AM23572-2 - Archeologisch inventariserend veldonderzoek, verkennende fase door middel van boringen Elfuursweg (ong.) te Gorssel (gemeente Lochem)
收藏DataCite Commons2026-04-21 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/FAD4WF
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In mei 2024 is door Aeres Milieu een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Elfuursweg (ong.) te Gorssel (gemeente Lochem). Aanleiding voor het laten uitvoeren van dit archeologisch onderzoek betreft een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) ten behoeve van de (her)ontwikkeling van de locatie. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan. Het grootste deel van de onderzoekslocatie ligt volgens de online Archeologische Beleidskaart van de gemeente Lochem in een zone Categorie 7 (lage archeologische verwachting). Een zone in het noordwestelijk deel van de onderzoekslocatie ligt in een zone Categorie 6 (middelmatige archeologische verwachting). Het plangebied valt binnen het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Lochem, geconsolideerde versie” (2015). Hierbinnen heeft het respectievelijk de Waarde – Archeologie 7 (lage archeologische verwachting) en de Waarde – Archeologie 6 (middelmatige archeologische verwachting). Voor de zone Waarde – Archeologie 7 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. Voor de Waarde – Archeologie 6 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in een groot deel van het plangebied bestaat uit een scherp AC-bodemprofiel. De hoogteligging van de natuurlijke ondergrond komt globaal gezien overeen met het huidige reliëf in het plangebied. Ook zijn er geen grootschalige bodemverstoringen waargenomen in het plangebied. Dit betekent dat de top van het dekzand minimaal verstoord is. De meer sedentaire bewoningsvormen vanaf het neolithicum worden gekenmerkt door vindplaatsen met robuustere sporen die dieper in de natuurlijke bodem zijn ingegraven en kunnen bij een minimale verstoring van de top van het dekzand naar verwachting nog goed aangetroffen worden. Daarbij zijn binnen circa 100 meter van het plangebied in het verleden enkele vuursteenvondsten uit de periode neolithicum – vroege bronstijd gedaan, gelegen in dezelfde landschappelijke context. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten uit de periode neolithicum – vroege middeleeuwen in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde hoge verwachting voor de periode neolithicum –vroege middeleeuwen blijft gehandhaafd. Voor de periode laatpaleolithicum – mesolithicum is de verwachting bijgesteld naar laag. Voor de periode late middeleeuwen - nieuwe tijd blijft deze gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (0 - 20 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Wanneer er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Op basis van bovenstaande conclusie en de geringe archeologische onderzoeken in de directe omgeving kan er niet uitgesloten worden dat er nog archeologische resten uit de periode neolithicum – vroege middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Om deze redenen wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren. Dit vervolgonderzoek kan plaatsvinden in de vorm van een karterend booronderzoek. Hiermee wordt onderzocht of er archeologische resten (een vindplaats) aanwezig zijn. De opgeboorde grond wordt niet alleen beschreven maar ook gezeefd, waarbij eventuele archeologische indicatoren een vindplaats kunnen aanduiden. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Lochem), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Een verbeterde versie van het conceptrapport is in juni 2024 verstuurd naar de opdrachtgever om het ter goedkeuring voor te leggen aan de bevoegde overheid (gemeente Lochem). Hier is nooit een reactie op ontvangen. Aangezien de tweejaarstermijn is verstreken, is besloten om dit rapport in Archis te uploaden zonder het selectiebesluit toe te voegen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-21



