14116286 VOO.GEM.AGI Eindrapportage archeologische inspectie Herinrichting wegtraject Korenmolenweg te Twello
收藏DANS Data Station Archaeology2016-01-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XV9-65RZ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Resultaten archeologische inspectie<br>Uit de resultaten van de archeologische inspectie blijkt dat natuurlijke bodemopbouw bestaat uit dek-zandafzettingen en dat het plangebied/onderzochte wegentraject op een dekzandrug ligt dan wel een gebied van dekzandwelvingen. Het totale pakket dekzand betreft voor het onderste deel leemrijk Oud Dekzand en vertoond gelaagdheid. Het bovenste afdekkende pakket Jong Dekzand is leemarm en vertoond niet tot nauwelijks gelaagdheid. Op de overgang van het Jong naar het Oud Dekzand is geen begraven bodemprofiel (Bølling- en/of Usselo-bodem) waargenomen en duidt erop dat de oorspronkelijke top van het pakket Oud Dekzand ter plaatse van het plangebied een erosiefase heeft gekend (eolisch of verspoeld door sneeuwsmeltwater). In de oorspronkelijke top van het Jonge dekzand heeft zich een veldpodzolprofiel gevormd. Binnen het merendeel van het onderzochte wegtraject is deze niet of in een verstoorde context waargenomen. Verder zijn er geen aanwijzingen dat er in het plangebied in het verleden een plaggendek is opgebracht, wat op basis van gegevens van de Bodemkaart van Nederland wel verwacht werd. Anderzijds kan deze volledig zijn weggegraven nadat het wegtraject zijn huidige functie kreeg. Het wegtraject zal waarschijnlijk meerdere malen zijn vernieuwd, waardoor bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden. Een oud wegdek is in de profielen goed zichtbaar inde vorm van een laag asfalt met hieronder een fundatielaag van brokken baksteen en bouwpuin. Deze lagen zullen in de 20e eeuw zijn aangebracht (archeologisch niet relevant).</p><p>De uitgevoerde archeologische inspectie heeft geen in situ liggende archeologische indicatoren opgeleverd. Tevens zijn archeologische sporen niet waargenomen.<br> <br>Alleen tijdens de uitgevoerde inspectie waarbij profiel 7 is gedocumenteerd, zijn in de stort twee handgevormde bakstenen en een deel van een molensteen aangetroffen. Het betreffen resten afkomstig zijn uit de fundatielaag onder de oude asfaltlaag. Dergelijk sloopafval was vaak nog geschikt als fundatiemateriaal voor wegen. De resten zijn ter determinatie voorgelegd aan de heer P. Wemerman (materiaalspecialist). De handgevormde bakstenen hebben een afmeting van 21,5 bij 10 bij 5 cm, bevatten aan de buitenzijde kalkmortel en zijn eenzijdig nog gepleisterd. Vermoed wordt dat gaat om hergebruikte bakstenen, voordat deze deel gingen uitmaken van de fundatielaag. Het deel van de molensteen betreft waarschijnlijk een molensteen ligger en had een diameter van ongeveer 35 cm. De molensteen is onder andere opgebouwd uit verbrande vuursteen. De onderzijde van de molensteen bevat lijnvormige roestvlekken, wat aangeeft dat deze vast heeft gezeten op een metalen oppervlak en bedoeld was voor industriële doeleinden. Zowel de bakstenen als het deel van de molensteen dateren uit de periode 1750-1850. </p><p>Conclusie<br>Geconcludeerd wordt dat er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een (behoudenswaardige) archeologische vindplaats in het plangebied/onderzochte wegentraject. Hierbij dient wel gemeld te worden dat er alleen momentopnamen zijn gedaan tijdens de uitgevoerde graafwerkzaamheden. </p><p>Selectieadvies<br>Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van een (behoudenswaardige) archeologische vindplaats adviseert Econsultancy om bij toekomstige graafwerkzaamheden binnen het plangebied/onderzochte wegtraject (wegreconstructies/aanleg van kabels en leidingen), in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. </p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort (ARCHIS-meldpunt, telefoon 033-4227682). Het verdient aanbeveling ook de regioarcheoloog (mevrouw drs. N.F.H.H. Vossen) en de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Voorst (mevrouw M. Schneiders) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2016-01-07



