five

(24718.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Deldensebroekweg 5 in Vorden

收藏
DataCite Commons2025-02-11 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ZLNFAT
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een lage verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Het plangebied heeft namelijk een landschappelijke ligging binnen een laaggelegen terrasrest, waarbij waarschijnlijk altijd sprake was van vrij natte/drassige bodemcondities. Tevens was de verwachting dat er een bedekking met over-stromingsklei heeft plaatsgevonden tijdens de periode van activiteit van de Gelderse IJssel en voordat bedijking plaatsvond. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal geeft aan dat er binnen het plangebied vanaf de tweede helft van de 18e eeuw tot op heden geen bouwwerkzaamheden hebben plaatsgevonden en deel heeft uitgemaakt van het agrarisch buitengebied van het Deldensche Broek, wat aangeeft dat er voornamelijk vrij natte/drassige gronden aanwezig waren. Om deze gronden voldoende geschikt te maken voor agrarisch gebruik (grasland, soms maisland), werd de afdekkende laag overstromingsklei vermengd met de zandige ondergrond. De vorming van deze zogenaamde gebroken gronden zorgen veelal voor verstoring/aantasting van het archeologisch potentiële vondst-/sporenniveau. Archeologische resten zijn tot op heden in de omgeving van het plangebied niet aangetroffen, waarbij wel gemeld dient te worden dat het aantal in ARCHIS vermelde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied zeer beperkt zijn. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) bevestigen het voorkomen van gebroken gronden. Diepploegwerkzaamheden zijn uitgevoerd om daarmee de waterhuishouding van het onderzochte terreindeel te verbeteren (en waarschijnlijk voor het gehele agrarische perceel waar het plangebied deel van heeft uitgemaakt). Tot een gemiddeld diepte van 60 cm -mv komt donkerbruin, bruin tot grijsbruin gekleurd, zwak humeus, matig kleiig, matig siltig, zeer fijn zand voor. De overgang naar de onverstoorde bodemopbouw is scherp en betreft direct naar de C-horizont (ten dele verspoelde dekzandafzettingen). In de top van het (ten dele verspoelde) dekzand zal zich, voordat de Gelderse IJssel ontstond en het gebied vaak overstroomde, ter plaatse van het plangebied een beek- of gooreerdgrond hebben gevormd. Restanten van deze van nature gevormde bodemopbouw zijn niet aangetroffen. Op grond van de gezette boringen is binnen het gehele plangebied het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau in sterke mate aangetast. Er zijn verder ook geen archeologische indicatoren aangetroffen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een lage verwachting gold voor alle perioden vanaf het (Laat)-Paleolithicum, wordt bevestigd. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is ten gevolge van diepploegwerkzaamheden sprake van een gebroken grond, waardoor archeologische resten niet meer in situ worden verwacht (archeologisch potentiële sporen-/vondstniveau is sterk aangetast). Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is raadzaam om ook de bevoegde overheid (gemeente Bronckhorst) op de hoogte te stellen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务