AM25004 - Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase door middel van boringen Dunsedijk 1 te Lage Mierde (Gemeente Reusel-De Mierden)
收藏DataCite Commons2026-02-09 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/GV23CO
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In de periode juli – september 2025 is door Aeres Milieu, in opdracht van Reland, een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Dunsedijk 1 te Lage Mierde 1 (gemeente Reusel-De Mierden). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1,6 ha. Aanleiding voor het laten uitvoeren van dit archeologisch onderzoek betreft een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) ten behoeve van de (her)ontwikkeling van de locatie. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bedrijfsbebouwing/stallen te saneren. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Aansluitend worden drie nieuwe woningen gerealiseerd. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Reusel-De Mierden deels in de zone ‘Categorie 4: Gebied met hoge verwachting’ en deels in de zone ‘Categorie 3: Gebied met hoge verwachting (historische kernen en linten)’. Voor de Categorie 3 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 40 cm beneden maaiveld. Voor de Categorie 4 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm beneden maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied binnen een terrasafzettingswelving bedekt of opgevuld met dekzand. Op het AHN is een duidelijk reliëf te herkennen binnen de dekzandvlakten, waarbij het gebied ten zuidoosten van het plangebied relatief hoog in het landschap ligt. Het plangebied zelf ligt in een lager gelegen deel niet te ver van de beekdalbodem van de Raamsloop. De ligging van het plangebied in een relatief laaggelegen deel van een dekzandvlakte zal voor latere landbouwende samenlevingen niet direct een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Men zal zich voornamelijk op de hooggelegen dekzandruggen en de hoge delen van de dekzandwelvingen hebben gevestigd, zoals die aanwezig zijn ten zuiden en oosten van het plangebied. Vindplaatsen uit het neolithicum, bronstijd, ijzertijd en uit de Romeinse tijd bevinden zich in de omgeving dan ook binnen deze delen van het landschap en liggen relatief ver verwijderd van het plangebied. Toch kan zeker niet uitgesloten worden dat ook de lagere delen in het gebied als vestigingslocatie zijn gekozen. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de splitsing van de Dunsedijk en de Neterselsedijk. De Neterselsedijk loopt vanuit de historische kern van Lage Mierde oostwaarts. Uit bestudering van de historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste begin 19e eeuw grotendeels onbebouwd was. In het westelijk deel staan wel twee woonhuizen ingetekend en ook elders aan de Neterselsedijk staan meerdere gebouwen ingetekend. Deze zijn onderdeel van het buurtschap Mispeleind. Vanaf circa 1970 worden de huidige stallen gerealiseerd. De onbebouwde percelen waren in gebruik als weiland of als bouwland. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond in het westelijke deel van het plangebied en daarmee een eerddek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT IV en hoger) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-profiel. De top van de bodem is niet meer in oorspronkelijke vorm aanwezig. Dit betekent dat de oorspronkelijke top van de C-horizont ontbreekt en daarmee het potentieel archeologisch niveau voor de periode jager verzamelaars niet meer intact is. Om deze redenen wordt de verwachting voor de periode laat-paleolithicum – mesolithicum bijgesteld van hoog naar laag. Voor de periode neolithicum – vroege middeleeuwen wordt de middelhoge verwachting bijgesteld naar laag vanwege de gleyverschijnselen en de lichte kleur van de natuurlijke ondergrond (natte omstandigheden). In het plangebied was historische bebouwing aanwezig die mogelijk terug kunnen gaan tot de (late) middeleeuwen. Een veldonderzoek middels boringen is geen geschikte methode voor het opsporen van dieper in gegraven sporen, zoals muren en funderingsresten. Op basis hiervan blijft de hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd gehandhaafd. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Reusel-De Mierden), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-02-05



