De Friese Meren Lemmer Duwbakkenvoorziening Ijsselmeer Bureau-onderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2015-07-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZM3-UBHE
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek opwaterfase uitgevoerd voor het plangebied aanloop Prinses Margrietsluis. Het betreft de waterbodem net oost van de vaargeul, die in noordelijke richting aansluit op de Prinses Margrietsluis. Deze vaargeul ligt op circa 3 kilometer afstand in westelijke richting van de oude stad Lemmer. Een deel van de waterbodem zal worden gebaggerd naar een normdiepte van 4,2 m –NAP als onderdeel van het project uitbreiding wachtplaatsen Prinses Margrietsluis.<br>In het plangebied is de gespecificeerde verwachting hoog voor wat betreft het aantreffen van scheepvaart- en visserij gerelateerd vondstmateriaal uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd.<br>Mogelijk kan zich in de waterbodem zelfs een min of meer compleet wrak bevinden. De verwachting voor het aantreffen van een vindplaats met vondstverstrooiing op de Pleistocene top is middelhoog, en de verwachting voor het aantreffen van vondstmateriaal uit de periode van het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen is laag. Tenslotte is er een kleine kans op het aantreffen van vliegtuigresten uit de Tweede Wereldoorlog.<br>Het plangebied is opgenomen met sidescan sonar om archeologische objecten op te sporen. Het onderzoek heeft 30 sonarcontacten opgeleverd, waarvan er in het onderzoeksgebied drie zijn aangemerkt als los object. Eén object is mogelijk een los anker. De andere twee zijn onbekend.<br>Zeven sonarcontacten zijn bodemverstoringen. Het betreft in de meeste gevallen anker- of soms baggersporen. Tenslotte is er in vier gevallen sprake van nautische objecten, ofwel lijnen of kabelrestanten. Er zijn geen archeologische objecten waargenomen.<br>Het onderzoek heeft geen sonarcontacten opgeleverd die mogelijk op archeologie wijzen. Een deel van het onderzoeksgebied is reeds vergraven. Van de bijna 50.000 m2 oppervlak is nog circa 35.000 m2 onverstoord. In het onverstoorde deel bevinden zich waterplanten, waardoor eventueel aanwezige wrakresten op de sidescan sonarbeelden onopgemerkt kunnen blijven. Tevens geldt dat de gebruikte opsporingsmethode alleen een beeld oplevert van het waterbodemoppervlak. Volledig met sediment afgedekte scheepswrakken en vondsten kunnen niet gedetecteerd in het plangebied aanwezig zijn. Het risico op het aantreffen van een scheepswrak kan zodoende met het uitgevoerde onderzoek niet 100% worden gedekt.<br>Verder onderzoek met bodempenetrerende technieken wordt afgeraden, omdat het opsporen van eventueel afgedekte wrakken zonder voorkennis nog niet haalbaar is. Bovendien staat een dergelijk aanvullend onderzoek niet in verhouding tot de betrekkelijk lage kans op het aantreffen van een scheepswrak. ADC Maritiem adviseert derhalve de uitvoering van bodemverstorende activiteiten uit te voeren onder archeologische begeleiding. De begeleiding kan passief worden uitgevoerd en dient als vangnet voor het geval er iets wordt gevonden. Dit komt er in de praktijk op neer dat er een meldingsprotocol moet worden opgesteld, dat aan de uitvoerders moet worden toegelicht. Uitgangspunt is dat in geval van een archeologische vondst een archeoloog op oproepbasis moet kunnen worden ingeschakeld om de situatie te beoordelen op het moment dat op houtresten wordt gestuit. Voor de archeologische begeleiding dient conform de KNA waterbodems 3.2. een Programma van Eisen te worden opgesteld (protocol 4107). Hierin kan vervolgens verwezen worden naar het genoemde meldingsprotocol.<br>Tenslotte vermeldt het bureauonderzoek dat er een verwachting is ten aanzien van een vondstverstrooiing op de Pleistocene top. De momenteel beschikbare informatie maakt niet duidelijk of er in het plangebied sprake is van de aanwezigheid van een oude rivierduin of dekzandrug. Dat maakt namelijk de kans op aanwezigheid van prehistorische bewoningsresten hoog. Om dat te kunnen bepalen is aanvullend booronderzoek nodig in het plangebied, maar ook in de wijdere omgeving. Een degelijke inspanning onderwater staat niet in verhouding tot de beperkte omvang van de geplande bodemingreep. Derhalve adviseert ADC het stukje Pleistocene ondergrond in het plangebied vrij te geven.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2015-05-01



