five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Weenkweg 13 te Rietmolen Gemeente Berkelland

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-04-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZV5-RBEX
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van dhr. J. Essink een bureauonderzoek en een karterend booronderzoek uitgevoerd voor de uitbreiding van een machineloods aan de Weenkweg 13 te Rietmolen, gemeente Berkelland. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van ca. 306 m². De nieuwe verstoringdiepte van de fundering is 1,0m–mv. Het plangebied ligt op de archeologische beleidskaart van gemeente Berkelland in de attentiezone van een bekende archeologische vindplaats (AWG3). Bij deze archeologische verwachtingen is archeologisch onderzoek nodig bij een bodemverstoring over een oppervlakte van meer 50 m² en dieper dan 30cm minus maaiveld. Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens van 50m² (AWG3) en de verstoringsdiepte voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA 4.0 en SIKB BRL 4002 conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (Karterende fase) conform SIKB BRL 4003.</p><p>Conclusie Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden vanaf de Prehistorie tot en met de huidige tijd.</p><p>Volgens het bureauonderzoek is er sprake van een dekzandrug waarop een oude landbouwdek is gevormd. Bovendien bevindt het plangebied zich binnen de contouren van een historisch erf dat in oorsprong teruggaat tot de Late Middeleeuwen (Essinck). De vorming van het eerddek bij bruine enkeerdgronden heeft als bijkomstigheid dat het eventuele vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en ouder mogelijk beschermd (heeft) tegen (sub)recente bodemingrepen als bouwen, slopen, en erfinrichting. Er is sprake van een onbekende bodemverstoring door de winning van zand ten behoeve van de bouw van een loopstal en latere erfinrichtingen. De werkelijke omvang en diepte van de bodemverstoring zal getoetst moeten worden door middel van booronderzoek.</p><p>Op grond van de onderzoeksresultaten van het booronderzoek kan herleid worden dat in het onderzoeksgebied sprake is van een grotendeels subrecent verstoorde bodem op een ondergrond van dekzand. Wel is onder de subrecente bouwvoor in boring 1 en boring 4 een zwarte siltige beekeerd aangetroffen die kenmerkend is voor beekdalen. Dit kan verklaard worden door het feit dat het plangebied binnen de invloedssfeer van de Poelsbeek gelegen is. Ook de toponiem van het gebied, “Broeke”, refereert aan drassig land.</p><p>Selectieadvies Op grond van het grotendeels ontbreken van een intact bodemprofiel en de afwezigheid van archeologische indicatoren voor een vindplaats, adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Bovendien is het plangebied gelegen in een voormalige beekdal, waardoor de kans op permanente menselijke bewoning door landbouwende samenlevingen in het verleden gering is. Wel kan het plangebied in het verleden gebruikt zijn als fourageergebied voor jagers/verzamelaars, maar resten hiervan zijn lastig aan te tonen met behulp van booronderzoek. Vanwege de aanwezigheid van een afgetopte C-horizont zal ook de trefkans op vindplaatsen van jagers/verzamelaars echter gering zijn.</p><p>Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 11 april 2017 beoordeeld door gemeente Berkelland en diens archeologisch adviseur van de ODA, mw. A. Lugtigheid-Hendriks. Het rapport en het selectieadvies zijn akkoord bevonden. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. </p><p>Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.</p><p>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Berkelland (mw. A. Lugtigheid-Hendriks) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2017-04-18
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务