Strijen Dordrecht Dordtsche Kil Scheepswrak MDO
收藏DataCite Commons2025-03-12 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zt6-ks7b
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Op 13 juni 2006 meldde Rijkswaterstaat Waterdistrict Merwede en Maas de vondst van een scheepswrak in de monding van de Dordtsche Kil. Tijdens baggerwerkzaamheden was op een omvangrijk obstakel gestuit, waarbij verschillende stukken hout zijn geborgen. Deze melding is de aanleiding geweest tot een omvangrijke onderwateropgraving, waarbij een samenwerking is opgezet tussen ADC Maritiem, Periplus Archeomare en Subcom. Gezien de complexiteit van het project en de locatie van het wrak aan de rand van de vaargeul van de drukbevaren Dordtsche Kil, is een uitgebreide voorbereiding aan de uitvoering van het project voorafgegaan.Bij de onderwateropgraving is samengewerkt tussen archeologen en beroepsduikers, waarbij gebruik is gemaakt van een goed uitgerust werkschip voorzien van spudpalen, een zuigpomp en een trilzeef. Dankzij de toepassing van multibeamopnamen en het gebruik van video en audio communicatie bij de duikuitrusting was de opgraving goed aan dek te sturen. Het wrak bleek een zogenaamde hektjalk uit de tweede helft van de 19e eeuw te zijn. Van het wrak was alleen het achterschip nog nagenoeg intact; het voorschip was vrijwel volledig verdwenen. Het schip heeft dankzij de vondst van een eikenhouten naambord met vergulde letters de naam ‘Jacob’ gekregen. In het verslag wordt toegelicht dat dit waarschijnlijk gewijzigd moet worden in ‘De Jonge Jacob’.De gaafheid van het achterschip en de inventaris die hierin werd aangetroffen, maakten het object dermate waardevol dat in overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed besloten is om dit deel van het wrak te lichten en in detail op de kant te onderzoeken. Ter voorbereiding van de lichting zijn vier hijsbanden onder het wrak door aangebracht en is het wrak onder water doorgezaagd. Op 20 december 2006 is het zonder al te veel problemen gelicht, waarna het getransporteerd is naar het Duivelseiland te Dordrecht. Daar is een loods om het wrak gebouwd en een sprinklerinstallatie aangebracht, zodat de conditie van het wrak stabiel kon worden gehouden.In de loods zijn documentatiewerkzaamheden verricht aan het wrak. Het is in zijn geheel opgemeten, waarna verschillende aanzichten en doorsneden zijn vervaardigd. Verder zijn de losse scheepsonderdelen met de digitale meetarm getekend. Hetzelfde is met de binnenbetimmering van het achteronder gedaan. Aan de hand van de documentatie van de kasten, de wanden en de vloer is een indeling gereconstrueerd van de leefruimte.Wat betreft de scheepsinventaris is uit de vergelijking met een Groninger tjalk en een Overijsselse Praam, die ongeveer in dezelfde periode zijn vergaan in de Zuiderzee, naar voren gekomen dat de vondstgroep van ‘De Jonge Jacob’ niet het volledige spectrum bevat van een binnenvaartschip. Een aantal categorieën is beperkt aanwezig of in het geheel niet. In het bijzonder ontbreken vondsten die in verband kunnen worden gebracht met koken, eten en de opslag van voedsel. Aan de andere kant geven de aanwezige categorieën duidelijk aan waar het vaartuig voor is ingezet: de zware blokken en lasthaken maken duidelijk dat het hier een vrachtschip betreft, dat gespecialiseerd was in het transport van zware ladingen zoals stenen en balken. Ook de constructie van de romp met de zwaar uitgevoerde kim, het brede vlak en het laadluik naast de achtersteven bevestigen deze functie. Op basis van de constructie van de romp kan geconcludeerd worden dat het schip gespecialiseerd was voor transport in de Nederlandse en Vlaamse delta. Hier waren zwaar uitgevoerde, goed wendbare schepen nodig, die bovendien droog konden vallen in de getijdenhavens.De vondst van een hektjalk geladen met Doornikse kalksteen in de monding van de Dordtsche Kil is een weergave van de ontwikkelingen in de Nederlandse wateren in de tweede helft van de 19e eeuw. De stenen zouden vermoedelijk toegepast moeten worden bij werken in het kader van de riviernormalisaties. Het betreft grootschalige werken die ertoe moesten leiden dat de rivieren minder grillig werden en dat ze veranderden in veilige vaarwegen voor grotere vrachtschepen. Het is aannemelijk dat Rijkswaterstaat toendertijd de opdrachtgever was.Voor deze werkzaamheden waren hektjalken bij uitstek geschikt. Dankzij de geringe diepgang en dankzij de spriet kon het schip lossen op iedere willekeurige plaats. Daarmee waren deze schepen ook gebonden aan een vaargebied, waarbinnen de schippers een thuishaven en een huis op de wal hadden. De deltaschippers verschilden daarmee in essentie van de wilde vaart, waar men het hele jaar door aan boord verbleef met het hele gezin. De 19e-eeuwse schippers in de delta waren naast schipper ook koopman van de goederen die ze vervoerden. Hiermee bereikte deze beroepsgroep een zekere sociale status en welvaart, die weerspiegeld is in de uitvoering van ‘De Jonge Jacob’. De reconstructie van het kleurgebruik van het achterschip heeft duidelijk gemaakt dat de romp grotendeels wit is geweest en dat bij de hekconstructie de kleuren rood en blauw zijn toegepast. Met de vergulde profiellijsten van de poortjes moet het achterschip een fraai aanzicht hebben gehad.Uit archiefonderzoek is gebleken dat de schipper Hendrik Ritmeester heette en dat hij getrouwd was met Adriana Cornelia Kieboom. Zij hadden een aantal kinderen en woonden in een huis aan de Hoogstraat in Werkendam. Gedurende de langere reizen konden de kinderen mee aan boord, zoals is gebleken uit de indeling van het achteronder. Tijdens de laatste fatale reis op 23 juli 1858 voer Hendrik met zijn vader Joachem aan boord. De laatste heeft de schipbreuk niet overleefd, zoals is gebleken uit een sectierapport uit Strijen. Verder is uit het archiefonderzoek naar voren gekomen dat het wrak een obstakel heeft gevormd in de monding van de Dordtsche Kil. Verschillende ministeries hebben zich met dit probleem bemoeid, maar uiteindelijk heeft de Koninklijke Marine het wrak naar eigen zeggen ’geheel geruimd’ in augustus 1858.Gelijktijdig aan de documentatiewerkzaamheden en het onderzoek aan het wrak, is met verschillende overheden onderhandeld over het vinden van een eindbestemming van ‘De Jonge Jacob’. Uiteindelijk is samen met de vereniging ‘De Binnenvaart’ te Dordrecht een gedetailleerd projectplan gemaakt, waarbij het wrak in een lashbak, ofwel een historische duwbak met afmetingen van 18,75 bij 9,50 bij 4 meter, geëxposeerd zal worden. Voor de uitvoering van het plan zijn verschillende subsidies verkregen, zodat besloten is in de zomer van 2009 tot uitvoering van het plan over te gaan. De expositie zal naar verwachting in 2011 in de Riedijkshaven in het centrum van Dordrecht, samen met het museumschip ‘De René Siegfried’ te bezichtigen zijn.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-13



