five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Wardsestraat 13 te Wehl Gemeente Doetinchem

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xh3-cwxq
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Maatschap H.J.M. & W.R.M. Van Haeren – Damen in overleg met AR Bouwburo uit Beltrum, een Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie uitgevoerd voor het plangebied Wardsestraat 13 te Wehl ten behoeve van de geplande herbouw en uitbreiding van een stal voor ouderdieren van vleeskuikens. De bestaande twee stallen waarover de nieuwe deels wordt gebouwd zijn door brand verwoest. De nieuwe stal heeft een oppervlakte van circa 2.400 m². De maximale bodemverstoring is 2,30 m minus maaiveld. De nieuwe schuur wordt over de oude schuren gebouwd waarbij het nieuwe te roeren oppervlak 1.103m² bedraagt.Het gebied heeft een hoge archeologische waarde op de archeologische beleidskaart van gemeente Doetinchem vanwege de ligging op een dekzandrug. Archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm-mv. (Nieuwe Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek’. Willemse, N.W. & M.H.J.M. Kocken 2012. (RAAP-rapport 2501)Het plangebied dient derhalve voorafgaand aan de bouwaanvraag in het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (karterende fase).Conclusie bureauonderzoek Het bureauonderzoek toonde aan dat er een hoge kans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf de Prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd. Er is een grote kans op verstoring tot onder het archeologisch waardevol niveau door de bouw van de oude (afgebrandde) stallen tot een diepte van 1.00m minus maaiveld. Omdat de nieuwe stal groter is dan de twee oude stallen is 1.100m² van het plangebied een nieuwe bodemverstoring. Mogelijk dat hier de bodem nog niet verstoord is. Ter toetsing van de bodemopbouw en de archeologische waarde is daarom een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een karterend booronderzoek.Resultaten booronderzoek In boring 1, 3, 4 en 5 is sprake van een intacte akkerlaag onder een menglaag van na de sloop van de kippenstallen teruggestorte grond. Deze grond is uitzonderlijk puinrijk (betonpuin, baksteenpuin). De akkerlaag is licht humeus en bevat houtskoolspikkels en in boring 1 twee fragmenten handgevormd aardewerk uit de late prehistorie of de vroege middeleeuwen. Deze laag gaat op een diepte variërend van 80 cm-mv (boring 1) tot 95 cmmv geleidelijk over in de top van het onderliggende dekzandpakket. Boring 2 en 6 vertonen een geroerde bodemopbouw tot respectievelijk 110 cm-mv en 80 cm-mv, waarbij sprake is van een dik teruggestort puinrijk pakket dat scherp en rechtstreeks overgaat in het onderliggende dekzandpakket. Door sloop- en graafwerkzaamheden is de oorspronkelijke akkerlaag (A1-horizont) op deze locaties verdwenen.Selectieadvies Op grond van de onderzoeksresultaten blijkt dat in het plangebied nog deels sprake is van een intacte bodemopbouw, waarbij in de oorspronkelijke akkerlaag scherven handgevormd aardewerk uit de late prehistorie of vroege middeleeuwen zijn aangetroffen. Deze indicatoren zijn waarschijnlijk door grondbewerking afkomstig uit sporen in de top van het dekzand. Mogelijk dat er sprake is van de periferie van een vlaknederzetting met gebouwsporen. Door de diepteligging en de te verwachten goede conservering van de vindplaats, is de kwaliteit van de sporen en vondsten naar verwachting goed. Indien de geplande bodemingrepen dieper reiken dan 70 cm-mv zullen de archeologische waarden vergraven worden. Om te kunnen bepalen wat de omvang en de precieze aard van de archeologische vindplaats is en om het verlies van de vindplaats te voorkomen, adviseren wij om de geplande bodemingrepen archeologische te laten begeleiden conform protocol AB-bv (archeologische begeleiding voor een beperkte verstoring).De te plegen bodemverstoring bestaat uit een tot circa 1m-mv uit te graven strokenfundering met een breedte van 28meter en een lengte van 80 meter. Tevens zullen aan de voor- en achterzijde een voergoot c.q. mestgoot worden gegraven en zullen in het centrale deel van de hal om de vijf meter (spantbreedte) gaten voor poeren (1 m3) gegraven worden. Voorafgaand aan een archeologische begeleiding dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter toetsing voorgelegd dient te worden aan het bevoegd gezag (de regioarcheoloog).Selectiebesluit De onderzoeksresultaten en het selectieadvies zijn op 27 augustus 2014 door de regionaal archeoloog van de ODA beoordeeld en worden beiden onderschreven (ODA, Zaaknummer S2014-0474). Er dient een gravend vervolgonderzoek te worden uitgevoerd in de vorm van een archeologische begeleiding. Voor het vervolgonderzoek is een vooraf door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen vereist.Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de voor het project verantwoordelijke ambtenaar (dhr. M. Rutjes) van de gemeente Doetinchem hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务