Archeologisch onderzoek DAF terrein Hugo van der Goeslaan 1 te Eindhoven, gemeente Eindhoven
收藏DataCite Commons2025-11-10 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VLSXCK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van DAF Nederland B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch
inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd naar de locatie
Hugo van der Goeslaan 1 te Eindhoven, gemeente Eindhoven (zie bijlage 1).
De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen voor herontwikkeling van het gebied.
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt er voor het plangebied een middelhoge verwachting op archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum. Gezien het feit dat er in de directe omgeving voornamelijk archeologische resten vanaf de Bronstijd zijn aangetroffen, geldt er een hoge trefkans op het aantreffen op archeologische resten vanaf de Bronstijd tot aan de Late Middeleeuwen. Voor de periode Nieuwe tijd is er een archeologische verwachting op resten van een tracé van een stoomtram uit de 20ste eeuw en militaire loopgraven uit de 20ste eeuw. De archeologische
verwachting hierop wordt laag geacht, aangezien een groot deel van de stoomtrambaan in een gebied ligt met grote verstoringen op de verstoringenkaart van de gemeente Eindhoven, geasfalteerd en gedeeltelijk bebouwd is. De locatie van de loopgraven uit de Tweede Wereldoorlog is geasfalteerd en er bevinden zich vele kabels en leidingen ter hoogte hiervan.
In het plangebied is er al een klein deel onderzocht door middel van een verkennend booronderzoek. Dit booronderzoek is uitgevoerd ten behoeven van de aanleg van een wadi voor een beschermde salamander. De locatie van de wadi met de boorpunten uit dit onderzoek zijn aangegeven op de boorpuntenkaart. Hierbij is er een booronderzoek uitgevoerd met 7 boringen. Hierbij is gebleken dat er in dit deel sprake is van een lager gelegen gebied dat mogelijk is afgegraven en daarna geëgaliseerd. In het plangebied bevindt zich een ophoging van ca. 1 meter dat minder dik wordt in de oostelijke richting. In boring 3 is er keramiek uit de 20ste eeuw aangetroffen onder dit ophoogpakket. Enkel uit boring 6 blijkt dat
het dekzand in het oostelijke deel ca. 50 cm hoger ligt en dat er een mogelijk plaggendek is aangetroffen.
Verder zijn in de boringen voornamelijk dunne lagen veen aangetroffen die zijn
geïnterpreteerd als onderdeel zijnde van het mogelijke beekdal dat in het verleden door het plangebied liep. Onder het veen is er een dunne laag dekzand aangetroffen op een leempakket. De dunne laag nog aanwezig dekzand doet tevens vermoeden dat de top van het dekzand verspoeld is geraakt. Het leempakket is tijdens dit booronderzoek geïnterpreteerd als behorende tot de Formatie van Sterksel, rivierafzettingen uit het midden- tot laat-Paleolithicum.
Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht in november 2024. Hierbij zijn 147 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 m in de C-horizont en/of tot een maximale diepte van 3,0 m beneden maaiveld. De boringen zijn gezet in een grid van 30 bij 40 m en/of verspreid over het plangebied.
Het plangebied betreft een dekzandgebied (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) op een leempakket (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Liempde). In het zuiden van het plangebied bevindt zich het oude beekdal. De hoogte van het dekzand is hier significant lager dan het omringende gebied. Daarbij zijn er in een aantal boringen veenlagen of venige lagen waargenomen. Dit beekdal is waarschijnlijk afgegraven en later opgevuld met vele ophogingspakketten bestaande uit gevlekt zand en/of leem met brokken puin, baksteenresten en grind. Deze egalisatie van het gebied is goed te zien op de AHN.
Ten zuiden van het plangebied is de huidige waterloop zichtbaar. De hoogte van dit gebied is duidelijk lager dan het zuiden van het plangebied.
In het westelijke deel van het plangebied zijn er vele diepe verstoringen in de boringen aangetroffen en is er in veel gevallen geen dekzand meer aanwezig of slechts een heel dun laagje. In het zuidwestelijke deel van het plangebied geldt er, volgens de gemeentelijke beleidskaart, een hoge archeologische verwachting. De verwachte dekzandrug is naar alle waarschijnlijkheid afgetopt met ca. 1 tot 1,5 meter. De hoogte van het dekzand is aangetroffen op 18,63 tot 18,96 m +NAP terwijl de hoogte van de dekzandrug ten zuiden van de Geldropseweg op ca. 20,30 m +NAP ligt.
