Plangebied Ruimtekwartier Maarssenbroek te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht.
收藏DataCite Commons2025-01-27 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/PFZUVO
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van de gemeente Stichtse Vecht heeft RAAP in mei 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Ruimtekwartier Maarssenbroek te Maarssen in de gemeente Stichtse Vecht (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan ten behoeve van verscheidene werkzaamheden waaronder het verwijderen van het bestaande riool en het aanbrengen van een nieuw riool. Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: • In het laat-paleolithicum en mesolithicum was het plangebied onderdeel van een dekzandgebied. Het oppervlak uit deze perioden bevindt zich tussen 3,40 – 5,20 m -mv (4,10 – 5,80 m -NAP). Langs de Maarssenbroeksedijk bevindt de top van het dekzand zich rond 5 m -mv. Ter hoogte van de Ruimteweg ligt de top op 3,40 m -mv. Gezien de hoogteverschillen van het dekzand is er sprake van een gradiëntzone. Hierdoor bevindt het plangebied zich op een overgang van een laag naar hoog. Dergelijke gebieden vormden een geschikte locatie voor jacht- en extractiekampen. Zulke vindplaatsen op soortgelijke locaties zijn echter niet bekend in de omgeving. Zodoende wordt er een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen van jager-verzamelaars. • Het plangebied ligt in het stroomgebied van de Oude Rijn en haar zijrivieren. In de periode neolithicum – Romeinse tijd was het plangebied onderdeel van het komgebied. Vanwege het drassige karakter van het veen- en komgebied worden geen archeologisch relevante lagen tussen het neolithicum en de Romeinse tijd verwacht. Hierdoor geldt een lage verwachting voor de periode neolithicum – Romeinse tijd. • Op basis van archeologische gegevens uit de omgeving blijken oevers van de Oude Rijn in het plangebied te liggen. In de oeverafzettingen is een oude bouwvoor aanwezig tussen 0,90 – 1,25 m -mv (1,16 - 1,22 m -NAP). Verder zijn bij eerder uitgevoerde onderzoeken onder andere perceleringssloten aangetroffen. De resultaten wijzen erop dat vermoedelijk al in de late middeleeuwen (en mogelijk eerder) bewoning op de oevers heeft plaatsgevonden en dat het plangebied deels in een overgangszone ligt van de oevers naar het komgebied. Hierdoor geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologisch relevante lagen in het deel van het plangebied dat aan de Maarssenbroeksedijk grenst. • In de nieuwe tijd heeft, op basis van historisch kaartmateriaal, bewoning met name langs de Maarssenbroeksedijk plaatsgevonden. Tevens kunnen resten van de Maarssenbroeksedijk in het plangebied worden verwacht. Hierdoor kunnen ook voor deze periode resten uit de nieuwe tijd langs de dijk, en delen van de overige wegen (Burgermeester Waverijnweg (Nabij kruising met de Maarssenbroeksedijk en Kometenweg) en groene gebieden die aan de Maarssenbroeksedijk grenzen, in het plangebied worden verwacht. • Vanaf de Ruimteweg en de delen van het plangebied ten westen van deze weg (o.a. Maarssenbroekseslag) worden geen archeologische verwacht. Op basis van de resultaten uit bureauonderzoek bevindt het westelijke deel van het plangebied zich in het komgebied. Daarnaast lijkt er, op basis van historische kaarten, geen bewoning in dit deel van het plangebied te hebben plaatsgevonden. Er geldt hiervoor dan ook een lage verwachting. • In het plangebied zullen verschillende ingrepen plaatsvinden ten behoeve van de aanleg van rioleering. De ingrepen langs de Ruimteweg zullen een diepte van 3 m -mv bereiken. Bij de Maarssenbroeksedijk gaat het om een diepte van circa 3,50 m -mv. Daarnaast zal op de Burgermeester Waverijnweg en de toekomstige Maarssenbroeksedijk een ontgraving tot 0,60 m -mv plaatsvinden voor het aansluiten van de asfaltconstructie (nieuwe weg) en een fietstunnel. Voor het aanleggen van de nieuwe weg zal een ophoging van circa 3 m worden gerealiseerd. Op deze locatie wordt geen riool gelegd. Op de kruising Kometenweg-Maarssenbroeksedijk zal mogelijk de reeds aanwezige duiker worden verlengd. Bij deze ingreep zal de ondergrond tot 4 m -mv worden ontgraven. Nabij de Maarssenbroekseslag wordt een fietstunnel in de bestaande ophoging van de afrit van de N206. • Langs een groot deel van de Kometenbaan zullen geen ingrepen plaatsvinden. Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door de ingrepen niet dieper dan 0,60 m -mv te laten reiken. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek. Dit verkennend booronderzoek zal in de delen van het plangebied aan of nabij de Maarssenbroeksedijk moeten plaatsvinden (figuur 13). Een dergelijk vervolgonderzoek heeft tot doel de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen, met in het bijzonder het opsporen van mogelijke oevers die in eerdere onderzoeken zijn aangetroffen. Tevens zullen resten van de dijk ook worden onderzocht, voor zover dit met een booronderzoek mogelijk is. Aan de hand van de resultaten van het booronderzoek kan de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting worden getoetst en kunnen concrete gegevens worden verzameld over gaafheid en diepteligging van de verwachte archeologische resten. In het overige deel van het plangebied (Ruimteweg, Kometenweg, Maarssenbroekseslag, kruising Burgermeester Waverijnweg – Maarssenbroeksedijk en kruising Burgermeester Waverijnweg – Ruimteweg) wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen (figuur 13). Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Stichtse Vecht, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-23



