five

A-23.0416: Ravenstein, Stationskwartier Ravenstein Vindplaatsen uit het neolithicum en de bronstijd. Proefsleuven (IVO-P) en landschapssleuven te Ravenstein Statuinkwartier deelgebied 2, gemeente Oss

收藏
DANS Data Station Archaeology2024-01-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/PANN8O
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Gemeente Oss heeft BAAC een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in plangebied Stationskwartier te Ravenstein (gemeente Oss). Het plangebied is opgedeeld in drie delen, en dit rapport gaat over deelgebied 2. De ondergrond van het gebied toont een klassiek kronkelwaardreliëf met hogere kronkelwaardruggen en met lagere kronkelwaardgeulen (Haren stroomgordel; 4570-3020 BP), met daarop jongere oeverafzettingen (deels afkomstig van de Huisseling-Demen stroomgordel; 3000-2000 BP) en een overstromingspakket van de Beerse Maas, die tot de jaren ’40 van de vorige eeuw nog klei in het gebied kon afzetten. Bij het aanleggen van de proefsleuven zijn zeven vindplaatsen ontdekt: Vindplaats Periode Complextype Waardering 1 middeleeuwen periferie, buitengebied niet behoudenswaardig 2 ijzertijd periferie, buitengebied niet behoudenswaardig 3 Romeinse tijd - middeleeuwen periferie, buitengebied niet behoudenswaardig 4 Laat-neolithicum / vroege bronstijdactiviteitenzone, extractiekamp? behoudenswaardig 5 midden-, laat-neolithicum of vroege bronstijd activiteitenzone, extractiekamp? behoudenswaardig 6 midden-bronstijd bewoning behoudenswaardig 7 Neolithicum - bronstijd activiteitenzone, extractiekamp? behoudenswaardig Vier vindplaatsen daarvan zijn behoudenswaardig, waarbij opvallend genoeg de perioden neolithicum en de vroegebronstijd goed vertegenwoordigd zijn. Deze vindplaatsen hebben zich moeilijk laten ontdekken, en zijn zeer zeldzaam. De resultaten zijn opmerkelijk, omdat de kans op sporen en vondsten ouder dan late bronstijd vanwege rivieractiviteit (op basis van het vooronderzoek) laag wordt geacht. Dit is een rede (advies) om bij vervolgonderzoek sterk in te zetten op landschappelijk onderzoek, en voornamelijk op de datering van de geulen. Het terrein biedt de uitgelezen kans om de rivieractiviteiten in dit deel van het rivierengebied nauwkeuriger te bepalen. De uitkomsten daarvan zijn ook relevant voor de archeologische verwachtingen van soortgelijke terreinen in deze regio. Vindplaatsen 4, 5, en 7 (neolithicum – vroege bronstijd) bestaan uit enkele paalsporen, staken en/of kuilen, waarin (nog) geen structuren zijn herkend. Sporen zijn schaars, maar de vindplaatsen kenmerken zich door een laklaag met houtskoolinsluitsels, aardewerk scherven, steen- en vuursteenvondsten. Alleen vindplaats 7 bestaat voornamelijk uit een langgerekte zone met een spreiding van vondsten, die samenhangt met de overgang van oever naar restgeul. Vindplaats 6 betreft bewoning uit de midden-bronstijd, vermoedelijk de midden-bronstijd B. In de proefsleuven is ten minste één huisplattegrond (type Zijderveld-Dodewaard), een bijgebouw en een palenrij aangesneden. Enkele werkputten ten westen van deze woonplek is op de overgang naar een restgeul een stakenrij aangetroffen die vermoedelijk verband houdt met deze bewoning. De structuren zijn licht aangeploegd, maar liggen relatief onverstoord in het vlak. Het beeld van deze structuren wordt niet vertroebeld door jongere sporen of meerdere bewoningsfases. De sporen en vondsten zijn aangetroffen met een lage dichtheid en de aangetroffen sporen zijn bovendien slecht zichtbaar. Die zichtbaarheid is te wijten aan een slecht ontwikkelde laklaag waaraan deze correleren, de hoge ouderdom en bodemvorming onder verschillende condities. De relatief lage kwantiteit aan sporen en vondsten is te verklaren door de enkele fase van het terreingebruik, en misschien wel de relatief korte gebruiksduur van deze locaties. Dit staat in contrast met de enorme spoor- en vondstdichtheid van de nabijgelegen palimpsest vindplaatsen op de Ossche zandgronden, en de -over het algemeen- hogere bewoningsintensiteit van jongere periodes. De andere drie vindplaatsen (1, 2 en 3) dateren uit de ijzertijd of Romeinse tijd en de middeleeuwen. Deze vindplaatsen concentreren zich in het noordoostelijke deel van het onderzoeksgebied, en bestaan voornamelijk uit greppels.<br>Enkele paalsporen en kuilen zijn aangetroffen, maar deze vertegenwoordigen geen gebouwstructuren. Vermoedelijk gaat het om sporen in de periferie van nabijgelegen nederzettingsarealen. Veel vondsten uit deze perioden zijn ook (gemengd) verzameld uit een overstromingsdek van de Beerse Maas, de klei direct onder de bouwvoor. Deze vondsten zijn verspoeld, en afkomstig van nabijgelegen vindplaatsen.</p>
创建时间:
2024-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务