five

Rotterdam Platobuurt. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen.

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/FJ7X12
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van Stadsontwikkeling Rotterdam heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam (BOOR) op 13 november 2023 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Platobuurt in de gemeente Rotterdam. In totaal zijn verspreid over het plangebied dertien boringen gezet, tot een maximale diepte van 3,0 m beneden het maaiveld. Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht, omdat in het plangebied de vervanging van het bestaande riool is voorzien. Op basis van beide onderzoeken kan antwoord gegeven worden op de vraag of archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, die bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Mesolithicum en Neolithicum en een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en Middeleeuwen (tot 1373). Vindplaatsen uit de Bronstijd worden niet verwacht. Voor het meest noordelijke deel van het plangebied, langs de huidige Aristotelesstraat, geldt een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen (vanaf 1442) en Nieuwe tijd. Voor het overige deel van het plangebied geldt dat er een lage kans is op de aanwezigheid van archeologische resten uit deze periode. De diepere niveaus (vanaf circa 4,6 m - NAP) zullen niet bereikt worden door de geplande werkzaamheden en zijn tijdens het veldonderzoek niet in kaart gebracht. De lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Mesolithicum en Neolithicum blijft dan ook gehandhaafd. Tijdens het veldonderzoek is verspreid over het plangebied veen aangetroffen. De verwachting dat er in het plangebied geen vindplaatsen uit de Bronstijd aanwezig zullen zijn, kan dus gehandhaafd blijven. De top van dit veen bestaat uit een zwak kleiig veen. Het is onduidelijk of het veen hier verspoeld of verdronken is. Indien het veen verspoeld is, is de kans op de aanwezigheid van vindplaatsen klein. Als het veen verdronken is, en de klei er dus later ingespoeld is, kunnen eventuele vindplaatsen in de top van het veen nog aanwezig zijn. De redelijke hoge tot hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen (tot 1373) wordt bijgesteld naar redelijk hoog. Tijdens het veldonderzoek is in het noordelijke deel van het plangebied een relatief intacte bodemopbouw met een bouwvoor in/op de overstromingsafzettingen waargenomen. Op historische kaarten vanaf de 17e eeuw wordt in deze zone bebouwing aangegeven. Alleen in boring 12 is een verstoorde bodemopbouw aanwezig, dit heeft te maken met een sloot die hier, mogelijk al aan het begin van de 19e eeuw gelegen heeft en die gedempt is. In boringen 11 en 13 is de bouwvoor vanaf maaiveld aanwezig. Dit zou er tevens op kunnen wijzen dat er mogelijk nog sprake kan zijn van het dijklichaam van de Smeetslandse dijk, die een 15e-eeuwse oorsprong heeft, onder de Aristotelesstraat. In boringen 9 en 10 ligt de bouwvoor op een dieper niveau onder een recent opgebracht pakket. In boringen 9 en 11 zijn in de bouwvoor en de top van de overstromingsafzettingen houtskoolspikkels en fragmentjes baksteenpuin waargenomen. Beide boringen liggen in de directe omgeving van vindplaats 13-07 (enkele scherven aardewerk uit de Romeinse tijd, uit de Middeleeuwen (Pingsdorf en kogelpot) en een voorraadpot uit de 16e eeuw) en ter hoogte van de op de historische kaarten aangegeven bebouwing. Op basis van bovenstaande gegevens wordt voor deze noordelijk zone de redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen (vanaf 1442) en Nieuwe tijd gehandhaafd. In het overige deel van het plangebied (boringen 1 tot en met 8) is alleen in boring 6 een bouwvoor herkend. In de overige boringen is de bouwvoor verdwenen en ligt het opgebrachte pakket direct op de overstromingsafzettingen. De kans dat in dit deel van het plangebied vindplaatsen aanwezig kunnen zijn wordt dan ook klein geacht. Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Platobuurt in Rotterdam dat er voorzieningen dienen te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt aanbevolen. Voor de zone bij boringen 9 en 11 wordt een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek aanbevolen. In deze zone wordt een nieuwe ontgraving uitgevoerd en wordt bebouwing op de historische kaarten aangegeven. Voor de zones ter hoogte van boring 10, de Kritostraat en het Gorgiashof wordt een archeologische begeleiding conform protocol opgraven aanbevolen, aangezien de graafwerkzaamheden in deze zones met name in de straten plaatsvindt. Daarnaast staat ter hoogte van boring 10 en de Kritostraat geen bebouwing op de historische kaarten aangegeven, maar kan niet uitgesloten worden dat er mogelijk resten van oudere bebouwing aanwezig kunnen zijn. Ter hoogte van het Gorgiashof wordt wel bebouwing aangegeven op de historische kaarten, maar ligt al een leiding in de straat en wordt het rioolcunet alleen verbreed. Voorafgaand aan zowel het proefsleuvenonderzoek als de archeologische begeleiding zal eerst een Programma van Eisen (PvE) opgesteld en door het bevoegd gezag goedgekeurd moeten worden.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务