Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Beulakerweg 127 te Giethoorn
收藏DANS Data Station Archaeology2016-04-19 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZCT-X79C
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van een schoolgebouw met parkeervoorzieningen. Hiertoe zal er een bestemmingsplanwijziging moeten komen. Op basis van het gemeentelijk archeologisch beleid dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied is gelegen naast de Beulakerweg 127 te Giethoorn (gemeente Steenwijkerland). Het uitgevoerde archeologisch onderzoek bestaat uit een zogenaamd inventariserend veldonderzoek – verkennende fase )verkennend booronderzoek). Dit heeft tot doel de archeologische verwachting van dit gebied te toetsen en zonodig aan te vullen. In het plangebied worden resten van bewoning vanaf circa 1250 verwacht, samenhangend met de eerste bewoningsfase van Giethoorn. Naast sporen van bewoning kunnen resten van veenontginning worden verwacht. Deze bevinden zich naar verwachting onder een opgebracht zanddek, in de moerige laag en de top van de zandige ondergrond. Resten uit de steentijd kunnen eveneens in de top van de zandige ondergrond worden verwacht. Daarbij gaat het vermoedelijk vooral om ondiepe sporen, zoals haardkuilen en dergelijke. Mogelijk kunnen houtskoolconcentraties en resten van bewerkt vuursteen worden aangetroffen. Resten uit andere perioden (bronstijd – vroege middeleeuwen) worden niet verwacht. Het uitgevoerde veldonderzoek toont een bodemprofiel dat van boven naar beneden bestaat uit een zanddek, een venige/moerige laag en (Pleistoceen) zand. De moerige laag is een restant van het veenpakket dat hier gelegen heeft. Tijdens het booronderzoek is gebleken dat de top van het Pleistocene zand nagenoeg intact is. Er zijn duidelijke sporen van bodemvorming aangetroffen. Aangezien de top van het veenpakket is verdwenen, is kans op een vindplaats uit de late middeleeuwen klein. Diepere grondsporen kunnen echter nog bewaard zijn gebleven. Het gegeven dat bodemvorming heeft plaatsgevonden wijst erop dat het terrein geschikt is geweest voor menselijke bewoning in de periode voordat veenvorming ontstond (laat-paleolithicum tot midden-neolithicum A). Er is daarom sprake van een hoge verwachting voor resten uit de periode laat-paleolithicum – vroeg-neolithicum. Door latere humeuze inspoeling zijn grondsporen in de top van het dekzand waarschijnlijk niet of nauwelijks zichtbaar. Eventuele anorganische artefacten (aardewerk en vuursteen) zullen naar verwachting in de oorspronkelijke positie liggen.</p>
提供机构:
Laagland archeologie
创建时间:
2016-04-06



