Maasgouw Stevensweert Vestingwerken Stevensweert Begeleiding
收藏DataCite Commons2025-06-13 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zjr-pa8s
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Het door ADC ArcheoProjecten uitgevoerde proefsleuvenonderzoek op de locatie Maasdijk – Singelstraat in Stevensweert (gemeente Maasgouw) leverde een diepgravend inzicht in de vestingwerken uit de Nieuwe tijd op deze locatie. Veel resultaten bevestigen de bevindingen die reeds in detail zijn neergeschreven door de heer H. Rutten1, maar een aantal nieuwe bevindingen vormen hierop een interessante aanvulling. De aanleiding voor het onderzoek waren de graafwerken uitgevoerd door Taken Landschapsplanning b.v. Op deze locatie, ten noorden van de dorpskern van Stevensweert, komt immers een reconstructie van een deel van de 17e-eeuwse vestingwerken te verrijzen. Aangezien de geplande werken het bodemarchief onherroepelijk schade zouden toebrengen, werd voor en tijdens de diepgravende verstoringen archeologisch onderzoek uitgevoerd naar de omvang, locatie, technieken, gaafheid en conservering van de eventueel nog aanwezige archeologische sporen en vondsten.In totaal werden er 12 proefsleuven aangelegd en werd vervolgens een groot deel van het ontgraven van de grachtboorden (werkputten 13-14) en –bodem (werkput 15) archeologisch begeleid. Van elke proefsleuf is telkens zowel het vlak als één lange zijde gedocumenteerd. Dit leverde een totaalbeeld op van de nog opvallend goed bewaarde restanten van de vesting. Zoals binnen de verwachtingen viel konden we van de ondergrondse delen van de vestingwerken nog in detail de opbouw reconstrueren.Maar ook van bovengrondse delen, zoals de wallen en het ravelijn, was het mogelijk minstens een deel van het profiel te hertekenen. Bovendien boden een aantal proefsleuven ons een nauwkeurige blik op de technieken die toegepast werden bij het manueel opbouwen van deze wallen. Een belangrijke vaststelling daarbij is dat de reconstructieplannen in grote mate overeenkomen met het oorspronkelijke ontwerp van de vesting.Met de aanleg van de vesting Stevensweert is men begonnen in het jaar 1633, kort nadat het eilandje in de Maas in de handen kwam van de Spanjaarden. De verdedigingswerken, met haar ‘ideale’ stervormige patroon, vormde het pronkstuk van een volledige verdedigingslinie die het volledige eiland omvatte. De vestingwerken bestonden uit een hoofdwal had zeven bastions, een buitenwal met wapenplaatsen, vijf ravelijnen en een verstevigd bruggenhoofd in de vorm van een gedetacheerd bastion aan de overzijde van de Nieuwe Maas. Later zouden er in het verlengde van de bastions nog vijf extra gedetacheerde bastions worden aangelegd.De vesting kende omwille van haar strategische positie een bewogen geschiedenis en ze diende telkens wisselende nationale belangen: Spanje-(Frankrijk) tussen 1633 en 1702, de (Oostenrijkse) Nederlanden van 1702 tot 1794, Frankrijk tussen 1794 en 1812, Nederland tussen 1812 en 1830, België van 1830 tot 1839 en ten slotte opnieuw en definitief Nederland. De overdracht tussen verschillende vijandelijke partijen gebeurde echter niet steeds als gevolg van een beleg, maar vaker na het sluiten van (internationale) verdragen. Doorheen de 18e eeuw leek de vesting reeds haar militaire belang verloren te hebben, en ondanks een korte opflakkering onder het Franse bewind, werd de vesting niet of nauwelijks meer onderhouden. Toch zou het tot 1874 duren alvorens er definitief tot de sloop van de aardwerken zou overgegaan worden. Sinds de tweede helft van de 20e eeuw gaan er echter stemmen op om (een deel van) de vestingwerken opnieuw te reconstrueren, een plan die pas in de 21e eeuw definitief haar beslag zou krijgen.Anderzijds zijn er ook elementen van de vesting die geen sporen hebben nagelaten. Werkput 12 werd aangelegd met het oog op het documenteren van eventuele restanten van het poortgebouw bij de Molenstraat Noord. Hiervan bleken geen restanten bewaard, grotendeels te verklaren door de diepgaande recente verstoringen op deze locatie. Eveneens van de tunnel doorheen de hoofdwal, vermoedelijk in hout uitgevoerd in haar laatste fase, konden geen sporen worden aangetroffen.Daarentegen konden we de exacte locatie van het loopbrugje tussen de tunnel en het ravelijn wel bepalen aan de hand van de teruggevonden clusters paalkuilen.Zoals te verwachten viel was het meeste vondstmateriaal afkomstig uit de diepere vullingen van de gracht en langs de grachtboorden. Aangezien er intensief met een metaaldetector werd gespeurd, is het metaal oververtegenwoordigd binnen de diverse vondstcategorieën. Opvallend is desondanks het relatief lage aantal vondsten uit de gracht. Het lijkt erop dat de grachten nooit in grote mate zijn gebruikt voor het dumpen van huishoudelijk afval. Inderdaad merken we dat ook de metaalvondsten voornamelijk onopzettelijk verloren voorwerpen en militaria betreffen, Meer bepaald gaat het hier om diverse bootshaken, bijlen, schoppen, een ruiterspoor, wat koperen en bronzen sierraden, beslag, (militaire) knopen en gespen, munten, spijkers, musketkogels en mortierscherven.De aanleg van de vestingwerken hebben het oudere archeologische landschap zo goed als volledig uitgewist. Zowel uit het voorafgaande booronderzoek als tijdens het proefsleuvenonderzoek kwam er uit de zone ter hoogte van de brug/tunnel telkens één handgevormde scherf, die in de IJzertijd kan gedateerd worden. Hier kon echter geen overeenkomstige bewoningslaag mee geassocieerd worden.Onder de westelijke zijde van het ravelijn kwam er een waterput opgebouwd uit mergelstenen tevoorschijn, die uit de periode kort voor de aanleg van de vestingwerken dateert. De waarneming dat zelfs van een diep spoor zoals deze waterput slechts de onderste twee steenlagen bewaard waren, is een duidelijke indicatie van de ingrijpende invloed die de aanleg van de vestingwerken gehad hebben op eventuele oudere archeologische resten.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-11



