five

Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Rooseveltstraat 65, Leiden

收藏
DataCite Commons2026-05-08 更新2026-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ITTX3L
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Archeologisch onderzoeksbureau IDDS Archeologie heeft een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven en aanvullende boringen uitgevoerd (17 t/m 19 juli 2023), gevolgd door een opgraving en een aanvullend proefsleuvenonderzoek (van 30-10-2023 t/m 6-11-2023) aan de Rooseveltstraat 65 in Leiden, gemeente Leiden. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande nieuwbouw in het plangebied, waarvoor een bouwkuip zal worden uitgegraven over vrijwel het gehele plangebied, met een diepte van ca. 2 tot 4 m -mv. </p><p> Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven en aanvullende boringen was het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting. Het gaat in dit geval om een gebiedsgericht onderzoek, waarbij informatie wordt verkregen over de verwachte archeologische waarden in een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan-of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische grondsporen en vondsten. Het doel van het aanvullende proefsleuvenonderzoek was het in kaart brengen in hoeverre aan de zuidzijde van het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en het toetsen van de hypothese dat dit deel van het plangebied te nat was voor bewoning ten tijde van de vindplaats. De doelstelling van een opgraving is het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor de kennisvorming over het verleden.</p><p> Bij het Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven en aanvullende boringen zijn vier werkputten aangelegd. Op de rest van het perceel, ter hoogte van de gesloopte bebouwing, is een viertal aanvullende boringen uitgevoerd, als aanvulling op het booronderzoek uit 2020. In iedere werkput zijn twee vlakken aangelegd en indien de grondwaterspiegel dat toeliet ook een kijkgat. Dit kijkgat werd met name aangelegd ter controle om te zien of er nog sprake was van een tweede vegetatiehorizont. Bij het aanvullende proefsleuvenonderzoek zijn in de zuidelijke helft van het plangebied twee werkputten aangelegd. In iedere werkput is één vlak aangelegd in de top van de licht gekleurde zandige laag S9030 direct onder de vegetatiehorizont S9020, op circa 2,0 m – NAP in WP5 en op circa 2,4 m -NAP in WP6. Bij de opgraving zijn acht werkputten (WP8 t/m 15) aangelegd van zeer uiteenlopende afmetingen. In totaal is met de opgraving circa 700 m2 onderzocht. In iedere werkput is één vlak aangelegd op circa 1,6 – 2,0 m -NAP aan de oostkant van de opgraving en op circa 1,8 tot 2,5 m -NAP aan de westkant van de opgraving. </p><p> Het onderzoek heeft sporen aangetroffen van een vermoedelijk doorlopende bewoning vanaf de Vroege Bronstijd tot de Midden Bronstijd-B. Daarnaast is verweerd aardewerk aangetroffen uit de bovenliggende vegetatielaag die globaal dateert in de Bronstijd. Voor Leiden en omstreken is dit een vroege en daarom zeer bijzonder vindplaats. Op basis van het pollenonderzoek uit de vegetatielaag (S9020) was de vegetatie voornamelijk open, met bomen als eik en Spaanse aak, maar ook struwelen, grazige plekken en oevervegetatie. Ondanks de nabijheid van de kust was er voornamelijk sprake van zoetwaterplanten en zoutmijdende vegetatie.</p><p> Verspreid over het plangebied kon een drietal kuilen via 14C dateringen gedateerd worden in de Vroege Bronstijd tot vroege Midden Bronstijd-A. De kuilen zijn de eerste aanwijzingen van het gebruik van het plangebied. Bijbehorende structuren zijn niet aangetroffen tijdens de opgraving. Van deze kuilen zijn er twee onderzocht op macroresten. Hieruit blijkt dat de bronstijdbewoners van de voormalige nederzetting voor consumptie producten tot hun beschikking hadden als bedekte gerst, hazelnoten, bramen en vlierbessen, raapzaad, andere wilde planten en vis. De graanoogst werd waarschijnlijk ter plekke op de nederzetting verwerkt, in kleine hoeveelheden voor het dagelijks gebruik. </p><p> In de opvolgende fase lijkt het gebied meer intensief in gebruik te worden genomen. Binnen het onderzoeksgebied worden hekwerken aangebracht in de vorm van stakenrijen en worden er een spieker en twee bijgebouwen geplaatst in het plangebied. Op basis van 14C dateringen kon de tweede fase van bewoning in het plangebied worden onderscheiden van de kuilen en dateert deze in de Midden Bronstijd-A tot Midden Bronstijd-B. Op basis van de dateringen lijkt het te gaan om een tijdsspanne van minimaal ca. 600 jaar waarbij hekwerken zijn geplaatst in het onderzoeksgebied (ca. 1736-1135 v. Chr.). De spieker had een afmeting van ca. 1,3 x 1,3 m en een van de bijgebouwen had een afmeting van 2,8 x 2,3 m. Van beide gebouwen zijn geen dateringen beschikbaar. Het laatste gebouw kon gedateerd worden in de Midden Bronstijd-B (1500-1314 v. Chr.). Op basis van de sporen moet dit een gebouw betreffen van ca. 10,5 x 3 m met een west-oost oriëntatie. Vanwege de lengte van bekende Midden Bronstijd-B huizen uit het rivierengebied, aangezien vergelijkingen in de regio schaars zijn, betreft het vermoedelijk een bijgebouw en geen huisplattegrond. </p><p> De laatste fase die waargenomen is, betreft het in onbruik raken van de vindplaats. Hierbij is ook S25, een vermoedelijke natuurlijke laagte, opgevuld geraakt met materiaal dat vernatting aanduidt binnen het onderzoeksgebied. Hierbij zijn zowel in de macroresten van S25 als in het pollenonderzoek van de vegetatielaag (S9020) een grote hoeveelheid els en esdoorn aangetroffen. Dit betreffen beide boomsoorten die van nature groeien op vochtige tot matig vochtige gronden. Uit S25 is een stuk (onbewerkt) hout verzameld dat gedateerd kon worden in de late Midden Bronstijd-B tot vroege Late Bronstijd (1258-1020 v. Chr.).</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务