Rotterdam Hollands Tuin 77-79. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen.
收藏DataCite Commons2025-01-21 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/OJY2WR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Woonbron heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam (BOOR) in 2024 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Hollands Tuin 77-79 in Rotterdam (in de gelijknamige gemeente). Dit onderzoek bestond uit het uitvoeren, beschrijven en analyseren van twee mechanische boringen. Er is geboord vanaf het maaiveld tot een maximale diepte van 12,39 m - NAP (11,00 m - mv). Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het plangebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht, omdat op de locatie nieuwbouw is gepland. Hierbij zullen grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Op basis van beide onderzoeken kan antwoord gegeven worden op de vraag of archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, die bij de werkzaamheden worden aangetast of vernietigd. Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat met name voor vindplaatsen uit het Mesolithicum een hoge tot zeer hoge archeologische verwachting geldt. Dit hangt samen met de vermoedelijke aanwezigheid van een laag rivierduinafzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen in de diepere ondergrond. Op grond van een niet-archeologische sondering wordt het rivierduinzand in het plangebied tussen zo’n 13,25 en 11,00 m - NAP verwacht. Juist op deze eolische afzettingen kunnen mesolithische resten aangetroffen worden. Voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd geldt deels een lage archeologische verwachting en deels een onbekende archeologische verwachting. Dit komt onder meer door het ontbreken van stratigrafische niveaus met archeologische potentie en een gebrek aan inzicht in de intactheid van bodemopbouw. Dit laatste geldt met name voor de top van het veen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket. Dit doorgaans archeologisch kansrijke niveau is mogelijk aangetast door toedoen van de overstromingen in het gebied vanaf 1373-1375. Tijdens het verkennend inventariserend veldonderzoek zijn, vanaf gemiddeld 10,69 m - NAP (9,45 m - mv) en dieper, inderdaad de verwachte rivierduinafzettingen aangeboord. Alleen de top van het rivierduinzand is echter waargenomen. Als gevolg van de diepteligging van de afzettingen, de samenstelling van het pakket en het aanwezige grondwater, in combinatie met de boormethode, is het dieper gelegen deel van het zandpakket niet in de boorkernen blijven zitten. In beide boringen is wel de humeuze top van de rivierduinafzettingen intact aangetroffen. Dit betreft het oude oppervlak waarin zich een bodem heeft kunnen ontwikkelen. Juist in dit stratigrafische niveau zijn kleine brokjes en flinters houtskool gevonden. Op dit moment is het echter niet duidelijk of deze van antropogene of natuurlijke aard zijn. In de twee boringen zijn in ieder geval geen ‘harde’ archeologische indicatoren, zoals bijvoorbeeld vuursteen of (verbrand) bot, waargenomen. Het is daarom niet duidelijk of in het plangebied daadwerkelijk een archeologische vindplaats uit het Mesolithicum aanwezig is. Het zand wordt alleen in boring 2 afgedekt door een veenlaagje van de Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag. De top van het organische niveau bevindt zich op 11,64 m - NAP (10,25 m - mv). Direct op de rivierduinafzettingen of op het afdekkende veenlaagje zijn zoetwatergetijdenafzettingen van de Formatie van Echteld, Terbregge Laagpakket aangeboord. Deze gaan op een gemiddelde diepte van 7,84 m - NAP (6,60 m - mv) geleidelijk over in een pakket komafzettingen van dezelfde Formatie van Echteld. De top van de fluviatiele afzettingen is op een gemiddelde diepte van 4,48 m - NAP (3,24 m - mv) aangetroffen. De klastische afzettingen gaan op hun beurt weer geleidelijk over in een pakket veen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket. Het veen, waarvan de geërodeerde top zich bevindt op een gemiddelde diepte van 2,99 m - NAP (1,75 m - mv), wordt afgedekt door het laatmiddeleeuwse overstromingsdek van de Formatie van Echteld. De aangetaste top van de natuurlijke ondergrond is op een gemiddelde diepte van 2,11 m - NAP (0,87 m - mv) waargenomen. Tot slot ligt op de natuurlijke afzettingen een opgebracht pakket met een gemiddelde dikte van 87 cm. Uit de resultaten van beide onderzoeken komt naar voren dat er een kans bestaat dat bij de geplande werkzaamheden in het plangebied archeologische resten in de top van het rivierduinzand verstoord zullen worden. Het is echter onzeker of er daadwerkelijk een archeologische vindplaats op dit stratigrafische niveau aanwezig is. In beide boringen zijn in ieder geval geen ‘harde’ archeologische indicatoren aangetroffen. Daarnaast liggen de rivierduinafzettingen vrij diep, waardoor ze enkel worden aangetast door heipalen en niet door de geplande graafwerkzaamheden. Tot slot kan het relevante archeologische niveau alleen nader onderzocht worden door middel van aanvullende mechanische boringen. Dit is zeer waarschijnlijk niet zinvol, omdat het rivierduinzand ter plaatse niet goed uitgeboord kan worden. Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Hollands Tuin 77-79 in Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt niet aanbevolen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-20



