Rapportage Quickscan en verkennend booronderzoek Archeologie Plangebied Paul Captijnlaan 10-16 te Poeldijk, Gemeente Westland
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zvg-dqwu
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Klok Groep uit Nijmegen een archeologische Quickscan en een verkennend booronderzoek uitgevoerd, ten behoeve van het plangebied aan de Paul Captijnlaan 10-16 te Poeldijk. De aanleiding voor het onderzoek is de geplande nieuwbouw ter plaatse op percelen die nu nog agrarisch (kassen) in gebruik zijn. De ontwikkeling beslaat de percelen 4157 (5.115 m²), 4331 (6.625 m²) en 7577 (10.373 m²) met een totaal oppervlak van 22.113 m². De diepte van de verstoring door de fundering is onbekend maar zal dieper zijn dan de vrijstellingseis. De toekomstige gebruiker is nog niet bekend. Het plangebied ligt op de archeologische beleidskaart van Gemeente Westland in een zone met verwachtingswaarde II, waarbij de gemeentelijke eis is om bij bodemingrepen vanaf 250 m² en dieper dan 50 cm een archeologisch onderzoek uit te voeren. Bureauonderzoek De pleistocene ondergrond bevindt zich op een diepte van 16-20 m-mv. Bewoningsresten uit het Laat-Paleolithicum-Mesolithicum zijn hier mogelijk. In het Laagpakket van Zandvoort en het Laagpakket van Wormer zijn vindplaatsen uit de periode Neolithicum – Bronstijd mogelijk. Deze lagen bevinden zich op een diepte van circa 3,00 m-mv. Op de top van het Hollandveen dat zich op een diepte van 1,90-2,70 m-mv in de bodem bevindt, kunnen vindplaatsen en vondsten uit het Neolithicum-Bronstijd-IJzertijd aangetroffen worden. De kans op sporen uit de Vroege Middeleeuwen is gering. Indien er toch vindplaatsen aanwezig zijn dan liggen de mogelijke sporen uit de Vroege Middeleeuwen op hetzelfde niveau als de vindplaatsen uit de Romeinse tijd. Eventuele vindplaatsen bestaan uit nederzettingsterreinen, begravingen of infrastructuur. De sporen uit de Late Middeleeuwen bevinden zich doorgaans in de sedimenten van de Laag van Poeldijk. Mogelijk dat in het noordelijk deel van het plangebied deze laag nog aanwezig is. In het Laagpakket van Walcheren kan tenslotte bewoning uit de Late Middeleeuwen hebben plaatsgevonden die voor 1712 al was verdwenen. Van twee boerderijen die op de kaart van Kruikius voorkomen bestaat het vermoeden dat tenminste één boerderij terug gaat tot de Late Middeleeuwen. In het gehele plangebied geldt daarom een hoge trefkans voor sporen van erven uit deze periode. Tenslotte is er voor het gehele plangebied een hoge kans op aantreffen van de Nieuwe Tijdse vondsten die gerelateerd zijn aan de agrarische functie van het plangebied. Veldonderzoek Het doel van inventariserend veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en of verwachte archeologische waarden in een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Op basis van het booronderzoek is de aanwezigheid van de Gantellaag in 18 van de 24 gezette boringen vastgesteld. Het ontbreken van de fosfaten in de boringen 6 en 12 hangt vermoedelijk samen met de aangetroffen geulafzettingen in deze boringen. Hoewel in de naastliggende boringen 7 en 13 geen geulafzettingen zijn aangetroffen kan de Gantellaag hier eveneens verdwenen zijn als gevolg van de erosie vanuit het aanwezige krekenstelsel, dat mogelijk nog deels actief was in de Late IJzertijd en/of vroeg Romeinse Tijd. De afwezigheid van de Gantellaag in boring 10 houdt mogelijk verband met de vlakbij aanwezige sloot, waardoor het oorspronkelijke bodemprofiel vergraven is. Op basis van de boorgegevens kan worden gesteld dat de hoge verwachting in het noordelijke deel gehandhaafd blijft en dat de lage verwachting in het zuidelijke deel naar boven dient te worden bijgesteld. SelectieadviesIn navolging van het advies uit het bureauonderzoek wordt naar aanleiding van het verkennend booronderzoek geadviseerd om nader onderzoek te doen op die locaties in het plangebied waar de Gantellaag in het booronderzoek is aangetroffen (zie Afbeelding 16). Hierbij dient uitgegaan te worden van 10% van het totale plangebied dat door middel van sleuven onderzocht wordt. Tijdens het onderzoek dient bepaald te worden of in de Gantellaag sporen aanwezig zijn van een nederzetting. Ook dient in navolging van het onderzoek van het ADC op de naastgelegen percelen bepaald te worden wat het verdere verloop is van het aanwezige krekenstelsel. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek zal bepaald worden of een opgraving noodzakelijk is. Gravend onderzoek is zowel geschikt voor het bepalen van de aanwezigheid van vindplaatsen als het waarderen van deze vindplaatsen. Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter toetsing wordt aangeboden aan de gemeentelijk archeoloog van gemeente Westland (mw. drs. M. Burger). SelectiebesluitOp 18 september 2018 is het onderhavige rapport beoordeeld door de gemeente Westland (mw. drs. M. Burger) en is het selectieadvies van Hamaland Advies onderschreven: “Ondergetekende gaat daarom akkoord met het voorstel om conform de in het rapport opgenomen Advieskaart vervolgonderzoek Plangebied Paul Captijnlaan 10-16 te Poeldijk (afbeelding 16) de archeologische verwachting te toetsen door middel van een waarderend proefsleuvenonderzoek . Het waarnemingsnet wordt dan verdicht om de aan-of afwezigheid, de aard, omvang, diepteligging, datering, gaafheid, conservering inhoudelijke kwaliteiten uiteindelijk de behoudenswaardigheid van de archeologische waarden vast te stellen. De vorm van het onderzoek en de eisen die daaraan worden gesteld, dienen te worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE) dat voorafgaande aan de graafwerkzaamheden ter beoordeling aan het bevoegde gezag, de gemeente West land dient te worden voorgelegd.”Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de gemeentelijk archeoloog van de Gemeente Westland (e-mail: mburger@GemeenteWestland.nl ).
创建时间:
2024-01-31



