Roodehaan, Zonnepark West, Gemeente Groningen (Gr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase.
收藏DANS Data Station Archaeology2020-02-23 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZZB-34P9
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In verband met de geplande uitbreiding van een zonnepark is een archeologisch onderzoek uitgevoerd bij Roodehaan, gemeente Groningen, provincie Groningen. Een concreet plan voor deze uitbreiding was er tijdens dit onderzoek nog niet. Wel is duidelijk dat er graafwerk nodig zal zijn voor onder meer de poten van de constructies waarop de panelen worden geplaatst, funderingen voor transformatorstations en sleuven voor de aanleg van elektriciteitskabels voor afvoer van de opgewekte stroom. Dit graafwerk betekent mogelijk een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn drieëntwintig boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen. Plangebied Zonnepark West ligt in het opgevulde dal van de rivier de Hunze. Omstreeks 3850 vC bestond het dal nog grotendeels uit veenmoeras, omstreeks 2750 vC reikte de zee tot in het gebied en was het veranderd in een kwelder. Totdat het water van de Hunze via het gegraven Winschoterdiep naar zee stroomde, kronkelde de rivier om het plangebied heen. Noordoostelijk van het plangebied ligt het maaiveld relatief hoog door de aanwezigheid van een zandkop in de ondergrond. Deze hoogte loopt door tot in het noordelijke deel van het plangebied. De dichtstbij bekende archeologische waarde is de middeleeuwse Euvelgunneweg op honderd meter westelijk van het plangebied. De tegenwoordige situatie van sloten en percelen is sterk vergelijkbaar met die op de kadastrale kaart van 1811-1832. De zandkop die noordoostelijk van het plangebied ligt loopt door tot in het noorden van het plangebied waar hij op zijn hoogst binnen twee meter beneden maaiveld ligt. Het lijkt een zeer geschikte verblijfplaats te zijn geweest voor mensen omstreeks het mesolithicum. Het zand is langdurig droog geweest tijdens de steentijd en is nauwelijks aangetast door erosie. Eventuele archeologische resten kunnen daardoor goed bewaard gebleven zijn. Op het zand liggen pakket veen en zeeklei. Bovenin de zeeklei ligt een vegetatieniveau dat is gevormd in een periode met een lage overstromingsfrequentie van de zee. Hierin kunnen archeologische resten bewaard gebleven zijn uit de romeinse tijd en de middeleeuwen. Het onderzoek heeft geen ophogingslagen, eenduidig archeologische indicatoren, vertrappingen of fosfaatconcreties opgeleverd. Aanwijzingen voor bewoning tijdens romeinse tijd of middeleeuwen zijn er daarom niet. </p><p>selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers In het noordelijke deel van het plangebied adviseren wij om geen graafwerk te verrichten dat in de buurt komt van de top van het pleistocene zand. Figuur 10 laat daartoe contouren zien van anderhalve meter en twee meter onder maaiveld die de maximale graafdiepte weergegeven waarbij het zand niet bedreigd wordt. Als toch dieper graafwerk nodig is, adviseren wij een karterend booronderzoek in de vorm van mechanische avegaarboringen (15 centimeter diameter) om actief te zoeken naar archeologische materialen in de top van het zand. Zodoende kan nader worden vastgesteld wat de kans is op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Voor de zuidwestelijke en zuidoostelijke delen van het plangebied adviseren wij geen beperking op archeologische gronden of nader onderzoek. Wel wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Groningen. De gemeente heeft laten weten dit advies te volgen.</p>
创建时间:
2020-02-20



