van de bovengrond en het aanleggen van de ontsluitingsweg, waarbij een oppervlakte van ongeveer 700 m2 zal worden uitgegraven tot ca. 0,7 m beneden maaiveld.<br>Binnen het plangebied geldt op basis van het bureau- en booronderzoek uit 2018 een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen daterend vanaf het Laat-Paleolithicum tot de Vroege Middeleeuwen en een lage verwachting voor de periode Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd. In het kader van de voorgenomen werkzaamheden is geadviseerd om vervolgonderzoek uit te voeren. Dit is door opdrachtgever afgestemd met de gemeente. De gemeente heeft geen vervolgonderzoek in de vergunning voorgeschreven, maar opdrachtgever heeft met de gemeente afgestemd dat wel een archeologische onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek zal worden uitgevoerd.<br>De vraagstelling richt zich in hoofdzaak op het toetsen van de archeologische verwachting waarbij het voorkomen van archeologische sporen en de waardering van de aspecten aard, spreiding, datering, conservering en interpretatie van de in de bodem aanwezige sporen en vondsten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd centraal staan.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de KNA 4.1, het Kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) van Vestigia en conform het opgestelde PvE. De proefsleuven zijn aangelegd door een graafmachine met gladde bak.<br>Het eerste vlak is aangelegd onder leiding van een Senior KNA-archeoloog. Laagsgewijs is verdiept tot in de natuurlijke zandbodem (C-horizont). In totaal zijn er drie proefsleuven aangelegd met een diepte van tussen de circa 0,45 en 0,75 meter -mv, hiermee is 120 m2 opgegraven. De proefsleuven zijn niet overal tot de geplande ontgravingsdiepte van de toekomstige verstoring aangelegd, omdat de natuurlijke zandbodem al op een hoger niveau werd aangetroffen en dieper dan deze C-horizont geen archeologische sporen kunnen worden aangetroffen.<br>Een groot deel van de bodem binnen het plangebied is door handmatige en machinale bodembewerking en (recente) ingravingen verstoord. Hierdoor is in bijna het gehele plangebied de oude A-horizont niet meer intact en vermengt geraakt met de E-horizont. In het noorden van het plangebied is de B-horizont verspit tot in de C-horizont. Deze verspitting was ook al zichtbaar in het vlak tijdens het aanleggen van de proefsleuven. Centraal in het plangebied (proefsleuf 2) is nog een restant van een intacte bodem zichtbaar.<br>Dit komt door de aanwezigheid van een lichte depressie in het landschap waardoor de recente bouwvoor aanzienlijk dikker is en de oude A-horizont dieper ligt, hierdoor is deze nooit verploegd geraakt en nog duidelijk aanwezig. Op deze locatie is nog een intact A-E-B-C bodemopbouw aanwezig. In het zuiden van het plangebied is de bodem door (recente) vergravingen bijna geheel verstoord en is de intacte bodemopbouw niet meer aanwezig.<br>Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn drie sporen gedocumenteerd. In proefsleuf 1 is één spoor aangetroffen (S1001). In eerste instantie werd gedacht aan een greppelstructuur. Echter bleek na couperen dat deze maar 2 cm diep was. Mogelijk kan hier worden gesproken over de onderkant van een greppel of een langgerekte baan spitsporen die in dezelfde oriëntatie liggen als de spitsoren die in de B-horizont werden aangetroffen.<br>In proefsleuf 2 zijn nog twee sporen gedocumenteerd (S2001 & S2002). In beide gevallen gaat het om greppels die direct onder de verploegde/verspitte A + E-horizont liggen. Aangezien deze laag volledig is geroerd, kan niet met zekerheid worden gezegd of de greppels oorspronkelijk uit een hogere laag afkomstig zijn. De greppels hebben dezelfde oriëntatie als de spitsporen en greppel uit proefsleuf 1 en rijken tot net in de C-horizont. Het is daarom mogelijk dat de greppels uit dezelfde periode dateren als de spitsporen.<br>Deze greppels zijn mogelijk de restanten van oude perceleringsgrenzen. Op historisch kaartmateriaal, zoals de kadastrale kaart van 1811-1832, is te zien dat de percelen in het verleden oost-west waren georiënteerd, net als de aangetroffen sporen.<br>Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek wordt geconcludeerd dat in een groot deel van het plangebied de originele bodem zwaar verstoord is door handmatige en machinale bodembewerking en (recente) ingravingen. De spitsporen in de B-horizont van proefsleuf 1 tonen aan dat dit niet alleen in recente periode (2e helft 20e eeuw tot heden) heeft plaatsgevonden maar dat ook daarvoor al bodemverstorende werkzaamheden zijn uitgevoerd. De delen van het plangebied die nog onverstoord zijn, hebben echter ook geen archeologische indicatoren voor een vindplaats opgeleverd. De twee greppels en de langgerekte baan spitsporen kunnen, gezien hun oriëntatie, worden gerelateerd aan de historische percelering die binnen het plangebied in het verleden (al voor de 19e eeuw) oost-west was georiënteerd.<br>Deze sporen hebben echter ook geen vondstmateriaal opgeleverd en hebben geen verdere archeologische waarde.<br>Op grond van de onderzoeksresultaten is vastgesteld dat geen sporen en/of vondsten van een archeologische vindplaats uit de periode van het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd aanwezig zijn binnen het plangebied. Hierdoor kan de archeologische verwachting voor de locatie van de toekomstige ontsluitingsweg worden bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dat geen verdere vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk zijn en dat het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen. De in het PvE voorgestelde eventuele doorstart naar een opgraving komt daarmee te vervallen.<br>Het bevoegd gezag, de gemeente Eemnes, dient eerst over dit advies een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Eemnes, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-19
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务