Bureauonderzoek Aanleg stamvoeding Bergweg e.o. Rhenen en Veenendaal, gemeenten Rhenen en Veenendaal
收藏DataCite Commons2026-03-20 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/BH1QXF
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>492118</p>
<p>In opdracht van Van den Heuvel Aannemingsbedrijf B.V. is door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de aanleg van een stamvoeding in de vorm van middenspanningskabels tussen Rhenen en Veenendaal (gemeenten Rhenen en Veenendaal). </p>
<p>
In revisie 01 is het rapport aangepast in verband met een tracéwijziging, Fase 1 Noordelijke Meentsteeg.</p>
<p>
Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeenten Rhenen en Veenendaal.</p>
<p>
Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Waar kunnen we wat verwachten? Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.
</p>
<p>
Dit onderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.2. Voor de KNA-protocollen 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie). </p>
<p>
Op de gordeldekzandruggen geldt een hoge verwachting op resten uit het neolithicum tot en met nieuwe tijd.
Op de gordeldekzandwelvingen geldt, afhankelijk van de omvang van de veengroei in de betreffende periode, een middelhoge verwachting op resten uit het neolithicum tot en met nieuwe tijd.
In de gordeldekzandvlakte geldt een lage verwachting voor bewoningsresten uit alle perioden.</p>
<p>
Daarnaast geldt in het gebied ook een verwachting op resten die verband houden met de Tweede Wereldoorlog.
Op enkele locaties zijn op basis van de historische kaarten bebouwingsresten uit de nieuwe tijd te verwachten.</p>
<p>
Uit het paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen resten verwacht worden die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk en/of periodiek bewoond werden. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen.</p>
<p>
Vanaf het laat neolithicum tot en met de nieuwe tijd kunnen resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven.</p>
<p>
Uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen tevens resten van ontginning en agrarische activiteiten worden verwacht.</p>
<p>
Advies</p>
<p>
Voor tracédelen die uitgevoerd worden middels HDD is vervolgonderzoek niet noodzakelijk.
</p>
<p>
Open ontgraving A ligt in een zone met een lage verwachting en de bodemverstorende ingrepen overschrijden de vrijstellingsgrenzen niet. </p>
<p>
Open ontgraving B, D en E liggen in een zone met lage verwachting, die bij eerder onderzoek (onderzoeken 5326928100 en 2116046100) als afgetopt, geëgaliseerd en/of verstoord werd beoordeeld.
De KLIC-gegevens tonen aan dat bij open ontgraving C reeds leidingen aanwezig zijn, waardoor de verwachting op intacte archeologische resten minimaal is. </p>
<p>
Open ontgraving G overschrijdt de vrijstellingsgrenzen niet.
Voor deze delen kan de AMZ-cyclus worden afgesloten.</p>
<p>
Voor open ontgraving F, gelegen in een zone met een hoge verwachting, adviseert Antea Group om een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren.
De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: </p>
<ol><li>
de aard van bodemopbouw en </li>
<li>de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. </li></ol>
<p>Op basis van het huidige tracé betreft het een booronderzoek van 6 boringen tot minstens 30 centimeter in de onverstoorde C-horizont (of maximaal 1,8 meter -mv).
</p>
<p>
Al deze boringen liggen in de gemeente Rhenen, aangezien voor het tracédeel in de gemeente Veenendaal op basis van eerder onderzoek geen vervolgonderzoek meer noodzakelijk was.
</p>
<p>
Bovenstaande is een advies; het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeenten Rhenen en Veenendaal.
</p>
<p>
Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-03-16



