five

Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Kousenmakersweg 2, Haarlem Gemeente Haarlem

收藏
DataCite Commons2025-01-20 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/QIOYDP
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
IDDS Archeologie heeft in december 2024 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Kousenmakersweg 2 in Haarlem, gemeente Haarlem. De doel- en vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting uit het bureauonderzoek. Uit het bureauonderzoek (Hartman/Moerman 2023) blijkt dat binnen het plangebied een bodemopbouw te verwachten is van getijde-afzettingen op een laaggelegen strandwal, afgedekt door een 2 tot 4 meter dik pakket ophoogzand. Op basis hiervan kan in het plangebied een archeologisch niveau voorkomen in de top van het strandzand, wat is aangetroffen op een niveau variërend van -1,4 m NAP tot -3,7 m NAP. De resten uit dit niveau kunnen dateren uit het Neolithicum tot en met de IJzertijd en zullen naar verwachting bestaan uit sporen van landbouwactiviteiten en bijvoorbeeld uit resten van aardewerk, vuursteen, metaal, hout, houtskool en dierlijk bot. Dit niveau is onder de afdekking met veen en klei vermoedelijk goed bewaard gebleven. Lokaal kunnen er binnen het plangebied, zoals ook in nabijgelegen onderzoeken is aangetroffen (De Boer / Van Eijk 2013; Nater / Van Dasselaar 2018), zandige opduikingen voorkomen waarvoor een hoge archeologische verwachting geldt vanaf het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Vanaf de Romeinse tijd tot de Late Middeleeuwen geldt hier een lage verwachting, omdat het gebied destijds met veen bedekt raakte. Dit niveau is in eerder onderzoek aangetroffen op ongeveer -2,6 m NAP, maar de top van de opduikingen kan variëren. De resten uit dit niveau zullen naar verwachting behoren tot bewonings- en landbouwsporen en bestaan uit aardewerk, vuursteen, metaal, hout, houtskool en dierlijk bot. Vanwege het mogelijk voorkomen van deze zandige opduikingen, of duintjes, geldt er een middellage (in plaats van een lage) verwachting voor het plangebied volgens de ABH. Het gebied is in 1562 ingepolderd als onderdeel van de Waertpolder. Na de inpoldering is er een hoge verwachting voor sporen van agrarisch landgebruik uit de Nieuwe Tijd vanaf een diepte direct onder de ophoogpakketten uit de jaren 1950 (ca. 2 tot 4 m -mv). Ook is er aan de oever een verhoogde verwachting voor het aantreffen van het dijklichaam van de Waertpolder, hoewel deze vanwege de aangetoonde oeveraanpassingen mogelijk volledig vergraven is. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied niet ligt in een gebied met getijde-afzettingen op een laaggelegen strandwal, maar op een strandvlakte waarin individuele duinen voorkomen. In de noordwesthoek van het plangebied is een ongeveer 2,0 m hoog duin(en) aanwezig, waarschijnlijk een paraboolduin, met een uitblazingsgat in het zuidwesten en een flauwere helling naar het noorden. Omdat er in het zuidwesten van het plangebied ook verstuivingen zijn aangetroffen, wordt aangenomen dat er nog meer duinen voorkomen ten zuidwesten van het plangebied. De top van de duinen ligt op ongeveer -1,0 m NAP en de strandvlakte op ongeveer -2,8 m NAP. Tussen het ontstaan in het Neolithicum en het bedekt raken door het veen in ongeveer de IJzertijd of Romeinse tijd hebben de duinen in het plangebied waarschijnlijk uitgestoken boven het veenmoeras. Door deze hogere en drogere ligging waren de duinen waarschijnlijk een aantrekkelijke vestigingsplaats voor de mens en daarom geldt voor de top van het duinzand in het westen en noordwesten van het plangebied een hoge archeologische verwachting (Figuur 3). Deze verwachting is vooral voor archeologische waarden uit het Laat Neolithicum tot en met ongeveer de Romeinse tijd en de top van het zand is aanwezig op een diepte tussen 1,4 en 2,1 m -mv (gemiddeld 1,8 m -mv) ofwel tussen -1,7 en -1,0 m NAP (gemiddeld -1,4 m NAP). De verwachting is het hoogst voor de lager gelegen flanken van de duin in plaats van voor de hoogste toppen en dus zijn de gemiddelde waarden waarschijnlijk het niveau van eventuele archeologische resten. Voor de rest van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting omdat dit de strandvlakte is en hier de verstoringen het diepst reiken. Voor deze zone wordt dus geadviseerd om geen verder onderzoek te doen. Onder het ophoogpakket zijn geen resten aangeboord van de oude kade langs het Spaarne. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied grotendeels een lage archeologische verwachting heeft (Figuur 3). IDDS Archeologie adviseert om dit deel van het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden. In het westen en noordwesten van het plangebied zijn één of meerdere duinen vastgesteld waarvoor een hoge archeologische verwachting geldt (Figuur 3). Voor dit deel van het plangebied adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren indien de werkzaamheden dieper reiken dan 1,4 m -mv ofwel -1,0 m NAP. De vorm van dit vervolgonderzoek is afhankelijk van de soort en omvang van de werkzaamheden.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-16
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务