five

DE GEER III TE WIJK BIJ DUURSTEDE, GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE

收藏
DataCite Commons2025-02-10 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/H7ZYCO
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van gemeente Wijk bij Duurstede heeft EARTH Integrated Archaeology in de periode januari - mei 2023 een archeologisch onderzoek (protocol IVO-O 4003) uitgevoerd. Binnen het plangebied zijn bodemverstorende ingrepen voorzien ten behoeve van de realisatie van een nieuwe woonwijk. Voor het plangebied zijn reeds een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Door de gemeente Wijk bij Duurstede is echter vastgesteld dat op basis van de uitgevoerde onderzoeken het risico archeologie nog niet afdoende in kaart is gebracht, waarop de gemeente EARTH heeft verzocht het risico archeologie beter in kaart te brengen en scherper af te bakenen. Hiertoe is door EARTH voorgesteld om een kritische analyse van bestaande data (inclusief het reeds uitgevoerde booronderzoek) uit te voeren (Heritage Risk Assessment) en de bestaande data aan te vullen met een gericht booronderzoek, zodat er uiteindelijk een (betrouwbaar) archeologisch tijddiepte risicomodel voor De Geer III kan worden opgesteld dat als basis kan dienen voor beslissingen betreffende de toekomstige inrichting en ontwikkeling van De Geer III. Het algehele doel van het onderzoek is om vast te stellen wat het risico is op het aantreffen van archeologische waarden in het plangebied en daarmee het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen. Meer specifiek dient het onderzoek inzicht te geven in de volgende zaken: • Waar en op welke diepte ten opzichte van maaiveld kunnen archeologische waarden worden aangetroffen en waaruit kunnen deze bestaan? • In hoeverre vormen mogelijk aanwezige archeologische waarden een risico voor de inrichting en ontwikkeling van het plangebied? • Welke werkwijze is voor dit project het meest bruikbaar om zoveel mogelijk te voorkomen dat archeologische resten een risico vormen voor inrichting en ontwikkeling van het plangebied? In het zuidwestelijke kwart bevinden beddingafzettingen zich dieper dan 6 meter onder maaiveld. Voor het grootste deel van het plangebied is sprake van relatief ondiep beddingsediment, variërend tussen de ca. 200 en 30 cm onder maaiveld. In verticale zin gaan de beddingafzettingen geleidelijk over in oeverafzettingen. Centraal in het plangebied is er sprake van opgevulde kronkelwaardgeul die vermoedelijk gedurende de Bronstijd inactief is geraakt en is opgevuld. In het zuidwestelijke deel is sprake van een gestapeld landschap met meerdere stratigrafisch te onderscheiden niveaus (vegetatiehorizonten). Door middel van C14 datering is duidelijk geworden dat er sprake is van tenminste 3 niveaus die dateren in de periode midden Neolithicum B - laat Neolithicum B (ca. 2900 - 2400 v. Chr.). Een laklaag/vegetatiehorizont is een interpretatief begrip dat in de bodemkundige literatuur wordt gezien als een goed ontwikkelde A-horizont. Ontkalking en nieuwvormingen zijn het gevolg van initiële bodemvorming en dus een zeer belangrijke indicator voor de aanwezigheid van bodemvorming. De vegetatiehorizonten kunnen worden aangeduid als archeologisch niveaus. In het rivierengebied zijn vindplaatsen in dergelijke niveaus en in het middenlaat Neolithicum tot nu toe zeer beperkt aangetroffen. Voor het gehele plangebied geldt een hoog archeologisch risico. In het zuidwestelijke kwart van het plangebied moet rekening gehouden worden met 3 niveaus waarin resten uit het midden en laat Neolithicum aangetroffen kunnen worden. Voor het centrale en noordelijk deel van het plangebied geldt een hoog risico voor met name vindplaatsen uit de periode Bronstijd - Romeinse Tijd, welke zich in oeverafzettingen op dieptes variërend van ca. 30 cm tot ca. 200 cm onder maaiveld kunnen bevinden (er is daarbij - hoewel deze zone is aangeduid als zone met 1 archeologisch niveau - geen sprake van een uniform archeologisch niveau dat zich overal op dezelfde diepte bevindt). Daarnaast dient centraal in het plangebied rekening te worden gehouden met archeologische resten uit de Bronstijd, gerelateerd aan de daar aanwezige restgeul. Het onderzoek heeft (nogmaals) duidelijk gemaakt dat plangebied De Geer III zich in een gebied bevindt met op meerdere dieptes onder maaiveld een hoog archeologisch risico. Voor het zuidwestelijke deel van het plangebied betreft dit met name de periode midden laat Neolithicum en voor het centrale en noordelijke deel van het plangebied betreft dit met name de periode Bronstijd - Romeinse Tijd.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-04
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务