five

Archeologisch vooronderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van woningen aan de Laan van Rapijnen te Linschoten, gemeente Montfoort

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VQZI7L
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van KuiperCompagnons heeft Vestigia Archeologie Cultuurhistorie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Laan van Rapijnen te Linschoten, gemeente Montfoort. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 7 ha, en is momenteel vrijwel geheel onbebouwd (in agrarisch gebruik of in gebruik als sportterrein/speeltuin). Binnen het onderhavige plangebied is een nieuwbouw van 98 woningen voorzien, de uitbreidingswijk ‘Park Rapijnen’. Voorafgaand aan de ingrepen dient in kaart te worden gebracht of bij de ingrepen eventueel archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van de ingrepen (m.n. de ontgraving voor de fundering, de afvalcontainer en de watercompenserende maatregelen) zullen deze mogelijk tot in de archeologisch relevante niveaus reiken. Op basis van de landschappelijke ligging van het plangebied op de rand van een stroomrug geldt een hoge archeologische verwachting op het voorkomen van resten vanaf de Late IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Resten uit vroegere perioden zijn vermoedelijk reeds verspoeld door de latere Linschoten stroomgordel en worden derhalve niet in de diepere ondergrond verwacht. Door de relatieve nabijheid (ca. 3,5 km) van de Limes en het Romeinse castellum te Woerden, kunnen resten uit de Romeinse periode niet uitgesloten worden, al wordt geen direct verband met de limes verwacht. Vanaf de Volle Middeleeuwen wordt het gebied ontgonnen, waarbij ook bewoning in de nattere delen van het landschap mogelijk wordt. Echter kan bewoning op terpen in lagere delen niet op voorhand uitgesloten worden, aangezien archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de kerk op een hoge terp heeft gelegen. Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat bebouwing uit de Nieuwe tijd aanwezig kan zijn centraal en in het zuiden van het plangebied. Archeologisch booronderzoek in het centrale deel heeft deze verwachting naar laag bijgesteld voor de Hoeve in ’t Veld in het midden van het plangebied. Echter is een booronderzoek geen geschikte methode om een vindplaats met historische bebouwing te waarderen. Ter plaatse van de bebouwing van Jan Knijf in het zuiden van het plangebied heeft nog geen onderzoek plaatsgevonden. Hier kunnen mogelijk ook nog resten van de bebouwing in de ondergrond aanwezig zijn. Advies Binnen het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de Late IJzertijd op de hogere delen in het landschap, dat wil zeggen het westelijke deel van het plangebied. In het lagere deel, wat voornamelijk het oostelijke deel betreft, kunnen resten van terpen niet uitgesloten worden, met daarop mogelijk resten van bewoning. Aangezien de definitieve ingrepen nog niet duidelijk zijn in dit stadium kan enkel een algemeen advies worden gegeven voor het plangebied (Afbeelding 13).Twee delen van het plangebied waarbinnen reeds onderzoek heeft plaatsgevonden, zijn vrijgegeven vanwege het gebrek aan aantoonbare archeologische waarden aldaar. Het is niet bekend of het bevoegd gezag, de gemeente Montfoort, dit advies heeft overgenomen. Indien deze delen binnen het plangebied niet middels een selectiebesluit reeds zijn vrijgegeven wordt voor het deel ter plaatse van Hoeve in ’t Veld (zone 2) alsnog een proefsleuvenonderzoek geadviseerd ter plaatse van de boringen waar archeologische indicatoren zijn aangetroffen om de vindplaats op een gedegen manier te kunnen waarderen. Ten aanzien van de zone bij de Nieuwe Zandweg 21 – 23 (zone 6) is vastgesteld dat de ondergrond reeds tot ca. 1 m -mv is verstoord en dat hierbij de top van de verschillende afzettingen reeds is verstoord. Ook van dit onderzoek is niet bekend of het bevoegd gezag, de gemeente Montfoort, dit advies heeft overgenomen in een selectiebesluit. Indien dit niet het geval is wordt geadviseerd om werkzaamheden tot een diepte van ca. 1,0 m -mv (ca. -0,40 m NAP) vrij te geven. Indien hier werkzaamheden plaatsvinden die dieper dan 1 m – mv verstoren dienen deze eerst afgezet te worden t.o.v. de intacte oeverafzettingen (op ca. 2.0 m -mv) die in deze zone in de ondergrond zijn aangetroffen. Hierover dient het bevoegd gezag, de gemeente Montfoort, een besluit te nemen. Resteren nog vier zones waar nog wel vervolgonderzoek wordt geadviseerd op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek. In drie zones wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd om een betere indicatie van de bodemopbouw te krijgen en de mogelijk aanwezige verstoring door delfstoffenwinning en gemodificeerde natuur. Dit onderzoek biedt mogelijk ook inzicht in eventuele terpbewoning in de nattere delen van het plangebied. Voor dit onderzoek wordt geadviseerd om een boorgrid van ca. 30 x 35 aan te houden (ca. 18 boringen) voor de zones ter plaatse van de Linschoten Stroomgordel (zones 1 en 5). Voor de zone buiten de stroomgordel (zone 3) wordt een grid van 40 x 35 m geadviseerd (ca. 31 boringen). Voor de zone ter hoogte van de historische bebouwing wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd daar een booronderzoek eigenlijk niet geschikt is om historische bebouwing aan te tonen of uit te sluiten. Geadviseerd wordt om met twee á drie proefsleuven van ca. 25 x 4 m onderzoek uit te voeren naar eventuele resten van historische bebouwing. Hiermee wordt dan ca. 5 - 8 % van deze zone middels een proefsleuf onderzocht. Hiervoor dient eerst een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat de goedkeuring behoeft van het bevoegd gezag, de gemeente Montfoort. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Montfoort, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen of verder laten verlopen van het onderzoeksproces. Dit besluit kan afwijken van het bovenstaande advies. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het onderzochte gebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Montfoort, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Naschrift Op 16 mei 2023 is aangegeven door het Bevoegd gezag, de gemeente Montfoort, dat het rapport akkoord is en het vervolgonderzoek verplicht is in het kader van de bestemmingsplanprocedure. Daartoe is deze definitieve versie van het rapport opgemaakt.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务