Transect-rapport 2090: Een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven. Oosterhout, Uitbreiding begraafplaats Veerseweg. Gemeente Oosterhout (NB).
收藏DANS Data Station Archaeology2019-06-10 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZE7-7S67
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In januari 2019 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Veerseweg te Oosterhout (gemeente Oosterhout). Hierbij zijn zes werkputten aangelegd met een oppervlakte van 900 m2 (ca. 10% van het plangebied).</p><p>De bodemopbouw in het plangebied is vrij eenduidig. In tien van de vijftien bestudeerde profielen is sprake van een bouwvoor die direct is gelegen op dekzandafzettingen, behorend tot de Formatie van Boxtel. De top van het zand is veelal afgetopt als gevolg van latere bodembewerkingen. Onder het dekzand zijn fluviatiele afzettingen aanwezig die deel uitmaken van het Laagpakket van Tegelen, Formatie van Waalre. Van bodemvorming was oorspronkelijk sprake in het gebied, maar slechts in vijf van de vijftien profielen zijn restanten van podzolering waargenomen. In zeven profielen zijn restanten van een oud bouwlanddek / esdek aangetroffen met een dikte variërend van 5 - 34 cm. Het esdek is aangebracht op het dekzand en is gelegen onder de bouwvoor. Aan de hand van de bestudeerde profielen is tevens gebleken dat in het oostelijk deel van het plangebied sprake is van een depressiezone. Dit blijkt onder meer uit het niveau van de top van het dekzand dat richting het oosten toe lager ligt.</p><p>Ondanks het feit dat het dekzand is afgetopt in een groot deel van het plangebied, zijn archeologische sporen aangetroffen. Dit geeft aan dat het dekzand minimaal is afgetopt. De 189 sporen die zijn gevonden in de werkputten, zijn onderverdeeld in de categorieën paalkuil, kuil, waterkuil, greppel en natuurlijke en recente verstoring. In totaal zijn 148 paalkuilen, 22 kuilen, 17 greppels en een mogelijke waterkuil gevonden. Een groot deel van de paalkuilen maakt onderdeel uit van gebouwstructuren, zoals boerderijen en bijgebouwen. Aan de hand van vondstmateriaal en resultaten van archeologische onderzoeken in de omgeving (met name die uit 2007; Koopmanschap / Oude Rengerink) zijn de (gedeeltelijke) gebouwstructuren voorlopig gedateerd in de Middeleeuwen en IJzertijd - Middeleeuwen. Vooral in het zuidwestelijk deel van het plangebied ter hoogte van werkput 1 en 2 lijken meerdere gebouwstructuren elkaar te overlappen. Het archeologische vlak is zeer beperkt verstoord geraakt; enkel in het oostelijk deel van werkput 4 zijn dusdanig diepe verstoringen aanwezig, dat het archeologisch relevante vlak nauwelijks meer intact is.</p><p>De acht vondsten betreffen aardewerkscherven, zowel handgevormd als gedraaid. Twee scherven handgevormde aardewerk uit paalkuil spoor 177 zijn gedateerd in de IJzertijd - Vroege-Middeleeuwen. Een scherf kogelpot is afkomstig uit spoor 5 (greppel), die gedateerd is in de Late-Middeleeuwen.</p><p>Het gedraaide aardewerk omvat een mogelijk Romeinse scherf uit paalkuil spoor 136, en grijsbakkend aardewerk uit zowel spoor 10 (paalkuil) als spoor 115 (kuil), gedateerd in de 13e - 14e eeuw. Tot slot zijn twee scherfjes roodbakkend aardewerk gevonden. Eén is afkomstig uit spoor 5 (greppel) en is spaarzaam geglazuurd (13e - 15e eeuw). Een tweede scherfje komt uit spoor 97 (kuil), maar is dusdanig klein en verweerd dat het evenwel een brokje baksteen kan betreffen. Daarom is deze vondst algemeen in de Nieuwe tijd gedateerd.</p><p>De aangetroffen sporen en vondsten sluiten goed aan op archeologische waarden in de omgeving, die zijn gedateerd in de Bronstijd t/m de Nieuwe tijd, met nadruk op de waarden uit de IJzertijd - Middeleeuwen. Specifiek sluiten de resultaten uit het proefsleuvenonderzoek van 2007 goed aan bij die van onderhavig onderzoek, omdat deze voor een deel onderdeel uitmaken van het onderhavig plangebied. Door de informatie van diverse onderzoeken in de directe omgeving te koppelen, is bekend geworden dat zowel ten noorden als ten zuiden van de Veerseweg nederzettingssporen aanwezig zijn vanaf de IJzertijd. De omgeving ter hoogte van Veerseweg 54 lijkt in de tweede eeuw na Chr. te zijn verlaten (Colijn / Koopmanschap 2019), maar wordt weer bewoond in de Middeleeuwen, zoals blijkt uit onderhavig proefsleuvenonderzoek. In de Late-Middeleeuwen bevindt het terrein zich binnen de omwalling van de Leijsenakkers. Een opgeworpen (plaggen-)dek heeft de archeologische waarden in het plangebied vanaf de Late-Middeleeuwen beschermd, ook al is dit dek in latere tijden weer (deels) verdwenen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-06-11



