Archeologisch bureauonderzoek NVO en OLK Rijs-Oudemirdum, gemeente De Fryske Marren (FR)
收藏DANS Data Station Archaeology2024-07-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/BMMLXN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Wegens de ligging van het onderzoeksgebied in een gebied met podzolgronden geldt een hoge verwachting voor de resten uit de steentijd. Op ca. 1,3 km ten zuidwesten van het onderzoeksgebied is in 1849 een steengraf behorende aan de Trechterbekercultuur uit het neolithicum gevonden. Deze vondst is gedaan ter plaatse van de keileemhoogte van Gaasterland, waar het onderzoeksgebied net buiten ligt. Het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied ligt het dichtst tegen de keileemhoogte, waardoor voor dat deel een iets hogere verwachting geldt voor resten uit de steentijd. Binnen het onderzoeksgebied kunnen in de top van het ongestoorde dekzand resten worden verwacht die dateren uit de steentijd. Uit het mesolithicum zullen dit tijdelijke jachtkampen betreffen, waarvan onder meer vuursteenspreidingen en haardkuilen kunnen worden aangetroffen. Vanaf het neolithicum was sprake van permanente bewoning, waarvan onder meer huisplattegronden, waterputten en afvalkuilen kunnen worden aangetroffen, met vondsten zoals aardewerk, natuursteen en dierlijk bot. Ook kunnen resten van agrarisch gebruik, zoals sloten en greppels worden verwacht. De aanwezigheid van inhumatie- of crematiegraven kan niet worden uitgesloten. In de loop van het neolithicum of in het begin van de bronstijd zal het gebied niet meer geschikt zijn geweest voor bewoning, wegens de vernatting en de daarmee gepaard gaande veengroei. De ontginning van het veen begint vanuit Stavoren in de 9e eeuw. Als resultaat hiervan wordt het gebied dichter bevolkt en ontstaan vele nieuwe nederzettingen. Binnen het onderzoeksgebied staat op de historische kaarten geen bewoning aangegeven. Het gebied ligt aan de Wytikkersfeart, de opvolger van de Merder Sloot. Om de Wytikkersfeart liggen weilanden, die vroeger uit akkers bestonden. Uit de middeleeuwen-nieuwe tijd kunnen vooral sporen van de akkers worden verwacht en vondsten die in verband staan met het gebruik hiervan. (Bewonings-)sporen uit de periode middeleeuwen tot de late nieuwe tijd kunnen worden aangetroffen onder de huidige bouwvoor. Deze bewoningssporen kunnen bestaan uit sporen van houtbouw, zoals paalgaten, en sporen van erfactiviteiten, zoals kuilen, greppels en waterputten. Vanaf de late middeleeuwen kan tevens sprake zijn van steenbouw. Sporen van agrarisch gebruik kunnen bestaan uit sloten of greppels. Vondstmateriaal kan bestaan uit onder meer aardewerk, keramisch bouwmateriaal, metaal, glas, dierlijk bot en botanische resten.
提供机构:
MUG Ingenieursbureau
创建时间:
2024-07-01



