five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Traverse (westelijk deel) deellocatie aanleg parallelweg te Dieren, gemeente Rheden

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-2ah-2kgk
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Conclusie bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek wordt een hoge trefkans gegeven voor archeologische resten uit alle perioden. Dieren is in de Vroege Middeleeuwen ontstaan. Het plangebied is gelegen op een es en op de historische kaarten in gebruik geweest als akkergrond. Gezien de situering van het plangebied op een daluitspoelingswaaier is het mogelijk dat erosie heeft plaatsgevonden van oude bodems, waarbij archeologische waarden verloren zijn gegaan. Ten westen van het plangebied is de N348 uit 1970 en een gasleiding aanwezig. In 1983 is een 500-ponder opgeruimd. De verwachtte verstoringen liggen in het westelijk deel nabij de weg en gasleiding. Voor de rest van het plangebied worden (ondiepe) verstoringen door agrarische grondbewerking, verwacht. In de omgeving zijn veel archeologische meldingen bekend vanaf het Mesolithicum.Het plangebied speelt bovendien een rol in de historie van de Tweede Wereldoorlog. Er zijn zover bekend binnen het plangebied geen (permanente) ingegraven of uitgebouwde stellingen geweest, waardoor geen spoorniveau uit de Tweede Wereldoorlog verwacht wordt. Beschietingen en bombardementen zullen uiteraard hun sporen hebben achtergelaten. In of direct onder het maaiveld kunnen resten van (gesprongen en niet gesprongen) munitie of verpakking hiervan terecht zijn gekomen. Daarom is voorafgaand aan de graafwerkzaamheden door Armaex een onderzoek uitgevoerd naar NGE op basis van de WSCS-OCE. Het archeologische niveau wordt verwacht in het plaggendek, een oude akkerlaag daaronder en in het dekzand. De C-horizont wordt verwacht op een diepte van 0,90 m. Het plaggendek heeft een verwachtte dikte van 60 cm. Omdat de werkzaamheden tot op een diepte van 1,00 m-mv gaan, worden potentiele archeologische niveaus geraakt en is booronderzoek noodzakelijk om de intactheid van de bodem te toetsen en bij een intacte bodem archeologische vindplaatsen vast te stellen en zo ja, welke en waar (welke diepte)en in welke vorm.Conclusie Veldonderzoek Uit het karterend booronderzoek blijkt dat de basis van het bodemprofiel bestaat uit een dik grindpakket van een daluitspoelingswaaier, waarop een 10 tot 20 cm dikke laag dekzand afgezet is. Op het dekzandpakket is vermoedelijk pas in de Nieuwe Tijd een relatief dunne eerdlaag gevormd, die gemiddeld 40 cm dik is. De eerdlaag wordt afgedekt door een subrecente iets humeuze bouwvoor van eveneens 40 cm dikte. Archeologische spoor- en/of vondstniveaus zijn niet aangetroffen. Archeologische indicatoren ontbreken.Selectie advies Op basis van het ontbreken van archeologische vindplaatsen adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied te laten uitvoeren. Door de zeer dunne laag dekzand op een ondergrond van grind en grindrijk zand was het plangebied ook niet erg geschikt voor landbouwende samenlevingen. Er kunnen hoogstens vuursteenstrooiingen aanwezig zijn van Steentijdsamenlevingen. Deze zijn niet of nauwelijks aan te tonen met behulp van karterend booronderzoek. Dit ook geldt voor het aantreffen van grafvelden. Ten noorden van het onderzoeksgebied (ten westen van de Lange Juffer) is op de maïsakker weliswaar een grafveld met crematies aangetroffen, waarvan de begrenzing nog niet is vastgesteld, maar de ondergrond waarin deze graven zijn aangetroffen is niet vergelijkbaar met die in het onderhavige plangebied ten zuiden van de Traverse. Ter plaatse van vindplaats 1 is namelijk sprake van een laag colluvium op een ondergrond van dekzand. De graven op vindplaats 1 zijn direct onder de oude eerdlaag aangetroffen in het colluvium. Dit colluvium ontbreekt in het onderhavige onderzoeksgebied aan de zuidzijde van de Traverse. Onder het pakket colluvium (1C-horizont) bevindt zich bovendien aan de noordzijde van de Traverse ter plaatse van vindplaats 1 een pakket dekzand (2Cg-horizont) met een gemiddelde dikte van 30 cm. In het door middel van boringen onderzochte zuidelijke deel is het dekzandpakket grindig en slechts 10 tot 20 cm dik. Hierdoor was het niet goed mogelijk om hier graven of grafkuilen aan te leggen, vanwege het onderliggende moeilijk doordringbare grindpakket van de daluitspoelingswaaier.Voorbehoud De resultaten van het bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) zijn getoetst door het bevoegd gezag, de Gemeente Rheden en diens adviseur, de regioarcheoloog (drs. J. Habraken) op 16 november 2016. De opmerkingen zijn in dit definitieve rapport verwerkt. Op basis van dit definitieve rapport nemen zij een besluit of vervolgonderzoek noodzakelijk is of dat het gebied vrijgegeven kan worden voor verdere ontwikkeling zonder vervolgonderzoek. Tot dan kunnen nog geen graafwerkzaamheden ondernomen worden. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort en de verantwoordelijk beleidsadviseur archeologie van de Gemeente Rheden (mw. M. Sanderman).
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务