Trambaan, Calfven (gemeente Woensdrecht)
收藏DANS Data Station Archaeology2020-03-11 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-28H-7SN8
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in februari en maart 2019 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Trambaan (ongenummerd) in Calfven, gemeente Woensdrecht. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen functiewijziging van ‘bedrijf’ naar ‘wonen’ ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied is landschappelijk gezien gelegen op de Brabantse Wal, een steilrand die de overgang markeert tussen het hooggelegen West-Brabantse dekzandplateau in het oosten en het laaggelegen zeekleigebied in het westen. Op grond van deze ligging kan het gebied reeds vroeg in gebruik zijn geweest voor bewoning, landbouw en andere menselijke activiteiten. In de top van rivierduinafzettingen, die ter plaatse op de rand van het plateau zijn afgezet, dient op grond van de ouderdom van de afzettingen rekening te worden gehouden met archeologische resten vanaf het Mesolithicum. Resten uit Mesolithicum kunnen bestaan uit restanten van kampementen van jager-verzamelaars en zullen zich manifesteren in de vorm van vuursteen- en houtskoolconcentraties en grondsporen in de vorm van haardkuilen. Resten uit het Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen kunnen gerelateerd zijn aan nederzettingsterreinen en kunnen zich manifesteren in de vorm van een cultuurlaag, een omgewerkte laag onder het plaggendek met daarin aardewerkscherven en houtskool, en grondsporen. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Eventuele grondsporen (uitgezonderd diepere paalsporen, waterputten et cetera) zullen zich tot een halve meter in de natuurlijke ondergrond bevinden. Door afdekking met een plaggendek, dat in de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is opgebracht, kunnen eventueel onderliggende archeologische resten buiten het bereik van latere (agrarische) grondbewerking zijn gebleven. Dit komt de gaafheid van eventuele vindplaatsen en de conservering van archeologische resten ten goede. Op oude kaarten maakt het plangebied deel uit van perceel dat aanvankelijk bebost was en later in gebruik als akkerland en tuin. Gelet op het kaartbeeld zijn geen resten van historische bebouwing te verwachten. Bij de inrichting als tuin en de aanleg en sloop van bebouwing in het zuidelijk deel moet rekening worden gehouden met bodemverstoring. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het booronderzoek wijst uit dat de natuurlijke ondergrond hoofdzakelijk uit matig fijn rivierduinzand (Formatie van Boxtel) bestaat. De bodemopbouw wordt gekenmerkt door een gedeeltelijk afgegraven plaggendek (Aap-horizont) dat via een lichtbruine of lichtbruinoranje overgangshorizont (BC-horizont) met roestvlekken overgaat in het moedermateriaal (C-horizont). In de overgangshorizont (BC-horizont) zijn humeuze vlekken waargenomen, waaruit kan worden geleid dat dit niveau door grondbewerking is verstoord. In geen van de boringen zijn resten van een podzol of een oude bodem aangetroffen. Indien aanwezig zal deze zijn opgenomen in het plaggendek. Dit geldt in het bijzonder voor het zuidelijk deel van het plangebied, dat door een circa 1 m hoog talud van het noordelijk deel is gescheiden. Het ontbreken van een natuurlijk reliëf vormt een aanwijzing voor in het verleden uitgevoerd grondverzet. De oorspronkelijk top van het duinzand wordt beschouwd als een potentieel archeologisch niveau. Dit is echter niet meer intact aanwezig. De archeologische verwachting wordt als laag beschouwd.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2020-03-02



