five

Visrokersplein en Broerswetering 6 en 8, Bunschoten- Spakenburg (gemeente Bunschoten)

收藏
DANS Data Station Archaeology2023-05-23 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/LU92YK
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in november en december 2022 en januari 2023 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Visrokersplein en Broerswetering 6 en 8 in Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied bevindt zich in het Eemland. De diepere ondergrond van dit gebied bestaat uit dekzand (Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel). Gezien de lage ligging ten opzichte van bekende dekzandruggen en -koppen in Bunschoten-Spakenburg lijkt in het plangebied geen sprake te zijn van een zandopduiking, maar was het waarschijnlijk gelegen in een dekzandvlakte. Daarom geldt voor de in de ondergrond aanwezige dekzandbodem een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Mesolithicum en het Neolithicum. Vanwege de vermoedelijk lage ligging in het dekzandlandschap is het aannemelijk dat het plangebied reeds in de Bronstijd vernatte en met veen bedekt raakte. In latere perioden vond tevens afzetting van klei plaats. De natte veen- en kleibodems vormden geen geschikte grond voor bewoning of landbouw. Daarom geldt een lage kans op vindplaatsen uit de periode Bronstijd tot Late Middeleeuwen. In de tweede helft van de 12e eeuw en de 13e eeuw werden de laaggelegen veengebieden door het graven van sloten ontwaterd en ontgonnen. De Spuistraat/Spakenburger Gracht, ten oosten van het plangebied, fungeerde daarbij als achterkade van de ontginningen vanaf de Eem. Aanvankelijk concentreerde zich in deze zone de bewoning. Later verplaatste de bewoning zich naar de Spakenburger Gracht, waarlangs boerderijen en later ook vissershuizen werden gebouwd. In de zone langs de Spuistraat/Spakenburger Gracht moet rekening worden gehouden met een veraarde veenlaag met daarop dijk- of terpophogingslagen. Deze lagen zijn te relateren aan bewoning daterend vanaf het midden van de 13e eeuw. Het centrale en westelijk deel het plangebied was tot aan de aanleg van aan de visserij gerelateerde bedrijfsbebouwing in het derde kwart van de 19e eeuw waarschijnlijk onbebouwd en in gebruik als weiland of hooiland. Hier zijn enkel sporen van ontginning in de vorm van greppels en sloten alsook losse vondsten aan te treffen. Om deze verwachting te toetsen en aan te vullen is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat de diepere ondergrond, beneden een diepte van 290 tot 360 cm -mv (circa 2,35 tot 2,90 m -NAP), wordt gevormd door zeer fijn dekzand (Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel). Het dekzand gaat via een kalkloze, sterk humeuze kleilaag van 5 à 15 cm dikte geleidelijk over in een pakket mineraalarm tot sterk kleiig veen met een sterk variabele dikte van 20 tot 215 cm. Het veen wordt afgedekt door een 20 tot 155 cm dik omgewerkt en deels opgebracht kleipakket met zand- en veenbrokken, puin en aardewerkmateriaal. Het kleipakket wordt op zijn beurt afgedekt door een 65 tot 165 cm dik pakket ophoogzand gevolgd door straatwerk in de vorm van betonklinkers en tegels. Het omgewerkte en deels opgebrachte kleipakket wordt in beginsel als archeologisch relevant beschouwd. De aangetroffen aardewerkfragmenten wijzen in de richting van een 18e eeuwse datering (of later). Op grond van de geringe hoeveelheid dateerbaar materiaal is niet bekend in hoeverre deze datering representatief is voor het gehele pakket. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek dient de lage verwachting voor zowel de periode Mesolithicum tot en met Neolithicum als voor de periode Bronstijd tot en met Middeleeuwen te worden gehandhaafd. De hoge verwachting voor de Late Middeleeuwen dient, met uitzondering van het zuidoostelijk deel dat niet middels verkennende boringen onderzocht kon worden, naar een lage verwachting te worden bijgesteld. De verwachting voor resten uit de Nieuwe tijd dient te worden gehandhaafd. Het kan daarbij gaan om funderingsresten van bebouwing of sporen van nijverheid uit de tweede helft van de 19e eeuw of de eerste helft van de 20e eeuw. De aanwezigheid van oudere sporen lijkt minder aannemelijk.
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2023-05-22
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务