five

Verwaarloosde dollen, verloren duiten en verbrande daken

收藏
DataCite Commons2025-11-10 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/R2MFXJ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Het gebied gelegen tussen de Vrouwjuttenstraat, de Lange Nieuwstraat, de Agnietenstraat, het Nicolaaskerkhof en de Oudegracht is herontwikkeld in opdracht van Vorm Ontwikkeling BV. De plannen in het plangebied bestonden uit sloop en nieuwbouw. Het plangebied ligt op het binnenterrein van het Willem Arntsz Huis – tegenwoordig Altrecht. Vanwege de hoge archeologische waarde zijn deze werkzaamheden archeologisch begeleid door de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht. Dit archeologisch onderzoek werpt nieuw licht op de fascinerende geschiedenis van een plek die zich ontwikkelde van drassige hooi- en weilanden in de Romeinse tijd, via stedelijke bewoning vanaf de 13e eeuw naar de vroegste oprichting en continuïteit van het bekendste krankzinnigengesticht van Utrecht. <p> De vroegste sporen die op het Vrouwjuttenhof zijn gevonden dateren uit de Romeinse tijd. Hieruit blijkt dat het terrein, gelegen in het laagste deel van een voormalige geul, in die periode waarschijnlijk natte omstandigheden kende en voornamelijk als hooi- of weiland werd gebruikt. De vondst van een afwateringsgreppel en fragmentarisch vondstmateriaal bevestigen dit agrarische gebruik en de ligging in de periferie. <p> Vanaf de 13e-eeuwse verkaveling onderging het gebied belangrijke veranderingen. Hoewel enkele 12e-eeuwse aardewerkfragmenten zijn aangetroffen, wijzen de eerste duidelijke sporen op kleinschalige kleiwinning in de 13e eeuw. Deze kleiwinningskuilen, dichtgegooid met onbruikbare grond, suggereren particuliere initiatieven voor lokaal gebruik. Het ontbreken van grootschalige kleiwinning en de locatie van de sporen duiden erop dat de klei waarschijnlijk op hetzelfde perceel gebruikt werd voor de bouw van huizen met hout en leem. Dit wordt bevestigd door de vondst van restanten van een met leem bekleed rieten dak uit de periode 1300-1500, dat aantoont dat deze traditionele bouwtechniek tot ver na de introductie van baksteen in Utrecht (rond 1200) in deze hoek van de stad werd toegepast. <p> De 14e en 15e eeuw markeerden het gebruik van het plangebied als achterterrein van diverse percelen. Belangrijke archeologische vondsten uit deze periode omvatten waterputten voor menselijk gebruik en waterkuilen die dienden als drinkplaatsen voor lokaal gehouden vee, met name varkens. De ontdekking van een afvalkuil met verkoolde haverkorrels suggereert mogelijk kleinschalige bierbrouwerijactiviteiten in de eerste helft van de 15e eeuw. Ook een 17e- of 18e-eeuwse kelder op hetzelfde perceel heeft mogelijk gefungeerd als opslag voor biervaten en vormt daarmee een tweede aanwijzing voor de aanwezigheid van een lokale brouwer. Macrorestenonderzoek van een beerput geeft een gedetailleerd beeld van een 16e-eeuws stedelijk huishouden. Dit huishouden was afhankelijk van lokale producten, maar had ook toegang tot exotische vruchten, dat duidt op een groeiende variatie in het dieet door uitgebreide handelsverbindingen. Tegelijkertijd onthult de uitzonderlijk grote hoeveelheid zweep- en spoelwormen dat de bewoners kampten met aanzienlijke gezondheidsproblemen. <p> Het onderzoek werpt een geheel nieuw licht op de vroegste fase van het Dolhuis, gesticht in 1460. Uit het archeologisch onderzoek blijkt dat de allereerste 15e-eeuwse dolcellen zich achter op een erf aan de Agnietenstraat bevonden. De gevonden muurresten markeren de locaties van drie kleine cellen die elk ongeveer 3,9 m² groot waren. De vondst van deze cellen gecombineerd met historische gegevens, impliceren dat het eerste hoofdgebouw van de stichting zich niet – zoals tot nu toe aangenomen werd – op de hoek van de Agnietenstraat en de Lange Nieuwstraat bevonden heeft, maar dat dit gebouw aan de Agnietenstraat lag. Vermoedelijk werden de percelen met bijbehorende huizen langs de Lange Nieuwstraat pas in de 16e eeuw aangekocht en aan het Dolhuis toegevoegd. Waarschijnlijk werd het bestaande 15e-eeuwse woonhuis op de hoek van de twee hiervoor genoemde straten in 1583 ingericht als hoofdgebouw van het Dolhuis, waarna het oude hoofdgebouw aan de Agnietenstraat zijn functie verloor. De 15e-eeuwse dolcellen zouden na verloop van tijd in het Dolhuiscomplex worden opgenomen en tot ver in de 19e eeuw in gebruik blijven. <p> Sporen en vondsten uit de 17e- en 18e eeuw op het binnenterrein van het Dolhuis leveren interessante inzichten op. Een waterput nabij de dolcellen en afvalkuilen met grote hoeveelheden aardewerk tonen een armoedig beeld van het dagelijks leven. De aanwezigheid van vuurtesten als primaire warmtebron benadrukt het gebrek aan comfort in de cellen. De vondsten van kleipijpen, teenkoten en een opvallend grote hoeveelheid vingerhoeden suggereren populaire tijdverdrijven en mogelijk vroege vormen van arbeidstherapie, zoals naaien. Dit laatste had mogelijk ook economische waarde had voor het Dolhuis, door het repareren/maken van uniformen voor de stad Utrecht. Een opmerkelijke muntschat van 124 duiten uit de 16e tot en met 18e eeuw die voornamelijk gevonden zijn op de binnenplaats van het Dolhuis, wordt in verband gebracht met het "Paasdol" of "dolhuiskermis". Deze historische traditie, waarbij bezoekers tegen betaling de patiënten konden bekijken, biedt een plausibele verklaring voor het grote aantal verloren (of gegooide?) kleingeldmunten op het terrein, hoewel een alternatieve verklaring niet kan worden uitgesloten. <p> De 19e eeuw was een periode van ingrijpende transformaties voor het Dolhuiscomplex. Het archeologisch onderzoek onthult dat de oude 15e-eeuwse dolcellen, die tot dan toe een losstaand complex vormden, in de vroege 19e eeuw (rond 1807) werden opgenomen in een nieuw, carrévormig gebouw. De onveranderde grootte van de cellen over bijna vier eeuwen benadrukt de primaire functie van opsluiting gedurende deze gehele periode. Verdere grootschalige verbouwingen, met name in 1844 onder invloed van Prof. Dr. J.L.C. Schroeder van der Kolk, markeerden een verschuiving naar een meer behandelingsgerichte aanpak. Het complex werd uitgebreid, seksen werden gescheiden, en functies zoals sanitaire voorzieningen, een badhuis en een ziekenkamer werden toegevoegd. Latere bouwfases in de jaren 1860-1861 en 1866-1867 zagen verdere interne aanpassingen, waaronder de sloop en samenvoeging van de oorspronkelijke dolcellen tot een grotere ruimte. Deze ruimte deed onder meer dienst als washuis en werd nog later een keuken. De algehele ontwikkeling van het Dolhuiscomplex weerspiegelt de evolutie in de zorg voor psychiatrische patiënten, van louter opsluiting en het voorzien in basisbehoeften naar een steeds complexere en meer gespecialiseerde benadering, met een groeiende aandacht voor hygiëne en therapieën in de 19e en vroege 20e eeuw.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-02
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务