IVO aan de Spicastraat te Groningen (Gr.)
收藏DANS Data Station Archaeology2007-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XVJ-SN8D
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In de periode mei-april 2008 is in opdracht van Nijestee Vastgoedontwikkeling door Ingenieursbureau Oranjewoud BV een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd aan de Spicastraat te Groningen. De aanleiding voor dit archeologisch onderzoek is de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing en de nieuwbouw van een aantal appartementen op de locatie. In verband met eventuele vergunningen en/of vrijstellingen dienen ook de eventuele archeologische waarden in het gebied te worden meegewogen. Op basis van de quickscan is geconcludeerd dat het plangebied ligt in het knipkleigebied ten oosten van het riviertje Het Reitdiep. Onder invloed van de zee werden in eerste instantie kwelders gevormd, bestaande uit zand en klei doorsneden met kreken. Later werden er langs de kust en langs de oevers van de kreken zandige kwelderwallen gevormd, terwijl in het achterland zware klei werd afgezet. De hoge kwelderruggen en de oeverwallen vormen van oudsher een geliefde woonplaats voor de mens. Het kreken- en knipkleigebied kent een lange bewoningsgeschiedenis, die begint in de Late IJzertijd (circa 500 v. Chr.). In deze periode waren de kwelderruggen en oeverwallen langs de kreken zo hoog opgeslibd dat permanente bewoning mogelijk werd. Omdat de dreiging van overstroming groot was, ging men al snel de nederzettingen ophogen. Op deze wijze ontstonden de eerste wierden. Toen de dreiging van de zee vanaf de Middeleeuwen geleidelijk afnam als gevolg van bedijkingen, nam men ook de lage gebieden in gebruik. Hiertoe werden kleine huisterpjes opgeworpen. De laaggelegen gebieden zijn echter tot op heden dun bevolkt. In de omgeving van het plangebied komen overwegend zones met een hoge archeo- logische verwachting voor. Deze hoge verwachting hangt samen met de langdurige continue bewoning in het knipkleigebied en de vele bekende archeologische vind- plaatsen. Het plangebied heeft daardoor een hoge informatiewaarde met betrekking tot resten vanaf de Late IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. Vanwege de hoge archeologische verwachting wordt geadviseerd het gespecificeerde verwachtingsmodel te toetsen door middel van een karterend booronderzoek. Het doel van een karterend onderzoek is het vaststellen van de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen. Hiertoe dient te worden uitgegaan van minimaal 12 boringen in het plangebied, hetgeen voldoet aan de richtlijnen van de gemeente Groningen. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een recent opgebracht zandpakket of demping op een pakket knipklei op klei met zandlaagjes of zand met kleilaagjes. De stugge knipklei bevat een dun vegetatielaagje van circa 2 cm (top vegetatielaagje ligt tussen de 1,4 en 2 m -mv.). Op de overgang van de zandige klei naar de knipklei is een tweede vegetatielaag aanwezig met een dikte van circa 10 cm (top vegetatielaagje ligt tussen de 1,3 en 1,7 m -mv.). Deze vegetatie laagjes zijn het product van de vegetatie die zich tijdens droge perioden vormde. De aanwezigheid van dergelijke laagjes kan er op wijzen dat het gebied in deze periode waarschijnlijk ook toegankelijk was voor de mens. In beide vegetatieniveaus zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Algemeen kan worden geconcludeerd dat het gebied gedurende langere periode toegankelijk is geweest voor de mens. Hiertussen zijn er perioden geweest waarbij het gebied overstroomde. Met de toegepaste boringdichtheid en boormethode is het plangebied volgens de normen en richtlijnen van de gemeente gekarteerd. Het ontbreken van een als zodanig herkenbare ophogings- of bewoningslaag en het niet aantreffen van archeologische indicatoren leidt tot de conclusie dat er binnen het plangebied geen archeologische vindplaats is aangetoond. Een vervolgonderzoek is daarom niet nodig.</p>
提供机构:
Oranjewoud BV
创建时间:
2008-01-01



