Bureauonderzoek kabeltracé Mitsubishi Avenue te Born, gemeenten Sittard-Geleen en Echt-Susteren
收藏DataCite Commons2026-02-23 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ONYBRZ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Enexis Netbeheer B.V. is door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een kabeltracé aan de Mitsubishi Avenue e.o. te Born (gemeenten Sittard-
Geleen en Echt-Susteren). Aanleiding voor het onderzoek is aanleg van een
middenspanningskabel. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een
bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeenten
Sittard-Geleen en Echt-Susteren. Het plangebied bevindt zich op de Zuid-Limburgse maasterrassen. Vanuit het zuid – zuidoosten lopen de terrassen af in de richting van het holocene Maasdal, net ten noorden en noordwesten van het plangebied. De overgang van het terras van Caberg naar het terras van Eisden-Lanklaar vormt een duidelijke gradiëntzone, een overgangsgebied van nat/laag naar droog/hoog.</p><p>
Bovendien wordt het plangebied gekruist door enkele waterlopen. Uit diverse studies is gebleken dat dergelijke gradiëntzones een grote aantrekkingskracht op de mens hebben, waarbij de
randen van beekdalen extra aantrekkelijk blijken. Gradiëntzones worden immers gekenmerkt
door het op korte afstand van elkaar voorkomen van een grote verscheidenheid aan vegetatie-
typen en bijgevolg een grote diversiteit aan voedselbronnen, zowel plantaardig als dierlijk. De
rivier- en beekdalen zijn, naast een betrouwbare voedselbron voor vis, ook een bron van
drinkwater en hebben, omwille van dat water, ook een grote aantrekkingskracht op de
prooidieren van de jagers. De terrassen van Eisden-Lanklaar en Caberg zijn gevormd tijdens het Vroeg en Midden
Pleistoceen en waren toegankelijk voor de jagers-verzamelaars uit het Midden-Paleolithicum.</p><p>
Tijdens het Laat-Pleistoceen zijn de terrassen echter met löss bedekt geraakt, waardoor het oude landschap afgedekt werd en een nieuw oppervlak ontstond. In de top van de grindige
terrasafzettingen kunnen archeologische resten uit het Midden-Paleolithicum aanwezig zijn.
Vanwege de veranderingen aan het landschap door de lössafzetting is moeilijk te bepalen waar de aantrekkelijke gradiëntzones zich tijdens het Midden-Paleolithicum bevonden en deze zijn
bijgevolg moeilijk op te sporen met prospectieve onderzoeksmethodes. De kans op het
aantreffen van een vindplaats uit het Midden-Paleolithicum is daardoor eerder klein.
Uit ‘Expeditie Vuistbijl’ blijkt dat vindplaatsen in de zone rond Sittard en Geleen met name lijken liggen op flauwere hellingen en de rand van beekdalen. Boven Sittard (ongeveer vanaf de
Limburgse ‘flessenhals’) is er een relatie tussen vindplaatsen en de randen van beekdalen,
waarbij opvallend is dat sommige vindplaatsen relatief ver (tot wel 500m) van de beekdalranden
af liggen. Net buiten de beekdalen bevonden zich de vlakkere delen van de gradiënten. Ter plaatse van het plangebied komen vruchtbare zand-lemige bodems voor, die aantrekkelijk waren voor
landbouwers vanaf het Neolithicum tot en met de middeleeuwen. De verwachting op het
aantreffen van vindplaatsen van agrarische nederzettingen vanaf het Neolithicum tot en met de middeleeuwen is hoog. De boeren vestigden zich in de nabije omgeving van hun akkers. In het plangebied kunnen derhalve resten van bewoning en beakkering verwacht worden. Hierbij moet gedacht worden aan resten van huizen/nederzettingen met bijhorende schuren, spiekers en
opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden verwacht, zoals
perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden
aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Mogelijk werd het zuidelijke deel van het gebied vanaf de middeleeuwen te nat voor bewoning. Wanneer de vernatting van het gebied precies begon en vanaf wanneer het gebied ongeschikt werd voor bewoning, is niet bekend.
Op historische kaarten wordt enkel ter hoogte van Holtum bebouwing aangeduid is. Hier worden mogelijk archeologische nederzettingsresten uit late middeleeuwen en de nieuwe tijd verwacht. Ook kunnen er uit de periode resten van agrarische activiteiten verwacht worden aangezien een deel van de percelen als bouwland in gebruik zijn geweest. Daarnaast zijn ook mogelijk resten
van infrastructuur uit deze periode aanwezig. Delen van het tracé die uitgevoerd worden door middel van gestuurde boringen (HDD) kunnen worden vrijgegeven. Voor het zuidelijke deel is reeds bij eerder onderzoek (Zaakid. 5179062100) een advies opgesteld. Dit advies wordt in onderhavig onderzoek overgenomen. Voor enkele tracédelen komt dit neer op een vrijgave zonder verder onderzoek. Voor het meest zuidoostelijke tracédeel betreft dit een archeologische begeleiding (AB) (volgens protocol 4003). Omdat er voor de overige delen van het tracé een hoge kans is op het aantreffen van
archeologische resten, adviseert Antea Group om binnen het plangebied een vervolgonderzoek uit te voeren. Dit vervolgonderzoek dient te bestaan uit een booronderzoek.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-03-14



