five

Transect-rapport 2509: Archeologisch Bureauonderzoek. Vleuten De Meern, De Milan Viscontipark, Gemeente Utrecht.

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-07-29 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XVK-CSJU
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In december 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied in De Milan Viscontipark in De Meern (gemeente Utrecht). Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een archeologisch bureauonderzoek (BO). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een monumentenvergunning voor de locatie die de herinrichting van het park mogelijk moet maken. Omdat het plangebied als archeologisch rijksmonument is aangewezen is voor de werkzaamheden een monumentenvergunning noodzakelijk. Het archeologisch onderzoek vindt plaats in het kader van de aanvraag van die vergunning, en de aanvraag van een archeologievergunning (voor een klein deel van het terrein).</p><p>Voor de huidige rapportage gaat veel dank uit naar mevr. Bettina Leiss van de Gemeente Utrecht, erfgoedadviseur en historicus Korneel Aschman, dhr. Peter Schut en dhr. Jan van Doesburg van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en geofysicus en archeoloog dhr. Thijs Nales van Transect. Zonder hun input en nauwe betrokkenheid was het rapport immers niet in haar huidige vorm tot stand gekomen. Zij hebben onder andere gezorgd voor de totstandkoming van de nodige aanscherpingen in het rapport, alsmede voor aanvullend historische en archeologische informatie. Ook heeft op verschillende momenten een gezond dialoog plaatsgevonden over de voorgestelde planontwikkeling enerzijds en het anderzijds waarborgen van archeologische waarden.</p><p>Onderzoeksresultaten<br>In de ondergrond van het plangebied bevinden zich sporen uit de ontginningsfase van het middeleeuwse kasteel Nijevelt. Op de twee eilanden zijn resten bekend van verschillende fasen van het middeleeuws kasteelgebouw. In de andere delen van het plangebied zijn zijn resten aanwezig van de kasteeltuin, grachtstructuren en mogelijk ook van (afvletten bij) een haaghuis voor baksteenproductie. Verder kunnen zich hier resten bevinden van bijgebouwen bij zowel het kasteel als de ridderhofstad, en van 13e-14e-eeuwse belegerings- of verdedigingswallen. Tenslotte ligt in het uiterste noordoosten een deel van een Romeinse weg (de Limes). Een reconstructie van de ligging van bovengenoemde archeologische resten, en de locaties van beoogde bodemingrepen is weergegeven in bijlage 30.<br>Het plangebied stond landschappelijk onder sterke invloed van het Utrecht-stroomgordelsysteem, vanaf circa 4300 v.Chr. In de periode daarna, tot ongeveer 1122 n.Chr., wisselde activiteit van de rivier sterk waardoor ten westen van Utrecht een zandlichaam is ontstaan. In de ondergrond van het plangebied kunnen in het zandlichaam afzettingen van de Heldammer- en Blok-stroomgordels worden verwacht. Die afzettingen bestaan hier dan uit oever- en beddingafzettingen en crevasse afzettingen. Bewoning concentreerde zich in de vroegere perioden met name op de oeverafzettingen. De resten van de Romeinse Limes-weg karakteriseren zich hierop in de ondergrond door een heterogene lithologische samenstelling, een afwijkende kleur en stratigrafie , en botanische resten (zoals biezen en hout). Ook het vondstenniveau uit de Romeinse periode is in de omgeving veelal op oeverafzettingen aangetroffen. Dit cultuurniveau kan zich eventueel aandienen als een dun laagje dat in kleur afwijkt. In het cultuurlaagje kunnen sporen en vondsten voorkomen.</p><p>Vanaf circa de Vroege Middeleeuwen verplaatste men zich – naast bewoning op oevers - ook naar stroomruggen van oudere gordels van de Rijn. Door voortdurende erosie van de Oude Rijn zijn waarschijnlijk uit deze tijd in de omgeving veel resten verspoeld geraakt. Op andere plekken kan de vorming van ooibossen en cultuurgronden er voor gezorgd hebben dat resten uit de Romeinse tijd, en perioden daarvoor, bewaard gebleven zijn. In het plangebied zelf heeft – op basis van onderzoeken in de directe omgeving – geen verspoeling plaatsgevonden en kunnen dus wel resten uit perioden van vóór de Late-Middeleeuwen worden aangetroffen. Deze resten bevinden zich onder de sporenlaag uit de tijd van kasteel Nijevelt. Resten vanaf de Late Middeleeuwen bevinden zich op de stroomrug van het ‘Romeinse’ crevassesysteem. Uit deze periode zullen vooral sporen en bebouwingsresten worden aangetroffen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-03-18
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务