Plangebied KGF1 NH3 Stripper project te Velsen-Noord, gemeente Velsen. Archeologisch vooronderzoek:
收藏DataCite Commons2025-01-23 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/FE9UUD
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Tata Steel heeft RAAP in september 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied KGF1 NH3 Stripper project te Velsen-Noord in de gemeente Velsen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: • Vanaf 24 m -mv is de top van het ijstijdlandschap te verwachten met een niet nader te specificeren verwachting op de aanwezigheid van resten van tijdelijke kampementen van jager-verzamelaars uit de steentijd. De geplande ingrepen raken dit niveau naar verwachting niet. • Vanaf 5 m +NAP (vanaf 3 m -mv) zijn in de top van de Oude Duinen resten te verwachten van bewoning uit de periode ijzertijd tot in de middeleeuwen. De geplande gegraven ingrepen raken dit niveau ter plaatse van ingrepen die dieper gaan dan 3 m -mv (de drain tanks). Ook funderingspalen zullen dit niveau raken. • In principe kunnen vanaf het maaiveld nog resten van bewoning in het pakket Jonge Duinen aanwezig zijn uit de middeleeuwen, maar niet uit de nieuwe tijd. • Plaatselijk kunnen zich bodemverstoringen tot naar schatting 3 m diep in het plangebied bevinden. Met name het noordelijke gedeelte van het westelijke deelgebied ligt vol met kabels en leidingen. De overige delen van het plangebied zijn ook niet vrij van ondergrondse infrastructuur. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de in het plangebied voorgenomen gegraven ingrepen plaatselijk behoudenswaardige archeologische resten bedreigen. Verwachte resten uit de middeleeuwen binnen de diepte van de gegraven ingrepen in het pakket Jonge Duinen zijn naar verwachting tezeer verstoord en de verwachte oudere en onverstoorde resten van bewoning uit oudere periodes in het Oude Duinlandschap worden plaatselijk geraakt. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen gegraven bodemingrepen een vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht daar waar ingrepen dieper reiken dan 4 m -mv / 5 m +NAP, in de vorm van een verkennend booronderzoek. Dit onderzoek heeft tot doel te bepalen of relevante archeologische niveaus in de bodem aanwezig zijn en of ze nog intact zijn. Blijkt dit zo te zijn, dan is het booronderzoek eenvoudig uit te breiden naar een karterend booronderzoek, met als doel archeologische resten ook daadwerkelijk op te sporen. Ook wordt dit oudere niveau van de Oude Duinen geraakt door funderingspalen. Hiervoor luidt ons advies om het palenplan zodanig te ontwerpen dat niet meer dan 2% van de oppervlakte van het plangebied wordt verstoord.1 Daarnaast is het aanhouden van een minimumafstand tussen palenrijen van 4 m aan te bevelen, omdat zo eventueel onderzoek in de toekomst niet door een palenwoud onmogelijk wordt gemaakt. Wanneer overschrijding van de 2% onvermijdelijk is, of tijdens het karterend booronderzoek archeologische resten worden aangetroffen, ligt normaal gesproken een proefsleuvenonderzoek voor de hand. Gezien de verwachte diepte van de te verwachten archeologische resten (4 m, waarschijnlijk meer) is dit echter in deze zandbodem niet alleen logistiek erg lastig, maar zal de daarvoor benodigde ontgraving altijd meer verstoren dan het palenplan. Daarom wordt bij overschrijding van die 2% en/of het aantreffen van archeologische resten bij karterend booronderzoek geadviseerd de geplande palen voor te boren bij wijze van waarderend booronderzoek, met een boordiameter die voldoende mogelijkheden biedt om bodemmonsters voor specialistisch onderzoek te kunnen nemen, mocht inderdaad een archeologische vindplaats worden aangetroffen. Het karterende booronderzoek is immers meteen ook de laatste fase van archeologisch onderzoek. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Velsen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-22