In het noorden en centrale deel van het plangebied is er enkel een C-horizont van het dekzand aangetroffen onder dikke verstoorde/ophogingspakketten. Het maaiveld in dit gebied bevindt zich in veel gevallen rond 19,7 m NAP, maar wanneer er wordt gekeken naar de hoogte van het dekzand, dan ligt dit vaak ca. 1,0 tot 1,5 meter lager (18,3 tot 18,8 m +NAP). Deze hoogte ligt onder de maaiveldhoogte van het afgegraven deel dat staat aangegeven op de Verstoringsbronnenkaart van de gemeente Eindhoven (ca. 19,0 m +NAP). Het gebied is dus hoogstwaarschijnlijk afgegraven en daarna opgehoogd voor de aanleg van de verhardingen in het gebied. Enkel aan de oostelijke rand van de parkeerplaats voor vrachtwagens in het noorden is de hoogte van de C-horizont boven de 19,0 m +NAP. Op deze locatie zijn er alsnog grote onderlinge verschillen in de hoogte van het dekzand wat er op wijst dat ook dit deel van het plangebied dermate is afgetopt dat er geen archeologische resten meer te verwachten zijn.
Ten oosten van het voormalige beekdal zijn er relatief hoger gelegen delen van het dekzand aangetroffen. Deze gebieden zijn in mindere mate verstoord/opgehoogd. In dit deel zijn de meeste (deels) intacte podzolbodems aangetroffen. De AHN laat voor deze plek een duidelijk hoger gelegen gebied zien. Voor deze locatie blijft de archeologische verwachting behouden. Enkel ter hoogte van de parkeerplaats in het zuidoosten is er een duidelijk lager gelegen gebied te zien. Hier is er een hoogteverschil van ca. 70 cm voor het dekzand. Dit deel is duidelijk afgetopt en heeft geen archeologische verwachting meer.
Ter hoogte van boringen 73, 76, 87 en 92 zijn er nog restanten van een B-horizont
aangetroffen boven op de C-horizont van het dekzand. Aangezien er ter hoogte van
boringen 87 en 92 grote verstoringen worden verwacht (bebouwing en bekende verstoorde gebieden) en zijn er in de directe nabijheid geen (deels) intacte podzolgronden zijn waargenomen, zijn deze deels intacte boringen als min of meer geïsoleerde kansrijke locaties geïnterpreteerd. Voor boringen 73 en 76 blijft de verwachting behouden en wordt bij de kansrijke zone van 64 gevoegd. Hierdoor is de meest kansrijke zone voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het zuidoosten gesitueerd.
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt in een zone van 19.542 m² vervolgonderzoek aanbevolen. Geadviseerd wordt om een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren in het deel ten oosten van het voormalige beekdal. Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient er een Programma van Eisen opgesteld te worden en te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid.
Dit rapport is opgeleverd aan de opdrachtgever en is ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid.
De gemeente Eindhoven heeft aangegeven dat het aangrenzende deel van het beekdal zelf ook nog een archeologisch relevant niveau heeft. Dit is gebaseerd op het voorkomen van veen in de boringen.
De gemeente Eindhoven heeft daarom besloten dat indien er sprake is van een vindplaats in het hoger gelegen deel ten oosten van de beekdal, dat er dan een grote kans is dat er zich in het aangrenzende deel van het beekdal goed geconserveerde vondsten en/of structuren kunnen bevinden. Daarom geldt dat als er een vindplaats wordt aangetroffen in het hoger gelegen deel in het oosten, dan dient het onderzoek uitgebreid te worden richting het beekdal. Wanneer er geen vindplaats wordt aangetroffen is de uitbreiding richting het beekdal niet noodzakelijk.
De uitzondering hierbij is de al aangelegde wadi voor de watersalamander. Deze zone wordt niet meegenomen in een mogelijke uitbreiding van het vervolgonderzoek.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-04



