Plangebied rivierverruiming Overdiepse Polder, gemeenten Waalwijk en Geertruidenberg
收藏DataCite Commons2025-06-14 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xx9-95ky
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van de provincie Noord-Brabant heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in augustus en september 2007 een bureau- en inventarisarend veldonderzoek (verkennende en gedeeltelijk karterende fase) uitgevoerd in verband met geplande grondwerkzaamheden in de Overdiepse Polder in de gemeenten Waalwijk en Geertruidenberg (figuur 1). De grondwerkzaamheden zijn gepland in het kader van het voornemen om de Overdiepse Polder in te richten als een overlaatgebied. De zuidelijke dijk (kade) van de Overdiepse Polder zal hiervoor op deltahoogte worden gebracht, hetgeen gepaard zal gaan met een verbreding en verhoging van de dijk.Tevens zal het dijktracé enigszins in noordelijke richting verschuiven. Hiervoor wordt een cunet van 0,5 m diepte, een breedte van 50 m en een lengte van circa 6 km ontgraven. De achterblijvende boerderijen in de Overdiepse Polder worden verplaatst naar 9 aan te leggen terpen. Tevens wordt de Dussensche Gantel mogelijk gedeeltelijk gereconstrueerd en ten zuiden van de aan te leggen dijk wordt een bestaande Ecologische Verbindingszone uitgebreid.Doel van het onderzoek is het vaststellen of in het plangebied binnen 1,5 m -Mv archeologische resten voorkomen of verwacht worden, die bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Teneinde een goed afgewogen beslissing (selectiebesluit) door het bevoegd gezag mogelijk te maken, diende het onderzoek zich tevens te richten op de kwaliteit (gaafheid en conservering), omvang, diepteligging, aard en datering van eventuele archeologische resten.ResultatenHet plangebied ligt in het benedenrivierengebied dat een complexe landschappelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt in het Holoceen, wat tot een gecompliceerde archeologische verwachting voor het plangebied heeft geleid. De dijken langs de Bergsche Maas en de Kille (plaatselijk bekend als het ‘Oude Maasje’ zijn als bijzondere historisch-geografische elementen hoog gewaardeerd. De bedijkte getijoeverwallen zijn als fossiele terreinvorm van hoge aardkundige waarde en daarom eveneens hoog gewaardeerd.Het inventariserend archeologisch onderzoek heeft een flink aantal archeologische indicatoren binnen 1,5 m -Mv opgeleverd die zijn gegroepeerd in 10 clusters. Alle vondsten zijn aangetroffen in een fluviatiel pakket van na de St. Elisabethsvloed (1421 na Chr.) en kunnen worden verklaard als verspoeld, opgebracht met bemesting of zijn mogelijk tijdens ruilverkavelings- of egalisatiewerkzaamheden op de percelen beland. Ze wijzen derhalve niet op bewoning ter plaatse en houden geen verband met behoudenswaardig archeologische vindplaatsen.De verschillende archeologische verwachtingen, zoals die tijdens het bureauonderzoek zijn geformuleerd, konden op basis van het verkennend booronderzoek verder worden verfijnd. In het plangebied (verticale begrenzing op 1,5 m -Mv) komen alleen afzettingen van na 1421 (St. Elisabethsvloed) voor. Oudere afzettingen met eventuele archeologische resten bevinden zich dieper dan 1,5 m -Mv en vallen derhalve in verticale zin buiten het plangebied. Op basis van de landschappelijke ontwikkeling, het historisch grondgebruik en de resultaten van het booronderzoek is de archeologische verwachting laag voor het plangebied. Er is geen grote variatie en er zijn geen wezenlijke verschillen in de landschappelijke ontwikkeling in het tracé van de geplande dijk. Ook de landschappelijke ontwikkeling van terplocatie 3 is op hoofdlijnen identiek aan die van het aangrenzende geplande tracé van de dijk. Daarom wordt er van uitgegaan dat de bijgestelde archeologische verwachting van terplocatie 3 exemplarisch is voor de overige terplocaties 1, 2 en 4 t/m 7.Uit het bureauonderzoek blijkt dat de Dussensche Gantel een restant is van een inbraakkreek die tijdens de St. Elisabethsvloed is gevormd. Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodem langs de Overdiepse Kade tot minimaal circa 1,8 m -Mv inderdaad uit het Merwededek bestaat. Bovendien zou, indien zich ter hoogte van de Dussensche Gantel een opduiking van dekzand of oeverwal zou bevinden, dit zeer waarschijnlijk zijn sporen nalaten aan het oppervlak en zich aftekenen op het AHN.Vanwege bovenstaande redenen is het reëel om te veronderstellen dat dit pakket zich in noordelijke richting doorzet en ook hier het bovenste deel van de bodem (minimaal ca. 1,5 m) uit het Merwededek bestaat. Het wordt echter benadrukt dat aan deze verwachting een grotere onzekerheid moet worden toegekend naarmate de afstand tot het daadwerkelijk onderzochte gebied groter wordt.AanbevelingenVanwege de resultaten van het bureauonderzoek en het booronderzoek wordt archeologisch vervolgonderzoek op de terplocaties 1, 2 en 4 t/m 7 alsmede de mogelijk te revitaliseren Dussensche Gantel niet noodzakelijk geacht mits bodemingrepen niet dieper dan 1,5 m -Mv plaatsvinden. Bij diepere bodemingrepen wordt voor alle te verstoren delen in het kader van planontwikkeling een (intensief) verkennend booronderzoek aanbevolen. Het verkennend onderzoek is gericht op het in kaart brengen van de landschappelijke ontwikkeling en de archeologische verwachting nader vast te stellen. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de ‘Minimumeisen Provincie Noord-Brabant t.b.v. de rapportage van archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend en waarderend booronderzoek’.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-12



