Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. Pastoor van Epstraat te Schijndel
收藏DANS Data Station Archaeology2018-02-21 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XTA-XPHC
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Croonenburo5 heeft Antea Group in december 2017 een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied Pastoor van Erpstraat 2-8 te Schijndel, gemeente Meierijstad. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek (protocol 4002) en een archeologisch booronderzoek, verkennende fase (protocol 4003). Daarmee is het gehele onderzoek uitgevoerd overeenkomstig de BRL 4000 met daarin besloten de KNA, versie 4.0.<br>De locatie wordt herontwikkeld van een religieuze woon-zorginstelling naar reguliere woningen. Ter plaatse van het plangebied zullen gebouwen worden gesloopt en nieuwe gebouwen worden gebouwd. Naar verwachting wordt de bodem hierbij verstoord tot op de standaard bouwdiepte, te weten 0,5-1,0 m – mv. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 0,63 ha en bevindt zich binnen de historische dorpskern van Schijndel.</p><p>Bureauonderzoek<br>Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting, met name voor de periode van de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het is echter niet uit te sluiten dat er ook uit eerdere periodes (paleolithicum tot en met vroege middeleeuwen) nog resten aanwezig zijn. Het is mogelijk dat de bodem reeds (deels) verstoord is geraakt door de huidige bebouwing, maar dit is op basis van alleen het bureauonderzoek niet met zekerheid te zeggen. Indien de bodemopbouw nog intact is kan er op basis van het bureauonderzoek inderdaad een archeologisch sporenniveau in de ondergrond verondersteld worden. Of deze bodemopbouw intact is kan middels het (inmiddels uitgevoerde) booronderzoek (verkennende fase) worden onderzocht.</p><p>Booronderzoek<br>De bodemopbouw in het plangebied kenmerkt zich door een dik, geroerd antropogeen dek (A- horizont). In boring 4 betreft dit de gehele opgeboorde diepte, in de andere boringen is deze horizont minimaal 1,30 m dik. In alle boringen bevat de A-horizont sporen puin of is matig puinhoudend. In boring 1 en 3 is sprake van een onverstoorde C-horizont vanaf 1,30 of 1,35 m – mv, in boring 2 is de top van de C-horizont verrommeld en bevat nog sporen puin.<br>Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen, anders dan puinresten. Het gaat hier echter wel om een verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van de verkennende fase van het veldonderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en het aantonen van eventuele bodemverstoringen. De afwezigheid van archeologische indicatoren kan dan ook niet worden beschouwd als indicatie voor de afwezigheid van een archeologische vindplaats. De mate van verstoring van het bodemprofiel is hiervoor wel een belangrijke aanwijzing.</p><p>Advies<br>Tijdens het veldwerk is gebleken dat de bodem tot tenminste 1,30 m –mv en op tenminste twee plaatsen dieper geroerd is. De kans op het aantreffen van intacte archeologische vindplaatsen wordt dan ook zeer gering geacht.</p>
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2018-02-22



