Archeologisch bureauonderzoek oever- en kadeproject It Deel, fase 2B, tussen Akkrum en het Monnikerak, gemeente Heerenveen (FR)
收藏DANS Data Station Archaeology2014-11-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-266-YVV5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>De aanleiding tot het hier beschreven archeologisch onderzoek is de geplande herversterking van de kades tussen Akkrum en het Monnikerak, die gelegen zijn in gemeente Heerenveen, in de provincie Fryslân. Bij deze werkzaamheden zal kadeverbetering plaatsvinden, waarbij de bestaande kade wordt opgehoogd en enkele waterlopen achter de kade worden gedempt.</p><p>Het plangebied omvat de oevers van de vaarten Polsloot, Diepe Sloot en It Deel, die gelegen zijn tussen de woonkern Akkrum en de Deelsbrug, die de overgang van It Deel naar de vaart het Monnikerak markeert. De totale lengte van het te onderzoeken tracé bedraagt circa 4600 m (zie afbeelding 1). Het plangebied is in gebruik als wei- en akkerland.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek en de verwachtingen aangegeven op de FAMKE worden binnen het onderzoekstracé op de hogere dekzandkoppen vindplaatsen uit de midden- en nieuwe steentijd verwacht en op en in het veen huisterpen en veenontginningssporen uit de middeleeuwen.</p><p>Om de archeologische verwachting te toetsen, is in eerste instantie een verkennend en karterend onderzoek noodzakelijk. De bodemopbouw binnen het tracé zal in kaart gebracht moeten worden. Hierbij zal de nadruk liggen op het voorkomen en de mate van gaafheid van hogere dekzandkoppen onder het veen, het voorkomen van podzolbodems in het dekzand en op eventueel aanwezige terplagen op en in het veen. Daarnaast zal worden gezocht naar archeologische artefacten en indicatoren in de boorkernen en op het maaiveld. Bij het aantreffen van een podzolbodem, archeologische artefacten of indicatoren, zoals terplagen of houtskool, zal het booronderzoek worden uitgebreid naar een waarderend onderzoek. Een waarderend onderzoek heeft tot doel het voorkomen van archeologische waarden te begrenzen in oppervlakte en diepte. De geëigende methode om dit doel te behalen is het zetten van megaboringen waarvan het opgeboorde dekzand wordt gezeefd over een maaswijdte van maximaal 4 mm.</p><p>De omvang van de geplande ingrepen voor de herversterking van de oevers en kades is echter niet in het hele plangebied gelijk. Bij de werkzaamheden aan de zuidelijke oever van de vaart Diepe Sloot en de meest noordelijke en meest zuidelijke oever van It Deel worden alleen de bouwvoor (maximaal 30 cm) verwijderd (blauwe tracédelen bijlage 2). Van deze werkzaamheden wordt verwacht dat deze weinig tot geen schade zullen aanbrengen aan mogelijk aanwezige archeologische resten. Daarom wordt voor deze delen geadviseerd af te zien van verder archeologisch onderzoek en het terrein vrij te geven voor de aanleg van de oevers. Het gaat om de werkzaamheden weergegeven in de profielen met de nummers 14, 19 t/m 29, 48 en 49, zoals aangegeven in bijlage 1b. Mochten de plannen veranderen en de graafwerkzaamheden op deze locatie in de diepte worden uitgebreid, is het advies om de 50 m een boring te zetten tot 25 cm in de C-horizont of tot de maximale verstoringsdiepte op de locatie.</p><p>Voor het overige deel van het plangebied geldt dat er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden tot 2,5 m-NAP (tussen 2,3 en 2,7 m-mv). Daarnaast worden hier damwanden verwijderd, bestaande oevers afgegraven en palenrijen geplaatst. Voor dit deel van het plangebied wordt geadviseerd om de opgestelde verwachting te toetsen door middel van een verkennend en karterend booronderzoek. De FAMKE geeft voor het onderzoeksgebied aan dat er in eerste instantie zes boringen per ha moeten worden gezet om de verwachting voor vindplaatsen uit de steentijden tot en met de middeleeuwen te onderzoeken. Omdat het hier geen percelen maar een tracé betreft wordt geadviseerd elke 50 m een boring te zetten tot in de Chorizont. De boringen worden tot maximaal 3 m-mv gezet (circa 30 cm dieper dan 2,5 m-NAP en de verstoringsdiepte). Tijdens het zetten van deze boringen wordt specifiek gekeken of er nog oudere oevers en kaden aanwezig zijn in de bodem (onder de ophogingen van 25 jaar geleden), de originele bodemopbouw, het voorkomen van dekzandkoppen en podzolbodems en archeologische indicatoren zoals vondsten en terplagen. Op basis van de resultaten wordt de grootte van de kans op archeologisch waardevolle resten bepaald.</p>
创建时间:
2014-11-18



