five

Transect-rapport 1913: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennende Fase. Gilze, Achter de Tuintjes 5, Gemeente Gilze en Rijen (NB)

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-06-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z34-JXEK
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In oktober 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Achter de Tuintjes 5 in Gilze (gemeente Gilze en Rijen). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning die de sloop van de huidige aanbouw en de realisatie van een nieuwbouw bijgebouw mogelijk moet maken. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 40 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is. Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Op basis van het archeologisch vooronderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: • Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een dekzandplateau ligt op de overgang naar een beekdal toe. Theoretisch gezien vormt dit gebied een aantrekkelijk gebied voor bewoning in de periode Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen. De verwachting hierop is hoog. De top van het dekzand, het archeologisch relevante niveau, ligt naar verwachting begraven onder een oud bouwlanddek. De verwachting op resten uit de Nieuwe tijd is laag. Er staat op historisch kaartmateriaal uit het begin van de 19e eeuw geen bebouwing in het plangebied en het is in gebruik als akker. Het is zodoende niet de verwachting dat hier eerder wel bebouwing heeft gestaan. De historische kern met bijbehorende bebouwing bevindt zich ten zuidoosten van het plangebied. • Op basis van de resultaten van het onderzoek is de archeologische verwachting van het plangebied naar laag bij te stellen. Dit is gebaseerd op de hoge mate van verstoring van de top van het dekzand. Deze is namelijk zodanig omgewerkt dat naar verwachting geen intacte sporen meer aanwezig zullen zijn (minimaal 50 cm van de oorspronkelijke top van het dekzand). Dit is vermoedelijk het gevolg van graafwerkzaamheden in het verleden, ten behoeve van de aanleg van de huidige bebouwing op het terrein.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-01-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务