Seringstraat 18, Ederveen (gemeente Ede)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-10-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z85-DUP5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in juli 2018 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Seringstraat 18 in Ederveen, gemeente Ede. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de herbouw van een woning.<br>Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit blijkt dat het plangebied zich op een dekzandwelving in de Gelderse Vallei uitstrekt. Vanwege deze ligging moet rekening worden gehouden met resten van tijdelijke jachtkampjes van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum. Dergelijke vindplaatsen manifesteren zich als strooiingen van (bewerkt) vuursteen en houtskool en grondsporen in de vorm van haardkuilen.<br>De relatief natte omstandigheden en veengroei maakten het gebied vanaf het Neolithicum of de Vroege Bronstijd ongeschikt voor bewoning. De kans op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode vanaf de Bronstijd t/m de 14e eeuw toen de ontginningen rondom het huidige Ederveen op gang kwamen wordt dan ook klein geacht.<br>Op basis van oude kaarten blijkt dat in het plangebied sprake is van een historisch erf. De vroegste datering van dit erf is niet bekend, maar zal gezien de geschiedenis van Ederveen zeker niet ouder zijn dan 17e eeuws. In de beginperiode bestond Ederveen uit slechts enkele erven en een allodiaal goed (‘De Bruyne Horst’). Pas nadat het veen was afgegraven kon het gebied, door graven van sloten, voldoende ontwaterd worden om ook akkerbouw mogelijk te maken en nam het aantal erven toe. Hoogstwaarschijnlijk is het ter plaatse van het plangebied aanwezige erf dan ook in recenter tijden ontstaan. Op het minuutplan van de gemeente Ede uit 1811-1832 is in het noordelijk deel van het plangebied sprake van een boerderij en een bijgebouw. Het gaat hierbij om vermoedelijk eenvoudige bebouwing, die volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafelen (OAT) aan een dagloner toebehoren. Deze bebouwing heeft in het begin van de 20e eeuw plaats gemaakt voor de huidige bebouwing die uit 1910 en later dateert. In hoeverre daarbij de funderingsresten van de oudere bebouwing zijn gesloopt is niet bekend. Behalve met funderingsresten moet rekening worden gehouden met ophogingslagen en afvalkuilen met daarin fragmenten van allerlei gebruiksvoorwerpen en bouwmateriaal.<br>Het centrale en zuidelijk deel van het plangebied heeft tot aan de oprichting van de bijgebouwen en het woonhuis in de 20e eeuw vermoedelijk geen bebouwing gekend. Op grond van oude kaarten moeten worden aangenomen dat deze delen in gebruik waren als boomgaard of (moes)tuin. Hier zijn behoudens losse vondsten dan ook geen archeologische resten te verwachten.<br>Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de natuurlijke ondergrond uit dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel) bestaat. Hierop bevindt zich een 30 tot 60 cm dik cultuurdek, dat plaatselijk wordt afgedekt door (sub)recent opgebrachte lagen. Bodemkundig gezien is er sprake van gooreerdgronden en enkeerdgronden.<br>In de top van het dekzand zijn geen sporen van bodemvorming waargenomen. Waarschijnlijk is de oude bodem opgenomen in de bovengrond. In geen van de boringen zijn puinhoudende lagen aangetroffen die verband houden met resten van historische erfbebouwing. Mogelijk zijn deze ter plaatse van de huidige bebouwing aan te treffen. Aangezien het hoogstwaarschijnlijk gaat om eenvoudige bebouwing met lichte funderingen is het aannemelijk dat overblijfselen hiervan door de aanleg van de huidige 20e eeuwse bebouwing en ingegraven putten verstoord zijn.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2019-10-12



