Transect-rapport 1333: Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven, met doorstart naar Opgraving. Wenum-Wiesel, Ramsbrugweg 48, Gemeente Apeldoorn (GD)
收藏DANS Data Station Archaeology2018-02-05 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2AU-T55G
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In februari 2017 is een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) met doorstart naar een Definitieve Opgraving (DO) uitgevoerd aan de Ramsbrugweg 48 in Wenum-Wiesel, gemeente Apeldoorn.<br>Resultaten<br>Tijdens het archeologisch onderzoek zijn paalsporen, greppels, een haardkuil, recente sporen en natuurlijke verstoringen aangetroffen, verdeeld over vijftig spoornummers. De paalsporen zijn te dateren in de IJzertijd en Nieuwe tijd. In de paalsporen zijn tenminste twee (gedeeltes van) gebouwstructuren herkend. In werkput 2 bevindt zich in het plaggendek een gedeelte van een structuur (1), waar waarschijnlijk binnenin een dierbegraving van een varken ligt. De zes paalsporen van de incomplete structuur worden aan de zuidkant begrensd door een (wand-)greppeltje/gootje (eventueel een ‘druppelgoot’). Structuur 1 zou een schaapskooi kunnen zijn geweest, die vanwege de lichtere structuur en tijdelijke aard niet op historisch kaartmateriaal is gekarteerd. Structuur 1 is op basis van een wandfragment roodbakkend, in- en uitwendig geglazuurd aardewerk uit paalspoor 23 gedateerd in de Nieuwe tijd (16e - 20e eeuw). In werkput 4 ligt structuur 2, een vier- à vijfpalige spieker die dateert in de IJzertijd op basis van een handgevormde aardewerkscherf uit paalspoor 28. Andere paalsporen in werkput 4 zouden uit de IJzertijd kunnen stammen, maar bij gebrek aan vondstmateriaal is dit onduidelijk. Over het algemeen geldt dat de jongste sporen van de opgraving zich in het noordwestelijk deel van het plangebied bevinden, terwijl de oudste sporen in het zuidoostelijk deel van het plangebied zijn gelegen. Enige uitzondering hierop is de vroegmesolithische haardkuil uit ca. 7644 voor Chr. die in werkput 1 (noordwesten) is gevonden.<br>De bodemopbouw in werkput 2 t/m 4 is als volgt: Onder een plaggendek dat 60 - 70 cm dik is en bestaat uit humusrijk, donkergrijs matig fijn zand, is een oude akkerlaag aanwezig die aan de basis door bioturbatie is verrommeld. Vanwege het dikke plaggendek behoort deze tot de hoge zwarte enkeerdgronden. De oude akkerlaag is vaal grijsbruin van kleur en bevat enkele houtskoolfragmenten. Deze oude akkerlaag is alleen in profiel 3 in werkput 1 niet aanwezig (het meest noordelijke profiel van het proefsleuvenonderzoek). Onder de oude akkerlaag is het dekzand (C-horizont) aanwezig. Door de bioturbatie is de basis van het oude akkerdek vermengd geraakt met de top van het dekzand. Het dekzand lijkt niet afgetopt te zijn. Dit wordt aangenomen, omdat er in het zuidoostelijke deel van het plangebied archeologische sporen aanwezig zijn die dateren in de Bronstijd en/of IJzertijd. Werkput 1 in het noordwestelijke deel van het plangebied laat een iets ander beeld zien. Hier bevindt zich vanaf het maaiveld een verstoord pakket van ca. 18 cm dik. Daaronder is een verploegd plaggendek aanwezig van ca. 20 cm dik. Daar weer onder is in profiel 3 een overgangslaag van de inspoelingshorizont naar het dekzand waargenomen (BC-horizont) en daaronder tot slot het dekzand dat bestaat uit matig grof, kalkloos zand met wat grind en is, net zoals in het vooronderzoek, geïnterpreteerd als daluitspoelingswaaierafzettingen die behoren tot de Formatie van Boxtel. In profiel 4 in werkput 1 is boven de BC-horizont ook nog een B-horizont (inspoelingslaag) aangetroffen. De B-/BC-horizonten bevinden zich alleen ter hoogte van werkput 1 binnen het plangebied. Werkput 1 heeft dus de meest intacte bodemopbouw voor wat betreft de B-/BC- en C-horizonten (podzolering), maar heeft geen dik plaggendek en heeft een verstoorde bovenlaag.<br>Op basis van het archeologisch onderzoek kan gezegd worden dat podzolering van de bodem alleen te zien is in werkput 1 in profiel 3 en 4, in dit geval een haarpodzol. In profiel 3 zijn ook nog restanten van de E-horizont (uitspoelingslaag) zichtbaar als lichtgrijze vlekken in het verploegde plaggendek. Dit geeft aan dat er sprake is geweest van een volledige podzolering binnen het plangebied, maar dat deze door verploeging deels verstoord is geraakt of zelfs helemaal is verdwenen. Werkput 1 ligt ter hoogte van bebouwing die aanwezig was binnen het gebied (figuur 6), wat de afwijkende bodemopbouw ten opzichte van de rest van het plangebied kan verklaren.<br>Afgezien van de vondsten uit paalspoor 23 en 28 is het vondstmateriaal uit het plaggendek (spoor 1001) afkomstig en dateert in de periode Bronstijd/IJzertijd, Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Tot slot is in de recente kuil spoor 36 o.a. plastic aangetroffen. De oude akkerlaag die aanwezig is binnen het plangebied zou uit de Bronstijd en/of IJzertijd kunnen stammen. Door opspit is het mogelijk dat dit oudere materiaal in het jongere plaggendek terecht is gekomen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2018-02-06



