five

Archeologisch Bureauonderzoek HOV-tracé Katwijk

收藏
DANS Data Station Archaeology2015-09-02 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XF4-398R
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Op basis van de beschikbare gegevens kan gesteld worden dat voor een groot deel van de deelgebieden een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt Deze hoge verwachtingswaarde is ook beleidsmatig vertaald in beleidsnota’s, beleidskaarten en bestemmingsplannen.<br>De Provincie Zuid-Holland heeft de limeszone aangegeven als provinciaal belang in haar Verordening Ruimte. In deze zone geldt een archeologische onderzoeksverplichting bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm. Verder hanteert de provincie de gemeentelijke beleidskaart als beoordelingsrichtlijn. Op gemeentelijk niveau is de archeologische verwachting verwerkt in de archeologische beleidskaart en heeft een doorvertaling van de hoge verwachting plaats gevonden naar de diverse bestemmingsplannen in de vorm van dubbelbestemmingen archeologie.<br>Met uitzondering van een deelgebied H, dat in het bestemmingsplan is vrijgesteld van archeologische maatregelen, dient op basis van alle bestemmingsplannen een archeologische toets plaats te vinden bij bodemingrepen vanaf 30 cm –mv en een oppervlakte van meestal 100m2 (deelgebied A t/m G). Uitzondering wordt gevormd door het bestemmingsplan waar deelgebied I in valt. Hier is een archeologische toets nodig bij bodemingrepen vanaf een diepte van 50cm en een oppervlakte van respectievelijk 500m2 en 50.000m2.<br>Door RAAP is in het kader van de RijnGouwelijn West een booronderzoek uitgevoerd zijn echter geen potentiële archeologische niveaus aangetroffen tot een diepte van ca 2 meter –mv.<br>Deelgebieden A t/m H hebben deel uitgemaakt van een verkennend en deels karterend veldonderzoek in het kader van de RijnGouwelijn West. Hierbij zijn boringen gezet tot minimaal 2 meter –mv. Het tracé van de RijnGouwelijn West overlapt deels met de locaties waar de huidige deelgebieden zich bevinden, met uitzondering van deelgebied I.<br>RAAP heeft voor dit onderzoek verkennende boringen in 1 raai met boringen om de 50 meter gezet en karterende boringen om de 25 meter en daarbij een oppervlaktekartering uitgevoerd waar mogelijk.<br>Ter hoogte van de huidige deellocatie A en B zijn geen boringen gezet. Ter hoogte van deelgebied C zijn twee boringen gezet, waarbij geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen en geen vervolgonderzoek is geadviseerd.<br>Ter hoogte van deelgebied D zijn tien boringen verricht. Op basis van archeologische indicatoren op ca 1,6 –mv en vondsten uit de directe omgeving heeft RAAP archeologische begeleiding (protocol IVO proefsleuven) van eventuele ontgravingen geadviseerd.<br>Ter hoogte van deelgebied E zijn negenentwintig boringen gezet, ter hoogte van deelgebied F , G en H respectievelijk acht, vier en vijf. Op al deze locaties werden geen archeologische indicatoren aangetroffen en werd geen vervolgonderzoek geadviseerd. Duidelijk is dat het booronderzoek van RAAP in het kader van een ander ruimtelijk plan is uitgevoerd en het aantal boringen voor de diverse deelgebieden niet dekkend is. Dat neemt echter niet weg dat, met uitzondering van het meest oostelijke deel van deelgebied E er geen aanwijzingen voor archeologische niveaus zijn aangetroffen. De kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen binnen deze deelgebieden lijkt derhalve klein.<br>Voor de buscorridor worden onder andere bushaltes aangepast en gerealiseerd, fietspaden verlegd en gerealiseerd en verkeersknooppunten aangepast. De meeste geplande werkzaamheden binnen de diverse deelgebieden zullen naar verwachting beperkt blijven tot ca 1m –mv. Momenteel zijn voor de diverse deelgebieden nog geen definitieve ontwerpen beschikbaar. De inrichting van de verschillende deelgebieden kan derhalve ook nog veranderen.<br>Op basis van deze gegevens adviseert Buro de Brug om bij bodemingrepen binnen de deelgebieden die niet passen binnen de gestelde archeologische criteria van oppervlakte en diepte binnen de vigerende bestemmingsplannen deze voor te leggen aan het bevoegd gezag archeologie. Conform de bestemmingsplansystematiek zal bevoegd gezag dan af wegen of op basis van de nu beschikbare gegevens blijkt dat de omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, of dat eventueel vervolgonderzoek nodig is. Voor gemeentegrensoverschrijdende projecten is de provincie bevoegd gezag op het gebied van archeologie. In andere gevallen ligt deze bevoegdheid op gemeentelijk niveau.</p>
提供机构:
Buro de Brug
创建时间:
2015-09-03
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务