Groot-Bollerweg te Ubroek, gemeente Venlo
收藏DANS Data Station Archaeology2010-04-19 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZRU-JWY8
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Synthegra heeft in opdracht van SAB Eindhoven een archeologisch onderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Groot-Bollerweg in Ubroek te Venlo (afbeelding 1.1). Het onderzoek bestond uit een bureauonderzoek en een karterend booronderzoek. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een bedrijventerrein.<br>Het plangebied ligt op ongeveer 1,3 kilometer ten westen van de Maas. In het plangebied liggen rivierafzettingen van de Maas in de ondergrond. De Maasafzettingen bestaan uit enkele meters tot een tiental meters dik pakket grof zand en grind dat tot de Formatie van Beegden gerekend. Het plangebied ligt op een relatief laaggelegen Maasterras dat vermoedelijk niet is afgedekt met zand. Het plangebied ligt op terras 4 dat gevormd is tijdens de eindfase van de Jonge Dryas toen de Maas een vlechtend rivierpatroon had. Op het terrein worden hoge bruine enkeerdgronden in lemig fijn zand verwacht. De grondwatertrap binnen het plangebied is VII.<br>Volgens de IKAW van de RCE en de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Limburg en de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Venlo geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting. Meteen ten zuiden van het plangebied zijn verschillende structuren en vondsten aangetroffen uit de bronstijd en/of de ijzertijd. Het gaat om restanten van een nederzetting. Ook uit de Romeinse periode kunnen archeologische indicatoren verwacht worden. Ten zuiden van het plangebied is ook een laat middeleeuwse boerderijplaats opgegraven. Bovendien is op historisch kaartmateriaal te zien dat het plangebied gedeeltelijk overlapt met het domein van huis Egtenroij dat voor het eerst in 1576 wordt vernoemd. Voor het plangebied geldt op basis van het bureauonderzoek een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum en een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd.<br>Binnen het plangebied is matig grof tot grof, uiterst siltig en grindhoudend zand aangetroffen. Dit zand is geïnterpreteerd als Maasafzetting behorend tot de Formatie van Beegden. Daarboven is een (door de mens) opgebracht zanddek vastgesteld met matig grof tot matig fijn, zwak siltig zand. Het plangebied kan worden opgesplitst in twee delen die worden gescheiden door de nieuwe gracht. Ten westen hiervan is de bodem verstoord tot in de natuurlijke C-horizont en is er bruingeel tot geel zand opgebracht. De verstoring reikt 10-50 cm dieper dan de bovengrens van de C-horizont in het oostelijke deel van het plangebied. In het oostelijke deel is in de boringen het plaggendek intact aangetroffen. De oorspronkelijk onderliggende veldpodzol is niet gevonden. Deze is vermoedelijk bij de aanleg van het plaggendek in het onderste deel hiervan opgenomen. De lage archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum blijft behouden. In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, kan echter niet worden uitgesloten door de belangrijke vondsten en bekende vindplaatsen meteen ten oosten en zuiden (zuidwesten) van het plangebied. De hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen vanaf het neolithicum kan op basis van de resultaten van het veldonderzoek voor het westelijk deel van het plangebied naar middelhoog worden bijgesteld, maar blijft voor het oostelijke deel van het plangebied behouden.<br>Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven.</p>
创建时间:
2010-04-20



