Archeologisch vooronderzoek in het kader van de realisatie van een fietsbrug te Borgharen, gemeente Maastricht
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/CNTSK4
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied in de gemeente Maastricht. Royal HaskoningDHV is betrokken bij de realisatie van een fietsbrug bij Borgharen. Het tracé op de noordelijke oever heeft een lengte van ca. 250 meter, waarna het aan de zuidzijde van de Maas zal aansluiten op de Stuwweg over een lengte van ca. 340 meter. Het totaal te verstoren gebied heeft een oppervlakte van 2946 m2. Binnen het plangebied geldt een middelhoge archeologische verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen daterend vanaf de Bronstijd tot de Nieuwe tijd. Dit is voornamelijk gebaseerd op de landschappelijke ligging van het plangebied in het stroomgebied van de Maas. Op hogere delen in een dergelijk stroomgebied kon al vroeg bewoning of gebruik plaatsvinden. Het plangebied is gelegen op de overgang van de holocene vlakte naar het Dryas terras. Op dit terras zijn bij eerdere onderzoeken op de hoger gelegen delen vindplaatsen daterend vanaf de Bronstijd tot Nieuwe tijd aangetroffen. Voor resten van vóór de Bronstijd zijn geen directe aanwijzingen rondom het plangebied, maar deze kunnen op voorhand niet uitgesloten worden, zoals ook blijkt uit de grootschalige inventarisatie die is gedaan voor het Maasdal. Deze vroege resten zijn door de riviersedimenten afgedekt en in de diepere ondergrond aanwezig of reeds geërodeerd door de rivierstromingen binnen het plangebied. Archeologische resten kunnen voornamelijk verwacht worden in de top van de oude rivierklei (top van het Dryas terras). Deze vroege resten kunnen echter door overstromingen al geërodeerd zijn. Binnen het zuidelijke deel van het plangebied, ter hoogte van het Bosscherveld, hebben in de afgelopen 20 jaar al grootschalige verstoringen plaatsgevonden. Tijdens booronderzoek ter hoogte van het Bosscherveld is enkel jonge rivierklei op grind aangetroffen en is er geen sprake van een archeologisch niveau. Aan de zijde van Borgharen zijn geen grootschalige verstoringen vastgesteld. Op basis van het booronderzoek uit 2012 ten noordwesten van het plangebied blijkt aan deze zijde sprake te zijn van een pakket jonge rivierklei van ca. 76 cm dikte (55 cm onder maaiveld op zijn hoogst). . Verderop op het terras is de oude rivierklei nog dieper geconstateerd, namelijk op ca. 1 m onder maaiveld (afbeelding 14). De top van het Dryas terras fluctueert in het gebied. De werkzaamheden zullen vermoedelijk niet de top van de oude rivierklei raken, maar volledig uitgesloten kan dit ook niet worden. Advies. Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek, wordt de kans dat bij de voorgenomen ontwikkelingen een intacte archeologische vindplaats wordt geschaad, klein geacht. Het zuidelijke deel van het plangebied is al verstoord geraakt door werkzaamheden in de afgelopen 20 jaar. Deze verstoring is ook opgenomen in de beleidskaart. Daarnaast heeft booronderzoek vastgesteld dat er geen archeologisch niveau aanwezig was in de top van de Oude rivierklei. Ter hoogte van de Maas worden vier bruggenpeilers aangelegd. Deze zullen een minimale verstoring opleveren en vormen zodanig geen grote bedreiging voor mogelijk aanwezige archeologische vindplaatsen. Derhalve adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie met het oog op de voorgenomen ontwikkelingen op de zuidelijke oever en voor de aanleg van de bruggenpeilers geen nader onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Aan de noordzijde van het plangebied is sprake van een pakket Jonge rivierklei op de Oude rivierklei. Op basis van een booronderzoek dat is uitgevoerd op geringe afstand van het plangebied op een gelijkaardige maaiveld hoogte, ook op de overgang van de holocene riviervlakte naar het Dryas terras is de Oude rivierklei (Dryas terras) aangetroffen op een diepte van ca. 55 -76 cm onder maaiveld. Binnen het plangebied wordt een gelijkaardige diepte verwacht. De aanleg van het fietspad aan de noordzijde blijft qua oppervlakteverstoring (ca. 959 m2 inclusief bruggenhoofd) binnen de vrijstellingsgrens van 2500 m2. De aanlegdiepte overschrijdt de maximale verstoringsdiepte (ca. 46 cm geplande verstoring, 40 cm maximale verstoringsdiepte) en blijft vermoedelijk binnen het pakket Jonge rivierklei (ca. 44,25 tot 44,75 m boven NAP). De aanleg van het bruggenhoofd zal dit niveau zeker wel verstoren (uitgraving tot ca. 1,50 m onder maaiveld). Omdat het een dynamisch gebied betreft valt het niet uit te sluiten dat ook het fietspad mogelijk toch het niveau van het Dryas terras raakt en verstoord. Derhalve adviseert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie met het oog op de voorgenomen ontwikkelingen voor de noordoever vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Als vervolgonderzoek wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd op de diepte van het Dryas terras en eventueel aanwezige verstoringen binnen de geplande werkzaamheden vast te stellen. Het is aan het bevoegd gezag, gemeente Maastricht, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, gemeente Maastricht, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Selectiebesluit. De gemeente Maastricht heeft onderhavig bureauonderzoek geaccepteerd. Het advies opgenomen in het bureauonderzoek wordt niet gevolgd “Namens bevoegd gezag, in deze Burgemeester en wethouders Maastricht, volgen wij het hierboven geciteerde selectieadvies niet. Preventief archeologisch vervolgonderzoek wordt voor het onderhavige initiatief en de daaruit voortvloeiende bodemroerende werkzaamheden niet noodzakelijk geacht, mits de maximale verstoringsdiepte van 46 cm – huidig maaiveld (het bruggenhoofd uitgezonderd) gehandhaafd blijft gedurende de verdere planvorming en uitvoering. Indien de maximale verstoringsdiepte op eender welk punt in het vervolgtraject groter wordt dan in de voorliggende bureaustudie archeologie en dit selectiebesluit vermeldt (zijnde 46 cm – huidig maaiveld), wordt dit gemeld aan het bevoegd gezag (de archeologen van de gemeente Maastricht), waarna opnieuw een selectiebesluit wordt genomen op basis van de dan voorliggende gegevens.”
创建时间:
2024-01-31



