five

Gemeente Heusden, Plangebied Giersbergen te Giersbergen

收藏
DANS Data Station Archaeology2010-01-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZKT-HMN4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In het plangebied heeft zich oorspronkelijk een podzol in dekzand ontwikkeld. Ten einde de grond beter geschikt te maken voor landbouw heeft men vanaf de middeleeuwen middels plaggenbemesting vruchtbare grond opgebracht. Zo is een laarpodzol ontstaan. De oorspronkelijke dekzandbodem wordt, afhankelijk van de locatie, door het (verploegde) esdek afgetopt tot in de B-, BC-, of C-horizont. Naast de aanwezigheid van enkele archeologische indicatoren in het esdek, die als zodanig niet direct op de aanwezigheid van een vindplaats ter plaatse duiden, is ter hoogte van boring 2 een afslag van lydiet aangetroffen. In de boringen 7 en 8 zijn houtskoolspikkels waargenomen onder het esdek. De gevonden afslag bevond zich in de AB-horizont, waarbij, gezien de aard van bewerking, geconcludeerd kan worden dat dit lydietfragment zich oorspronkelijk in de B-horizont bevond. Binnen het plangebied is de B-horizont ter hoogte van de boringen 1, 2, 3 en 7 nog gedeeltelijk aanwezig. Afhankelijk van de uiteindelijke, werkelijke verstoringsdiepte, bestaat een gerede kans dat archeologische waarden bedreigd worden. Als de bewerkingsdiepte bij de voorgenomen ontwikkeling beperkt wordt tot 45 cm -mv zal slechts het esdek verstoord worden, waarbij de kans dat archeologische waarden aangetast worden klein is. Indien de bewerkingsdiepte meer dan 45 cm bedraagt, bestaat een reële kans dat het archeologisch interessante niveau direct onder het esdek verstoord wordt. Afhankelijk van de uiteindelijke, werkelijke verstoringsdiepte, bestaat een gerede kans dat archeologische waarden bedreigd worden. Als de bewerkingsdiepte bij de voorgenomen ontwikkeling beperkt wordt tot 45 cm -mv zal slechts het esdek verstoord worden, waarbij de kans dat archeologische waarden aangetast worden klein is. Indien de bewerkingsdiepte meer dan 45 cm bedraagt, bestaat een reële kans dat het archeologisch interessante niveau direct onder het esdek verstoord wordt.Afhankelijk van de uiteindelijke, werkelijke verstoringsdiepte, bestaat een gerede kans dat archeologische waarden bedreigd worden. Als de bewerkingsdiepte bij de voorgenomen ontwikkeling beperkt wordt tot 45 cm -mv zal slechts het esdek verstoord worden, waarbij de kans dat archeologische waarden aangetast worden klein is. Indien de bewerkingsdiepte meer dan 45 cm bedraagt, bestaat een reële kans dat het archeologisch interessante niveau direct onder het esdek verstoord wordt. Uit dit onderzoek blijkt dat de kans op verstoring van archeologische waarden sterk afhankelijk is van de met voorgenomen ontwikkeling gepaard gaande, werkelijke verstoringsdiepte. Indien deze beperkt blijft tot 45 cm -mv is de kans op verstoring van archeologische waarden laag, daar in dit geval de verstoring uitsluitend het verploegde esdek ontsluit. Als voor deze mogelijkheid gekozen wordt, kan het plangebied vrij gegeven worden voor de realisatie van de geplande ontwikkeling. Indien de met de voorgenomen ontwikkeling gepaard gaande verstoring tot de Bhorizont of dieper reikt, bestaat een grote kans dat archeologische waarden verstoord worden, daar er aanwijzingen zijn dat de ter hoogte van boring 1, 2 en 3 direct onder de A-horizont gelegen, oorspronkelijke B-horizont een vondstlaag bevat. Als dit niveau niet ontzien kan worden, hetgeen in de praktijk het geval is bij grondwerkzaamheden dieper dan 45 cm -mv, kan alleen het gedeelte van het plangebied dat ten zuiden van boring 3 ligt vrij gegeven worden. In dit geval wordt aanbevolen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek ter hoogte van de boringen 1, 2, en 3. Dit onderzoek zal erop gericht zijn om de aard en verspreiding van het in potentie aanwezige vondstniveau vast te stellen, en hieruit voortvloeiend de eventuele noodzakelijkheid van een archeologische opgraving te beoordelen. Desgewenst bestaat ook de mogelijkheid om de oorspronkelijke B-horizont ter hoogte van boring 1, 2 en 3 in het geheel te ontzien. Dit is bijvoorbeeld te realiseren door een alternatief tracé te zoeken voor de aansluiting met de Margrietweg (met inachtname van de noodzaak hier eveneens archeologisch vooronderzoek uit te voeren), of het maaiveld dusdanig op te hogen dat de werkelijke bodemverstoring niet dieper zal reiken dan 45 cm onder het huidige maaiveld. In ieder geval dient de zone ter plaatse van de boringen 1, 2 en 3 op de Bestemmingsplankaart vermeld te worden als gebied met een hoge archeologische verwachting. Zo kan de vastgestelde archeologische waarde meegenomen worden in de overweging bij toekomstige ontwikkelingen.</p>
创建时间:
2010-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务